Berlijn houdt hoorzitting over holocaust-monument 'Zou een minuut stilte niet beter zijn?'

Halverwege de hoorzitting, als niemand er meer uitkomt, vraagt een modieuze, jonge vrouw het woord. 'Zou het niet beter zijn als wij Duitsers onze mond houden?...

WILLEM BEUSEKAMP

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BERLIJN

Sirenes, die het moment van stilte moeten aankondigen. En geel, omdat de kleur herinnert aan de davidster, die alle joden van de nazi's moesten dragen. Niemand lacht en slechts de hedendaagse gesel van het Duitse gemoed, de joodse schrijver Henryk Broder, geniet van zoveel zelfkwelling: 'Ze mag bij mij thuis komen strijken, net zolang zij zich schuldig voelt.'

Spookachtig komt wellicht het dichtste in de buurt als de worsteling moet worden omschreven waarmee Berlijn, de hoofdstad van het verenigde Duitsland, probeert met zichzelf in het reine te komen. Nog voordat regering en parlement in '99 van Bonn naar Berlijn verhuizen, moet er een holocaust-monument zijn. Iets gigantisch, iets onvoorstelbaars, waarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat wat de Duitsers op hun geweten hebben ook onvoorstelbaar is.

Politiek, kunst, wetenschap, cultuur, kerken, media, kortom alle sectoren waren vrijdag met toprepresentanten in Berlijn. De plek van samenkomst mag passend worden genoemd: de pompeuze ontvangstzaal van het voormalige 'staatsraadgebouw der DDR', daar waar Erich Honecker ooit zetelde en waar kanselier Kohl over drie jaar tijdelijk z'n intrek moet nemen als de nieuwe kanselarij aan de Spree nog niet gereed is.

Gezien de ernst van het onderwerp klinkt het wellicht oneerbiedig, maar wat de Duitse elite gisteren ten beste gaf, leent zich voor een komische opera, waarin op hilarische, tevens verpletterende wijze kan worden aangetoond hoe het land 'vooralsnog voor eeuwig' in de knoop zit met zijn recente verleden.

De historicus Eberhart Jäckel: 'Het gaat om een voor Duitsland eminent belangrijke vraag - de vraag hoe het land van de daders in het hart van zijn hoofdstad met een gepast symbool de moord op zes miljoen vermoorde Europese joden kan herdenken.' Zijn collega Jürgen Kocka: 'Een monument van rouw, schaamte en afgrijzen.' Een derde historicus, Michael Stürmer: 'Zó gaat het in ieder geval niet.'

Stürmer, internationaal erkend expert van de Duitse geschiedenis, doelde op de openbare inschrijving, die in '95 werd afgesloten met een inderdaad onvoorstelbare hoeveelheid goed bedoelde, maar pijnlijke rotzooi, waarmee creatief Duitsland dacht in de prijzen te vallen. Bijna zeshonderd ontwerpen kwamen binnen; van met luciferdoosjes nagebouwde gaskamers, via veewagons-op-speelgoed-formaat tot aan projecten ter grootte van twee voetbalvelden

Het 'voetbalveld' won. Rechts van de Brandenburger Toren, gezien vanuit West-Berlijn, en midden in voormalig 'Sperrgebiet', heeft de regering in Bonn een groot terrein beschikbaar gesteld, waarop het monument kan worden gebouwd. De winnende kunstenaars namen de beschikbare oppervlakte al te letterlijk en tekenden een reusachtige, gekantelde betonnen vlakte, waarop de namen van de joodse slachtoffers moeten worden gebeiteld.

Niet bekend

'Megalomaan', oordeelde kanselier Kohl persoonlijk, niet dan nadat hij had overlegd met Ignatz Bubis, voorzitter van de joodse gemeenschap in Duitsland. In zijn hart wil Bubis helemaal geen monument - er zijn al genoeg plaatsen van bezinning. Het Joodse Wereldcongres zei het openlijk: liever niet. Maar, om de eerder genoemde Henryk Broder te citeren: 'Duitsland laat zich zijn holocaust niet afpakken. Het is een nationale bezigheidstherapie geworden.'

De inschrijving - met een fonds van vijftien miljoen mark georganiseerd door de federale overheid, de stad Berlijn en een particuliere stichting - is dus mislukt. Door middel van drie hoorzittingen met deskundigen willen de organisatoren uiterlijk in april weten hoe het verder moet. Na de eerste hoorzitting van gisteren overheerst de indruk dat het monument er helemaal niet komt.

Hetgeen weer tot de gevreesde reactie vanuit het buitenland zou kunnen leiden dat Duitsland zelf geen monument wenst, derhalve onverantwoordelijk met zijn geschiedenis omgaat. Hetgeen de denkers van de republiek volgens Bondsdag-vertegenwoordiger Conradi (sociaal-democraat) verplicht 'het gehele vraagstuk opnieuw in behandeling te nemen en zich door niemand te laten voorschrijven dat er thans voldoende is gedebatteerd'.

Dat laatste had even eerder Ignatz Bubis beweerd. Bubis voelde zich weer aangesproken door Conradi en interrumpeerde verbolgen: 'Het Duitse parlement heeft vijftig jaar lang gezwegen.' Zo'n verwijt, uit de mond van een joodse Duitser, is in Duitsland dodelijk: volksvertegenwoordiger Conradi deed er de rest van de dag het zwijgen toe.

'Het gaat hier stukken beter dan vroeger', zegt Henryk Broder tijdens de lunch. 'We kunnen zitten en krijgen voedselbonnen. Mijn moeder moest nog staan in de trein, toen ze naar Auschwitz werd gedeporteerd.' Giftige blikken zijn zijn deel.

Broder heeft het over de germanisering van de holocaust en beweert dat geen niet-Duitser het geworstel van zijn landgenoten ooit zal begrijpen. Morgenmiddag praat hij er over in het Amsterdamse Goethe Instituut, mede op uitnodiging van het joods historisch museum.

Meer over