Berlijn heeft te veel geschiedenis om te verwerken

Het Holocaust-monument in Berlijn blijft de gemoederen verhitten, maar is slecht het topje van de ijsberg. Zigeuners, homo's en geestelijk gehandicapten willen hun eigen monument....

Er was dit keer maar een klein grapje voor nodig om het debat over het Holocaust-monument in aanbouw weer te doen opvlammen. De schuldige was Peter Eisenman, de joods-Amerikaanse architect die het gigantische blokkenveld naast de Brandenburger Tor heeft ontworpen.

Hij vertelde dat zijn tandarts in New York hem had gevraagd of zijn vullingen misschien van Degussa kwamen. Dat was een verwijzing naar de rel van vorige herfst. De coating van het Holocaust-monument bleek toen afkomstig van het chemiebedrijf Degussa. Een dochteronderneming van Degussa heeft in de oorlog het gifgas Zyklon-B geproduceerd, waarmee in de kampen joden werden vergast. De bouw van het monument werd stilgelegd, en na een pijnlijk debat weer hervat, met Degussa.

Eisenman dacht de leden van het curatorium op te vrolijken. Maar hij vergat dat er een wereld van verschil is tussen de joden in New York en het mijnenveld van de offici herdenking in het land der daders. Het Holocaust-monument in Berlijn is niet het domein van Woody Allen, maar van Lea Rosh, de 67-jarige journaliste die tien jaar verbeten heeft gestreden voor het project er kwam.

Wegens haar moralisme eindigde ze vorig jaar op in de tophonderd van 'genantste Berlijners' die het uitgaansblad Tip opstelt. Maar aan persoonlijke aanvallen is Rosh wel gewend. 'Geen volk wil graag aan zijn grootste misdaad herinnerd worden', zegt ze. 'Als ik me zou inzetten voor een Goethe-monument, was ik een stuk populairder.'

Rosh en de voormalige leider van de joodse gemeente in Berlijn, Alexander Brenner, vonden het grapje van Eisenman zo smakeloos dat ze opstonden en de vergadering verlieten. 'Het was een bespotting van de slachtoffers', zegt Rosh achteraf. Brenner overleefde zelf het concentratiekamp en vindt het nu 'grenzen aan het ondraaglijke', dat deze architect verantwoordelijk is voor het monument. De joodse leiders eisten schriftelijke excuses van Eisenman en kregen die uiteindelijk.

Inmiddels wordt de zin van het hele 'monument voor de vermoorde joden van Europa' weer eens in twijfel getrokken, en nog wel door de voorzitter van de joodse gemeente in Berlijn. 'De zogenaamde grap is net zo'n horror als de discussie over de deelname van Degussa en net zo'n horror als de het hele monument', zei Albert Meyer.

Volgens hem biedt het Holocaust-monument de joden geen enkel voordeel, of ze dood zijn of levend. Hij is bang dat het monument tot een permanent conflict leidt tussen niet-joodse en joodse burgers van Berlijn. Er volgde een briefwisseling op hoge poten met bondsdagvoorzitter Thierse, tevens beschermheer van het project.

'De schandaalmachine Holocaust-monument is weer aangesprongen', schreef de Berliner Zeitung vermoeid. Vijftien jaar van discussies en een bondsdagdebat zijn achter de rug, de bouw van de grijze blokken vordert eindelijk in behoorlijk tempo. Op 8 mei 2005, precies zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, wordt het monument met informatiecentrum ingewijd. Lea Rosh, die erkent dat de helft van de bevolking nu tegen is, denkt dat met de voltooiing ook de acceptatie komt.

Maar anderen verwachten dat het monument in het hart van de nieuwe hoofdstad controversieel zal blijven, zoals de joods-Duitse schrijver Rafael Seligmann, die het 'overbodig en gevaarlijk als een blindedarm' noemt. 'Je kunt de bevolking nu eenmaal geen rouw opdringen.' Hij hekelt de 'gigantomanie' van het blokkenveld. 'Daar gaan mensen niet graag naar toe. Het schrikt ze eerder af.'

Het Holocaust-monument is het grootste en het felst omstreden herinneringsproject in Berlijn. Maar het is in feite slechts het topje van de ijsberg. Berlijn heeft zoveel geschiedenis, dat de verwerking ervan nog de ijverigste herdenker voor problemen stelt. Het was de hoofdstad van de mislukte Weimar-democratie, de centrale van de nazi-Schreibtischmr en een brandpunt van communistische onderdrukking.

In zo'n stad kan heel wat herinnerd en gemaand worden. Zoals veel publicisten niet nalaten spottend te vermelden, gaan de Duitsers daarbij al even grondig te werk als destijds bij de misdaad zelf. Zonder een felle strijd tussen links en rechts over de interpretatie van de geschiedenis gaat dat zelden. Er wordt geen plein vernoemd,of de linkse partijen willen een joodse vrouw eren terwijl de CDU een ander voorstelt.

Helmut Kohl probeerde in 1993 als bondskanselier een nationaal monument te cren door de Neue Wache aan Unter den Linden te wijden aan 'de slachtoffers van oorlog en tirannie'. Maar sommige hoogwaardigheidsbekleders bleven weg uit protest, omdat Kohl omgekomen nazi's gelijk leek te stellen aan vermoorde joden. 'Duitse moordenaars zijn geen slachtoffers', scandeerden linkse demonstranten.

Of het eeuwige links-rechtsconflict nog niet genoeg was, heeft Berlijn er een oost-west-tegenstelling bijgekregen. Na de hereniging werden meteen standbeelden omvergehaald en straten omgedoopt die naar communistische grootheden waren genoemd. Zo heet de Leninplatz nu 'Platz der Vereinten Nationen'. Op de plaats van het twintig meter hoge Leninbeeld spuit een onschuldige fontein.

Al snel ontstond protest onder Oost-Duitse burgers die hun verleden wilden verdedigen. De slag om Lenin verloren ze, net als die om de Clara Zetkinstrasse. Maar het gigantische hoofd van de door de nazi's vermoorde communistenleider Ernst Thann werd na protest gespaard.

Een moeilijke categorie vormen de DDR-monumenten die nazigruwelen herdenken en tegelijk propaganda bedrijven. In de Oost-Berlijnse wijk Kick is tien jaar lang gediscussieerd over een gebalde vuist op een betonnen zuil van zes meter. Het monument is gewijd aan de beruchte 'Kicker Blutwoche', een van de eerste terreuracties waarbij de nazi's politieke tegenstanders mishandeldenen vermoordden. DDRslachtofferverenigingen en de lokale CDU willen de vuist afbreken, omdat hij intimiderend is en voor het communistische regime staat.

'Dat is beeldenstorm', zegt Eva Mendl, een lokale bestuurder van de ex-communistische PDS. 'Wij Duitsers hebben een probleem bij de omgang met onze geschiedenis.' Juist in Kick, waar de extreem-rechtse NPD haar hoofdkwartier heeft, 'mogen we niet wegkijken'. Maar omdat ook de PDS erkent dat de geschiedenis in de DDR-tijd werd misbruikt, wordt de vuist nu gei¿ntegreerd in het kunstwerk Gebroken paden. 'En we planten wat bomen, zodat het er minder dreigend uitziet.'

De Berlijnse wethouder van Cultuur Thomas Flierl, ook een PDS-politicus, stookt het monumenten-debat inmiddels flink op. Onlangs onthulde hij op de Potsdamer Platz een oude sokkel voor een nooit opgericht standbeeld van de vroege communistenleider Karl Liebknecht. 'Dan bieden we een beetje tegenwicht tegen al die commercie hier', zei hij tevreden, terwijl een stroom voorbijgangers zich om de stenen klomp een weg baande naar de metro-ingang.

Dit is nog maar het begin voor Flierl, een filosoof met een klein brilletje en groot machtbewustzijn. Veel controversir is zijn plan, vastgelegd in het regeerakkoord van het rood-rode Berlijnse stadsbestuur, om een monument op te richten voor Rosa Luxemburg, met Liebknecht aanvoerder van de Spartakus-opstand in 1919. 'Zo kunnen de mensen in het oostelijke deel zien dat ook hun opvatting van de geschiedenis wordt ged', zegt Flierl, zelf een Oost-Duitser.

De rechtse Springer-pers in de stad protesteert en de coalitiepartner SPD zit ermee in zijn maag. De historicus Heinrich August Winkler verwijt de sociaal-democraten 'de stichting van de eerste Duitse democratie te verraden'. Liebknecht en Luxemburg probeerden de Weimar-republiek immers omver te werpen en een dictatuur naar sovjet-voorbeeld te vestigen. Bovendien, zeggen de critici, heeft Rosa Luxemburg al negen kleinere monumenten in Berlijn, onder andere op de plek waar ze in 1919 door een rechtse militie werd vermoord en in het Landwehrkanal gegooid.

Terwijl de strijd van 85 jaar geleden zo nog eens dunnetjes wordt overgedaan, genereert het grote Holocaust-monument een geheel eigen probleem: de andere nazislachtoffers willen ook hun monument, en wel op een centrale plaats in de buurt van het Holocaust-monument. Vlak naast het Rijksdaggebouw geeft een bord aan dat hier het monument ontstaat voor de in het door de nazi's bezette Europa vermoorde Sinti en Roma.

Het ontwerp bestaat uit een rond wateroppervlak met in het midden een roos op een steel die eens per dag onder het water verdwijnt om vervolgens onder vioolklanken met een nieuwe roos weer omhoog te komen. Of dit kitsch is, is niet het onderwerp van strijd bij dit monument.

Het is veeleer de voorgestelde tekst, die de moord op de zigeuners onder Hitler gelijkstelt aan de moord op de joden en het aantal slachtoffers op een half miljoen becijfert.

Historici wijzen erop dat dit niet klopt. Daarnaast vindt een dissidente Sinticlub dat de term zigeuner moet worden gebruikt, omdat anders stammmen als de Lalleri, Manusch en Kale worden overgeslagen. De centrale raad van Sint en Roma vindt de term zigeuner echter denigrerend.

Tegenover het Holocaust-monument komt een monument voor de vervolgde homo's, die onder Hitler in groten getale in concentratiekampen terechtkwamen. Hun lobby is sterker gebleken dan die van de geestelijk gehandicapten. De nazi's vermoordden er zestigduizend in hun 'euthanasie'-programma. Maar het lukte een actiegroep niet in plaats van het bestaande gedenkteken een groter monument met museum gefinancierd te krijgen. Een tamelijk eenzame strijd leveren ook de deserteurs en andere slachtoffer van de militaire rechtspraak van de nazi's.

Critici hekelen de morbide aandoende indeling naar slachtofferlobby's en dodentallen. 'We willen toch geen nieuwe Selektion', zegt de joodse schrijver Seligmann, een nazi-begrip gebruikend. 'Het is absurd om die mensen uit elkaar te halen, die zijn samen vermoord.' Als er dan toch een Holocaust-monument moet komen, dan eentje voor alle nazi-slachtoffers, vindt Seligmann.

Dit voorstel klinkt de laatste tijd weer vaker. De Bondsdag heeft echter in 1999 na lange discussies besloten dat de moord op de joden uniek is en daarom apart moet worden herdacht. De andere slachtoffers kregen in het besluit hun eigen monument toegezegd. 'De moord op de joden is met niets te vergelijken', zegt initiatiefneemster Lea Rosh. 'De homoseksuelen zijn vastgezet. Dat is iets anders dan te worden vergast in Treblinka. Je kunt niet alle slachtoffers op hoop gooien, je moet juist hun individuele lot begrijpelijk maken.'

Hoeveel stenen er ook in Berlijn worden neergezet, de discussie over de grootste misdaad uit de geschiedenis wil niet verstommen. Sommige Duitse denkers zien dit van de positieve zijde. Het jarenlange debat, zeggen ze, is op zichzelf al een soort holocaust-monument.

Meer over