Berbers worstelen nog steeds met ambtenarij

De Berbercultuur ondergaat een renaissance. Maar een kind een Berbernaam geven is lastig. ‘Dit gaat om respect.’

Van onze correspondente Greta Riemersma

Mbarek Oulemda gaat op 11 mei naar de burgerlijke stand in Beni Mellal, zijn woonplaats in het Marokkaanse Atlas-gebergte. Hij heeft een zoon gekregen die hij wil laten inschrijven. Maar hij krijgt te horen dat het niet kan, althans niet onder de naam die hij en zijn vrouw hebben gekozen: Ayyur. Pas zeven dagen later wordt zijn zoon geregistreerd, na een hoop geruzie en gedoe met de Marokkaanse autoriteiten.

Oulemda heeft gewonnen. Het jochie heet nu officieel Ayyur, dat in het Tamazight, ofwel Berbers, ‘maan’ betekent. Van de inspecteur van de burgerlijke stand kreeg Oulemda te horen dat het Tamazight een dialect is zonder wortels, erfgoed of historie. ‘Ik voelde me vernederd, ik was gek van woede’, aldus Oulemda, die tal van Marokkaanse kranten en internetsites inschakelde om zijn gelijk te halen.

Oulemda’s lotgevallen staan niet op zichzelf. Steeds meer ouders in Marokko ondergaan getouwtrek om de Berbernaam die ze hun pasgeborene willen geven. ‘Die namen zijn niet alleen in de mode, het is sterker: wij hebben ze nodig, wij dorsten ernaar’, zegt Abdelouahed Kai Kai uit de noord-Marokkaanse stad Al Hoceima, een voorvechter van de Amazigh-cultuur, zoals de Berbers zelf hun afkomst aanduiden.

Gaya, Taziri, Sifaw, Simane, Numidia, al die voornamen hebben de afgelopen maanden in Marokko problemen opgeleverd en werden soms pas na tussenkomst van een advocaat geregistreerd. ‘Iedereen mag zijn kinderen noemen zoals hij wil, behalve wij. Wij moeten strijden voor elke naam’, zegt Mohamed Ziani, een andere Amazigh-voorman uit Al Hoceima. ‘Dit raakt de rechten van de mens.’

De kwestie is wonderlijk, omdat sinds het aantreden van koning Mohammed VI, tien jaar geleden, in Marokko meer ruimte is gekomen voor de Amazigh-cultuur waaruit 60 à 70 procent van de Marokkanen voortkomt. Moest voorheen heel het Marokkaanse volk ‘arabiseren’ en werden de meeste tekenen van het Berberzijn onderdrukt, sindsdien is daarin verandering gekomen.

Een belangrijke stap was de oprichting in 2001 van het Koninklijk Instituut voor de Amazigh Cultuur, het Ircam in Rabat. ‘De situatie is enorm verbeterd’, zegt rector Ahmed Boukouss. ‘Vroeger waren er veel mensen die zich schaamden om te zeggen: ik ben Amazigh. Ze voelden zich tweederangs burgers. De Amazigh-cultuur was een soort folklore. Die mensen zijn hun complexen kwijtgeraakt.’

Boukouss zetelt in een modern gebouw, waarin overal Berber-versierselen en letters uit het Tifinagh, het Berber-schrift, zijn aangebracht. Hij spreekt van een ‘renaissance’ van zijn cultuur: 500 duizend leerlingen worden onderwezen in een Amazigh-taal; de Amazigh-cultuur wordt meer en meer verspreid via films, theater en televisie, en eind 2009 krijgt Marokko zelfs een speciale Amazigh-televisiezender.

Het Ircam werkt bovendien aan een nieuwe taal, die de huidige drie Berber-varianten in Marokko op termijn in zich verenigt. In het noorden van Marokko verwerpen Amazigh-voorvechters als Mohamed Ziani die taal omdat er te veel zuidelijke invloeden in zouden zitten, maar rector Boukouss wanhoopt niet: ‘Die taal kost tijd. Het is een levend proces.’

Als alles zo voorspoedig verloopt, wat gaat er dan fout met de voornamen? Boukouss heeft de zaak vorig jaar opgenomen met de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken, Chakib Benmoussa. Hij moest wel. Steeds meer families klopten bij hem aan met hun problemen bij de burgerlijke stand. Het Ircam kreeg zelfs de Nederlandse ambassade op bezoek, vertelt Boukouss, omdat ook Marokkanen in Nederland moeite hadden de Amazigh-voornamen van hun kinderen bij het Marokkaanse consulaat te laten registreren.

Tijdens het vorige regime in Marokko circuleerde op het ministerie van Binnenlandse Zaken een lijst met geaccepteerde voornamen. Een ingeburgerde Amazigh-naam als Idir stond er wel op, maar een oude naam als Ayyur was verboden. De huidige minister van Binnenlandse Zaken, Benmoussa, heeft tegen het Ircam gezegd dat de lijst gaat verdwijnen. Toen de Nederlandse minister Hirsch Ballin hem onlangs ontmoette, zei hij dat die lijst ‘een misverstand’ was.

Volgens de Marokkaanse wet telt ‘het Marokkaanse karakter’ van de naam. Voor Marokkaanse ouders in Nederland betekent dit bijvoorbeeld dat ze niet kunnen kiezen voor Erik of Marieke, willen ze dat hun kinderen op het consulaat als Marokkanen worden ingeschreven. Maar hoe zit het met Amazigh-namen als Ayyur, Gaya, Taziri, Sifaw, Simane of Numidia? Zijn die Marokkaans genoeg?

‘In consulaten zijn nog steeds problemen’, zegt Boukouss. Bovendien gaat het zo nu en dan mis op het platteland van Marokko. Hoe verder weg van machtscentrum Rabat, maakt hij duidelijk, hoe minder ambtenaren op de hoogte zijn van de nieuwe richtlijnen. ‘Ze gaan langs te veel bureaus.’

Zo kan het dat ambtenaar x een naam inschrijft die ambtenaar y weigert. Er zijn ambtenaren die de arabisering hoog houden, en ouders ontmoedigen hun kind een Amazigh-voornaam te geven. Sommige ouders gaan overstag en kiezen alsnog een Arabische naam. Anderen vechten door, zoals Mbarek Oulemda, die in de krant Le Soir verklaarde: ‘Het was voor mij een kwestie van respect, van erkenning, en ik was zelfs bereid met een bord door de straat te lopen om mijn recht en dat van mijn zoon op te eisen.’

Intussen heeft het Amazigh Wereldcongres de Verenigde Naties en Human Rights Watch aangeschreven over de voornamenkwestie. Het is pure apartheid, zo luidt de klacht.

Meer over