Benecup lijkt beter plan dan Beneliga

PSV-voorzitter Van Raaij bepleit al enige tijd een Nederlands-Belgische voetbalcompetitie. Een symphatiek idee, maar een Benecup is beter, zegt Tsjalle van der Burg....

Tsjalle van der Burg

Nederlandse voetbalclubs maken zich zorgen over hun positie in Europa. Ze spelen de meeste wedstrijden in de Nederlandse competitie. Omdat Nederland klein is, zijn de televisie-inkomsten hier lager dan die van Engelse clubs in de Engelse competitie. Daardoor hebben Nederlandse clubs minder geld om goede spelers te kopen, ze vliegen er in Europese toernooien vaak snel uit. Dat is ook weer slecht voor de inkomsten.

Met het oog op dit probleem bepleit PSV-voorzitter Van Raaij al enige tijd een 'Beneliga'. Hierin spelen de achttien beste Belgische en Nederlandse clubs een volledige competitie van 34 wedstrijden. In de nationale competitie spelen dan alleen nog kleinere clubs. Volgens Van Raaij zal de Beneliga meer tv-kijkers trekken dan de nationale competities. De grootste Belgische clubs zijn al in het plan geïnteresseerd, en laten de animo bij de Nederlandse clubs peilen.

Maar het is twijfelachtig of de Beneliga zinvol is. Voetbal steunt op traditie en chauvinisme. De Beneliga mist traditie. België en Nederland hebben geen gemeenschappelijke nationale identiteit. Het is niet waarschijnlijk dat Nederlandse fans meer waarde aan wedstrijden om het kampioenschap van de Beneliga hechten dan aan wedstrijden om het Nederlandse kampioenschap. Daarbij is de invoering van de Beneliga nadelig voor clubs die nu vaak laag in de eredivisie staan. Immers, deze clubs spelen dan meestal niet in de Beneliga, maar in een uitgeklede nationale competitie, zonder attractieve wedstrijden tegen topclubs.

Een bescheidener plan verdient de voorkeur. Er kan een bekertoernooi voor Belgische en Nederlandse clubs komen, met als prijs de 'Benecup'. Deze zou afwisselend kunnen worden uitgereikt door een lid van het Belgische en een lid van het Nederlandse Koninklijk Huis.

Voor dit nieuwe toernooi kwalificeren zich, bijvoorbeeld, de negen beste clubs van de Nederlandse competitie en de zeven beste Belgische clubs. Dan blijft de eredivisie ook voor clubs uit de middenmoot tot in mei spannend, want ook plaats zes tot en met negen leveren iets op. Dit heeft een positief effect op de belangstelling voor de bestaande competitie. De zestien deelnemers aan het nieuwe toernooi worden door loting aan elkaar gekoppeld. In principe wordt in twee wedstrijden (thuis en uit) bepaald wie verder bekert. Hetzelfde geldt in de twee volgende rondes (kwartfinale en halve finale). De finale biedt één wedstrijd, afwisselend in België en Nederland gespeeld.

De regels zijn flexibel. Dit om te voorkomen dat sommige clubs te veel wedstrijden moeten spelen. Zo kan de eerste ronde gespeeld worden op twee midweekse avonden in februari, wanneer ook Europese bekertoernooien gaande zijn. Als een club in februari nog Europese wedstrijden speelt, speelt deze club (en diens tegenstander) slechts één wedstrijd in de eerste ronde van het Benecup toernooi. Loting bepaalt dan wie thuis speelt. Deze ene wedstrijd kan aan het eind van de winterstop worden gespeeld. Ook later in het toernooi geldt zo'n flexibele regeling. De (uitzonderlijke) club die tot in april Europese wedstrijden speelt, hoeft zo hooguit vier wedstrijden in het nieuwe toernooi te spelen. Ook is mogelijk dat twee clubs die tegen elkaar moeten spelen extra ruimte hebben. Dan kan een 'best of three' worden gespeeld. Bij dit interessante systeem moet elk van de drie wedstrijden een winnaar opleveren, desnoods via strafschoppen.

Ondanks de flexibele opzet neemt de Benecup kostbare wedstrijddagen in beslag. Om te voorkomen dat clubs teveel wedstrijden spelen, zijn er verschillende mogelijkheden. Het toernooi kan om de twee jaar gehouden worden, in jaren waarin geen WK of EK voor landenteams wordt gespeeld. De clubs beschikken in die jaren over meer wedstrijddagen. Een andere mogelijkheid is om het Benecup-toernooi elk jaar te spelen en de Eredivisie terug te brengen tot zestien clubs, om zo op de wedstrijdkalender vier wedstrijddagen vrij te maken. De Eerste Divisie kan uit twintig clubs bestaan. Eigenlijk is het ook logisch de Eredivisie kleiner te maken dan de Eerste Divisie. De beste spelers uit de Eredivisie zijn vanwege internationale wedstrijden vaak overbelast, de Eerste Divisie kent dit probleem niet.

Nationale bekertoernooien zijn vaak minder populair dan nationale competities. Eigenlijk heeft alleen de Engelse FA Cup een status als het nationaal kampioenschap. Europese bekertoernooien hebben wel veel status. Kan de Benecup nu populairder worden dan bijvoorbeeld de Amstel Cup?

Wedstrijden tegen Brugge, Anderlecht, Standard Luik, Lierse SK, Lokeren, Genk en Antwerp FC zijn best interessant. Worden zulke wedstrijden niet al te vaak gespeeld - zoals gebruikelijk in een bekertoernooi - dan kunnen ze een speciale attractie zijn. De Benecup-winnaar moet het recht krijgen in de voorronde van de lucratieve Champions League te spelen.

Clubs die zich via de nationale competitie niet voor minimaal deze voorronde weten te plaatsen, krijgen een tweede kans. Dit maakt het nieuwe toernooi automatisch attractief. De aan de Benecup gekoppelde voorrondeplaats kan afwisselend ten koste gaan van de mogelijkheden van Nederlandse en van Belgische clubs om zich via de nationale competitie voor deze voorronde te kwalificeren. Daarbij zij opgemerkt dat, als de Benecup inderdaad extra inkomsten voor de clubs genereert, dit ook tot betere Europese prestaties en dus tot meer voorrondeplaatsen voor Nederland en België zal leiden.

Al met al lijkt het nieuwe toernooi aantrekkelijk voor fans en clubs, terwijl de populaire nationale competities blijven bestaan. Door het toernooi wordt tenslotte ook de achterstand op clubs uit grote landen verkleind.

Meer over