Benazir belichaamde verlangen naar vrijheid

De moord op Benazir Bhutto heeft de Pakistaanse politiek achtergelaten met een groot vacuüm, op een moment dat haar aanwezigheid cruciaal was voor de overgang naar democratie....

Het uitstel kwam nauwelijks als een verrassing. Een golf van medeleven met haar en haar partij zou de PPP een grote overwinning hebben bezorgd. Bovendien vormde de alliantie van de PPP met de partij van Sharif een grote uitdaging voor de PML(Q), de ‘partij van de koning’, die jarenlang het land met steun van het leger heeft bestuurd. De volkswoede tegen de PML(Q) is voelbaar. Overal in het land worden haar posters en vlaggen verscheurd. De partij zou het bij de verkiezingen bijzonder moeilijk hebben gekregen.

Groot is de verontwaardiging over het optreden van de autoriteiten na de moord. Eerst beweerden ze dat Al Qaida de aanslag had gepleegd. Vervolgens kwamen ze aanzetten met de bespottelijke ‘zonnedak-theorie’: Bhutto zou zijn gestorven doordat ze haar hoofd stootte tegen een scherm op haar auto.

De ironie wil dat er juist banden bestaan tussen enerzijds onderdelen van het leger en de veiligheidsdiensten (een soort staat in de staat), en anderzijds de Taliban en Al Qaida. Die schimmige alliantie heeft niet alleen de wereld grote schade berokkend, maar ook ons hier in Pakistan. Na de eerste aanslag op haar leven, op de dag in oktober toen ze uit ballingschap terugkeerde, beschuldigde Bhutto deze ‘overblijfselen’ van Zia ul-Haq al van de poging tot moord.

De verwijzing naar Zia voert ons bijna drie decennia terug. De Verenigde Staten en andere landen kwamen toen op de proppen met een militaire dictator (het klinkt vertrouwd), die Pakistan leidde als frontlijnstaat in de oorlog met het communisme in buurland Afghanistan. Zia liet premier Zulfiqar Ali Bhutto, Benazirs vader, ophangen. Zijn dochter ging in ballingschap.

De uitbarsting van verlangen naar democratie onder het volk werd eind jaren tachtig gesymboliseerd door de jonge Benazir. Zia’s dood in 1988 – zijn vliegtuig ontplofte – bracht geen rouw maar vreugde. Op straat werd de dood gevierd van de man die Pakistan had uitgeleverd aan de krachten van het religieus extremisme. Tegen die krachten belichaamde Benazir voor ons de hoop.

Als de eerste vrouwelijke premier van een moslimland was zij ook een symbool voor de jeugd van Pakistan. Eindelijk kon een schoolmeisje, gevraagd naar haar toekomstdromen, zeggen: ‘Ik wil minister-president worden!’

Niet dat Benazir een gewoon volksmeisje was, integendeel. Deze dochter van een gekozen regeringsleider kwam uit een machtige, rijke feodale familie. Zij had diverse identiteiten, met even zoveel contradicties – te beginnen met haar identiteit als vrouw. Maar als het erop aankwam, was zij de beste hoop voor democratie in Pakistan. Zij vertegenwoordigde het verlangen van miljoenen mensen. Voor dat engagement betaalde Benazir Bhutto de ultieme prijs.

Haar dood heeft het verlangen naar vrijheid een zware klap toegebracht. Maar als de moord eindelijk de volle aandacht richt op de gevaren van de ‘staat in de staat’, kunnen we ondanks alles blijven hopen op een betere toekomst.

Beena Sarwar

Meer over