Belofte Berlijn

Berlijn is de kunstenaarsmagneet van Europa. Desondanks lijkt de stad maar geen 'echte' kunstmetropool te worden, zoals New York of Londen.

MERLIJN SCHOONENBOOM

Het is een scenario dat even absurd is als kenmerkend voor de jonge Duitse hoofdstad. De locatie: een grauwe hoogbouw in een verre buitenwijk, direct tegenover de voormalige Stasi-gevangenis. Het gebouw was in de DDR een fabriek voor spionage-apparatuur en stond daarna jaren leeg.

Nu staat er, wervend op de grauwe betonplaten: ateliers te huur. Waarom? Simpel. Omdat een slimme investeerder voordelen ziet kunstenaars in deze buurt te hebben. En omdat Berlijn de stad is met het hoogste aantal kunstenaars van Europa, die op hun beurt toenemend de buitenwijken opzoeken.

Tjebbe Beekman (39), succesvol Nederlands schilder, sinds acht jaar Berlijner, werkt er nu een paar maanden - net als ongeveer honderd andere kunstenaars van over de hele wereld. Hij opent de stalen deur met de nummers uit Stasi-tijden er nog op, en toont zijn grote witte atelier.

Beekman moet er zelf ook wat om grinniken. De Oost-Berlijnse buitenwijk blijkt een inspirerende werkomgeving, maar zorgt ook voor hilarische momenten. De kosmopolitische kunstenaars staan nu ineens in de rij bij de sjofele buurt-Lidl, en de bewoners, van wie velen nog nauwelijks van de val van de Muur bekomen zijn, kijken er verbijsterd naar.

Niet Londen of Parijs is afgelopen jaren immers de 'kunstenaarsmagneet' van Europa geworden, maar Berlijn. 'Iedereen wil hier zijn', zoals de bekende curator Hans-Ulrich Obrist het uitdrukte. De kunstenaarsvakbond houdt het op tienduizend beeldend kunstenaars. Zesduizend van hen worden door de vierhonderd Berlijnse galeries vertegenwoordigd.

Eerst bestond het merendeel nog vooral uit arme kunststudenten of zelfbenoemde 'artiesten'. Inmiddels wonen er steeds meer internationaal gevestigde kunstenaars, zoals Olafur Eliasson, Daniel Richter en uit Nederland Hella Jongerius en Willem de Rooij. De Chinees Ai Wei Wei is aangekondigd.

Voorzichtig beginnen nu zelfs politici de loftrompet te blazen. 'Creatievelingen' zouden goed zijn voor de stadseconomie. Ze zouden in verre buitenwijken de komst van horeca, studenten en betalende burgers voorbereiden; om er maar van te zwijgen dat ze goed zijn voor het imago van de stad. Deze zomer gaf de burgemeester zelfs 1,4 miljoen euro uit voor de tentoonstelling Based in Berlin, waarin Berlijnse kunstenaars aan de wereld werden getoond.

Er is daarmee echter ook een flinke paradox in Berlijn ontstaan. Nergens in Europa wordt meer kunst geproduceerd, nergens zijn meer kleine alternatieve kunstruimtes. Maar ook wordt nergens sterker getwijfeld of de stad echt een bloeiende kunstmetropool genoemd kan worden. Want de kunstbeurs Artforum is deze zomer gestopt, de langverwachte kunsthal blijkt niet door te gaan, en voor goede tentoonstellingen kun je soms beter naar het saaie Frankfurt.

'Er kunnen hier dingen'

Tjebbe Beekman schenkt water in, zet een schaal druiven neer. Aan de muur hangen schilderijen. Hij is in Nederland wel eens 'een Duits schilder' genoemd, met zijn grote doeken, zwaar van sfeer. Even zou je kunnen denken aan een Nederlands schilder als Armando, die decennia eerder naar Berlijn vertrok en de oorlogsthema's in zijn kunst verwerkte.

Voor Beekman ligt dat anders. Natuurlijk, de geschiedenis is inspiratie geweest: 'Ik heb me suf gelezen over de stad. Het was een brandpunt, het heeft altijd in de fik gestaan.' Maar het was vooral het nieuwe gevoel dat de stad opwekt. Berlijn herinnerde hem aan het Amsterdam van de jaren tachtig, paste bij zijn gevoel voor esthetiek, 'de New Yorkse punk'.

Amsterdam benauwde in 2003, Berlijn gaf een gevoel 'van vrijheid en mogelijkheden'. Het is 'een open gevoel: er kunnen hier dingen'. De stad is anno 2011 weliswaar meer opgepoetst, maar geld en glamour ontbreken, er ligt niet een enorme commerciële druk op kunstenaars, zoals in New York of Londen.

Beekman heeft zijn galerie zelfs in Amsterdam gelaten; hij is hier alleen om te werken. Er kan met andere kunstenaars immers nog over kunst gediscussieerd worden - 'dat gebeurt in Nederland niet meer' -, terwijl de architectuur 'alles in zich draagt': 'Een mengeling van New York, Den Bosch en een verlopen soort Parijs.'

Beekman was allerminst de enige die om dit gevoel naar Berlijn vertrok. Joep van Liefland, Berlijns kunstenaar sinds 1996, heeft het zien gebeuren. In 1996 speelde kunst geen enkele rol in de stad. Zoals hij het zelf nuchter formuleert: 'Ik kwam hier omdat het goedkoper was dan Londen en dichterbij dan New York.'

Niet een genereuze kunstmecenas of subsidiekraan, maar de goedkope woningen en de vrije sfeer trokken de kunstenaars aan. Die eerste groep werd de basis voor de latere magneetwerking. Een enquête gaf deze zomer aan dat het merendeel inmiddels komt 'voor de levendige kunstscene en de andere kunstenaars'.

De grote misvatting is echter, zeggen Beekman en Van Liefland, dat het in Berlijn dan ook makkelijker is. Juist door de concurrentie is de kunstwereld harder dan in Nederland. 'Wrijvingskracht', noemt Van Liefland de inspiratie die er vanuit kan gaan: 'Je moet je als kunstenaar sterker positioneren.'

Van Liefland leidt al tien jaar de kunstruimte Autocenter. Het is begonnen als één van de vele alternatieve kunstruimtes, maar inmiddels is Autocenter een bekende expositieruimte; hoewel nog steeds met nachtelijke discussies in een buitenwijk boven de Lidl - en zonder subsidies.

In het culturele hart van de stad, bij de galerie Contemporary Fine Arts op het Museumsinsel, wordt de Berlijnse kunstwereld daarom graag als selfmade omschreven. Hier huist Nicole Hackert, één van de bekendste galeristen van de stad.

De CFA-galerie is een typisch voorbeeld hoe de opwaardering van de kunstwereld en die van het stadscentrum parallel lopen. In 1990 was hier alles ruïne, nu zit de galerie in een luxegebouw van architect David Chipperfield. Toen Hackert in 1992 uit Keulen naar Berlijn kwam, was de Muur net gevallen, er was geen infrastructuur voor hedendaagse kunst. Het arme, getergde Berlijn was een kunstprovincie, zegt ze. De tentoonstellingen bleven in Hamburg en München; daar waren verzamelaars waren, daar was traditie. Genieten deed ze niet van die tijd, spannend was het wel: 'Er waren geen platgetreden paden, geen elites.'

CFA is 19 jaar later uiterst succesvol, dankzij het enorme reservoir aan kunstenaars en namen als Jonathan Meese en Daniel Richter, die internationaal tonnen opbrengen. Volgens Hackert is het de toegenomen concurrentie die Berlijns grote voordeel is: 'Het scherpt de ogen.'

Eén ding is echter hetzelfde gebleven: ze verkoopt haar duurste kunst nog steeds vooral buiten de stad, of moet de verzamelaars invliegen. Want een kunstmetropool is Berlijn alleen geworden op het gebied van zijn kunstproductie, zegt ze. Een kunstmarkt zoals 'bankenstad' Londen zal Berlijn nooit krijgen; en met een eigen kunststroming, zoals de rijke verzamelaar Charles Saatchi in Londen oprichtte, zal de stad dan ook niet in de boekjes komen.

Zorgen om de toekomst

Juist daarom groeit nu de zorg om de toekomst. Of, zoals curator Obrist zegt, de tijd is aangebroken om 'duurzaamheid' te creëren. Want wat, zegt Hackert, 'als de hype rond Berlijn voorbij gaat'?

Diverse cultuurinitiatieven stelden deze zomer zelfs kritisch dat het hoogtepunt al voorbij is. De huurprijzen stijgen, de velden worden volgebouwd, en de overheid gebruikt wel het imago van kunst, maar wil er de portemonnee niet voor trekken. Een officiële kunsthal, zo stellen ze, zou een begin zijn. Na talloze debatavonden struikelde het plan toch nog over 'geldgebrek'.

Hackert is echter sceptisch over deze nieuwe roep om subsidies: 'Bij Berlijn past geen kunstmatigheid. Vrijheid heeft altijd een zekere compromisloosheid.' Als er dan toch gesubsidieerd dient te worden, dan eerder 'meer middenstandsbedrijven in de stad. Daar zitten de verzamelaars, díe staan aan de basis voor een gezond kunstklimaat.'

Of hij wil of niet, Van Lieflands oplossing voor zijn eigen geldgebrek zal de komende tijd daarom nog typisch Berlijns selfmade moeten zijn. Om Autocenter onafhankelijk te kunnen laten functioneren, heeft hij vorige week een veiling georganiseerd. Ingevlogen werd een vlotte Brit van het rijke veilinghuis Philips de Pury uit Londen; bekende namen stelden een werk ter beschikking, zoals Richter en Eliasson.

Duidelijker kan de paradox van de kunststad Berlijn zich niet tonen. Anno 2011 vindt een duur Londens veilinghuis het spannend boven de Lidl in een Oost-Berlijnse buitenwijk te staan, en er eventueel zelfs 'ontdekkingen' te doen. Maar 's avonds vliegen ze dan wel weer snel naar Londen, waar het geld te verdienen is.

Hoe lang deze 'wrijvingskracht' van Berlijn nog zal werken? Van Liefland: 'Nu is Berlijn ideaal voor kunstenaars, maar hoe het over vijf jaar is, kan ik niet zeggen'. Slechts één ding is zeker: 'Vijftien jaar geleden, toen het allemaal nog moest beginnen, zei men ook al dat het hoogtepunt weer voorbij was.'

------------------------

Nicole Hackert, galerist

In het culturele hart van de stad, bij de galerie Contemporary Fine Arts op het Museumsinsel, huist Nicole Hackert, één van de bekendste galeristen van de stad. Volgens Hackert is de toegenomen concurrentie onder kunstenaars het grote voordeel van Berlijn: 'Het scherpt de ogen.'

------------------------

Beter dan A'dam

Zondag worden verkiezingen in Berlijn gehouden. Cultuur is de laatste paar jaar marketing geworden voor de stad. De roep om een moderner kunstbeleid wordt daardoor krachtiger. In tegenstelling tot de subsidies voor grote theaters, opera's en oude kunst is er in Berlijn weinig beleid rond hedendaagse kunst.

Tot nu toe had de opmars tot grootste 'kunstenaarsmagneet' overigens niets met subsidies te maken. Een recente studie laat zien dat de opkomst van Berlijn vooral een gevolg is van de dynamiek die ontstond na de val van de Muur: de 'levendige sfeer' in de stad, de 'andere kunstenaars' en de goedkope werkruimtes.

Onder Nederlandse kunstenaars in Berlijn hoor je geregeld dat ze het contrast voelen met de stemming in Nederland. Amsterdam wordt gezien als een stad waar 'niets meer mag'. Ook laten kunstenaars vaak hun afkeer blijken van de harde toon in het Nederlandse politieke debat.

undefined

Meer over