Belgische strontkoker reikt tot Waddeneilanden

Voilà, de aars van Brussel. In een woestenij van industriële archeologie - vervallen loodsen, geblakerde ketels en een doordringende teergeur - gorgelt een bruingrijze drab een tunneltje uit, en via een metersdiepe greppel zo het riviertje de Zenne in....

ROB GOLLIN

Van onze correspondent

Rob Gollin

BRUSSEL

In deze smeerpijp naast het modderige terrein van een gemeentewerf tussen Vilvoorde en Brussel verzamelt zich alle derrie van de hoofdstad: de uitwerpselen, het straatvuil, het bedrijfsgif; alles dobbert ongehinderd met de Zenne noordwaarts. 'Noem één toxische stof, en je zult hem hier aantreffen.' Marcel Rijdams, voorzitter van de milieuvereniging Grenzeloze Schelde, staart vanaf een bruggetje somber naar de Zenne, waar het water langs de oevers dubieuze kleurtjes aanneemt. 'Dit is een Belgische schande. De gevolgen strekken zich uit tot aan jullie Waddeneilanden.'

Niet alleen milieuactivisten schamperen. Vorige week werd duidelijk dat ook de Europese Commissie haar geduld verliest. Commissaris Ritt Bjerregaard van Milieu liet via haar woordvoerder weten dat Brussel meer vaart achter de zuivering van het afvalwater moet zetten, anders dreigt een proces voor het Europese Hof van Justitie. Dwangsommen kunnen oplopen tot bijna vier ton per dag. 'Kotsbeu' is de commissie volgens de woordvoerder de lozingen. Mogelijk voelt het EU-bestuur zich een tikkeltje bezwaard: ook de bolussen van de Europese ambtenarij glibberen de Zenne in.

Feitelijk was al een ultimatum verlopen. Volgens een Europese richtlijn hadden in december 1998 alle agglomeraties met meer dan honderdduizend inwoners over zuiveringsinstallaties moeten beschikken. Milaan faalde, maar ook Brussel, kloppend hart van Europa, reinigt nog steeds geen druppel. Dat het er niet van is gekomen, wordt alom toegeschreven aan de moeizame bestuurlijke verhoudingen. Brussel produceert goeddeels de viezigheid maar heeft er niet zo veel last van. De stank is voor Vlaanderen. 'Het is eigenlijk één grote Belgenmop', zegt een raadslid van de milieupartij Agalev.

De furieuze reactie van de verantwoordelijke minister van het Brusselse gewest, Didier Gosuin, op het Europese dreigement, sprak ook boekdelen. Niet het gewest, maar de staat was in gebreke gebleven. Niets dan schulden en loze beloften vormden in 1989 de erfenis, toen Brussel van de landelijke overheid bevoegdheden overnam. Miljárden franken zijn geïnvesteerd in de haveninstallaties van Zeebrugge, en hoeveel is hier waargemaakt van de beloofde compensatie in de vorm van waterzuivering? 'Precies 0,0 frank.'

Nee, het gewest heeft er juist vaart achter gezet, betoogt Gosuin. Binnenkort komt een eerste station gereed, in Anderlecht, vlak voordat de Zenne ondergronds gaat. En in 2003 treedt een veel grotere installatie in werking, aan de monding van de moeder aller strontkokers in het noorden van de stad. 'En die mega-investeringen komen volledig voor rekening van de Brusselse inwoners.'

Dan moet er nog wel een oplossing worden gevonden voor de vraag wie straks wat gaat bijdragen in de exploitatie. De stations zullen ook Vlaams en Waals water gaan reinigen. Zie maar eens een eerlijke verdeelsleutel te vinden.

Volgens Rijdams van Grenzeloze Schelde is het verweer van Gosuin al te makkelijk. Zo kordaat is er niet opgetreden. Voor de bouw van het grote zuiveringsstation in het noorden is notabene in 1981 al grond aangekocht. De bouw is nog niet eens aanbesteed. Er is wel enig begrip: het gewest heeft jaarlijks vijftig miljard franken op de totale begroting; de aanleg van beide installaties wordt geraamd op bijna twintig miljard. Waarschijnlijk zal het bedrijfsleven de stations in concessie gaan beheren.

Het besef in Brussel dat een smerige Zenne niet best is voor de gezondheid dateert al van 1866, toen drieduizend inwoners stierven door de cholera. De rivier werd verlegd en overwelfd. Maar pas toen in de loop van de jaren zeventig het milieubesef de kop opstak, borrelde ook de zorg over de al bijna vergeten dikke darm onder het Brussels plaveisel op. Volgens Rijdams houden de meeste grote bedrijven zich inmiddels redelijk aan een verscherpte milieuwetgeving. Wel schiet de controle op kleine ondernemingen tekort. Rioolarbeiders vertellen dat ze nog geregeld in wolken verfverdunners werken, afkomstig van spuiterijen, of dat ze soms waden in ondefinieerbare kleverige substanties. Van kantonniers verder stroomafwaarts van de Zenne komt het verhaal dat op werkdagen steevast binnen twee uur na de lunchpauze tróssen condooms voorbij komen drijven.

Rijdams wil niet de indruk wekken dat alleen Brussel verantwoordelijk is voor de vervuiling van de Zenne. Op een bedrijfsterrein in Anderlecht, langs de wasstraat voor de TGV, zwenkt het riviertje al troebel en loodgrijs in de richting van het centrum. Ze is dan al gevoed door landbouwgif en het afvalwater van zware industrie bij Tubize in Wallonië. Ook Vlaamse gemeenten ten zuiden van Brussel doen weinig om de daar al reutelende rivier te sparen.

Brussel ziet geen reden meer om zich te schamen. De drie bassins van het eerste rioolwaterzuiveringsstation in Anderlecht naderen hun voltooiing. Minister Gosuin heeft commissaris Bjerregaard en haar 'onstuimige' woordvoerder - - citaat uit de officiële reactie - uitgenodigd voor een bezoek. 'Dan kunnen ze zien dat er geen reden is voor hun zo onbezonnen geuite vrees.'

Langs de smeerpijp in het noorden van Brussel staat een reiger. Rijdams is verbaasd. 'Wat moet die nu hier?' Aan de oevers van de Zenne heeft kennelijk zelfs de natuur haar geduld verloren.

Meer over