Belgische flierefluiter zit Limburgse sappelaar dwars

Jean-Claude Vangeenberghe rijdt paard en springt daarmee over oxers voor zijn plezier. De centen zijn voor hem, gefortuneerd zoon van een niet minder gefortuneerde vader, slechts bijzaak....

Van onze verslaggever

Martien Schurink

AKEN

Het maakt Vangeenberghe niet zo gek veel uit of hij wint of verliest. Het leven lacht hem toch wel toe. Hij is volkomen relaxed op concoursen en hangt zelfs voor het begin van belangrijke wedstrijden nog de lolbroek uit. Hij jaagt zichzelf niet op en zet evenmin zijn paarden onder druk. Trappen ze een hindernis omver? Even goede vrienden. Brengen ze hem als winnaar over de finish? Mooi meegenomen.

Kort voor de Grote Prijs was menig ruiter de spanning aan te zien. Ehrens stond strak als een veertje, maar dat was nog niets in vergelijking met de druk waaraan de Duitsers bloot stonden. Bondscoach Meyer had de 45 duizend toeschouwers in het stadion zwart op wit een Duitse winnaar beloofd. Franke Sloothaak, de wereldkampioen van Den Haag, of anders wel Olympisch kampioen Ludger Beerbaum. En volgens Meyers artikeltje in het programmablad - 'Ein Deutscher gewinnt' - was ook Lars Nieberg zeker in staat de patriotische gevoelens van het paardevolk te strelen.

Vangeenberghe hield er voor het gemak maar helemaal geen verwachtingen op na. Hij had in de dagen voor de Grote Prijs in het rijderskwartier gegrapt dat hij wel even de de hoofdprijs zou winnen. Zoals hij dat twee jaar geleden, min of meer bij toeval, in hetzelfde stadion ook had gedaan. Vangeenberghe nam zichzelf uiteraard niet serieus en zijn concurrenten wisten maar al te goed dat de Belg hen alleen maar wilde opnaaien. Met die rare Belg viel altijd wel wat te lachen.

Maar dat lachen verging ze gauw. Na Jan Tops, die in de eerste barrage met Top Gun tegen een balk aanliep, verrastte Vangeenberghe vriend en vijand, en vooral zichzelf, door zijn merrie Freestyle feilloos en in een waanzinnig tempo, 50,34 seconden, over de zeven hindernissen te sturen. Niemand kon daaraan tippen. De Fransman Godignon, de nummer twee van het eindklassement, waagde een vermetele poging, maar faalde. Sloothaak belandde na een springfout van Joly Coeur in de achterhoede. En Beerbaum kreeg er bij Rush On de gang maar niet in.

Vangeenberghe stond perplex. Dat had de flierefluiter toch nooit durven dromen, voor de tweede keer de Akense Grote Prijs winnen, en dat nog wel met een paard dat hij twee jaar geleden had willen verpatsen. De Belg, die leeft van de rente en de handel, had Freestyle vorig jaar aangeboden aan Romo Garza, een paardengekke Mexicaan.

Hij zou er nog één kunstje mee uithalen, was bij de transactie afgesproken, en wel bij de Wereldruiterspelen in Den Haag. Het werd niets met dat kunstje. Freestyle weigerde in de landenwedstrijd te springen en werd door de jury naar de kant gehaald. Romo had ineens geen trek meer in de merrie.

Freestyle raakte daarna aan het sukkelen. Zij werd getroffen door een koliekaanval en moest maanden rust houden. Pas sinds begin dit jaar is de merrie weer de oude en sinds gisteren zelfs meer dan dat. De aspirant-kopers zullen zich de komende dagen ongetwijfeld melden bij de handelsstal van de Belg in het Westvlaamse Moorsele. Maar ze zullen dan wel met veel geld over de brug moeten komen. 'Ik zal de prijs zo hoog opschroeven dat er niet zo gauw iemand zal toehappen.'

Dat is dan jammer voor Rob Ehrens. De Limburger is al sinds 1988 op zoek naar een paard dat hem kan terugvoeren naar de internationale top. Twee jaar geleden nam hij voor een zacht prijsje Jonggor's Stolen Thunder over van een Australiër. Een gouden greep, zoals in het Akense stadion bleek, maar het volbloedje is met zijn zestien jaar al aardig op leeftijd en kan hooguit nog twee jaar mee.

Nog is Stolen Thunder niet versleten. Ehrens haalde bij de ruin alles uit de kast, want de hoofdprijs, een kleine tachtigduizend gulden, was niet te versmaden. De viervoeter spoot weg en was na 49,98 seconden alweer terug bij af. De snelste tijd van alle negen barrageklanten, maar helaas voor Ehrens was er onderweg een balkje gevallen en dus kon hij fluiten naar de poet.

Opnieuw moest hij ervaren dat de weg terug naar de top lang is, veel te lang naar zijn zin. De Noordlimburger behoorde van 1980 tot en met 1988 tot de internationale elite, eerst met Koh-I-Noor en Oscar Drum, later met Surprise en Olympic Sunrise. De eigenaar verkocht Sunrise na de Spelen van Seoul. Ehrens, teleurgesteld en boos, zei de man vaarwel en vestigde zich als kleine zelfstandige.

Ehrens bezat alles, stuurmanskunst, een volle prijzenkast, een eigen stal, een stel jonge paarden, maar net die ene topper niet. Hij struinde stad en land af op zoek naar een topper in de dop, maar die bleek onvindbaar. Het was om moedeloos van te worden. Ehrens verdween langzaam maar zeker uit beeld. Uiteindelijk werd hij alleen nog maar op kleine concoursen in de provincie gesignaleerd.

Sinds enkele maanden zit er dan eindelijk weer wat schot in. Hij werd opgenomen in de nationale B-selectie en mede door zijn goede presteren tijdens CHampion Arnhem werd hem door bondscoach Horn een startbewijs voor Aken uitgereikt. Ehrens greep die kans met beide handen aan. Hij presteerde niet onverdienstelijk tijdens de landenwedstrijd en was in de Grote Prijs de beste Nederlander.

Nu mag hij al dromen van uitzending naar de Europese titelstrijd, in september in Sankt Gallen. Maar hij rekent vooralsnog nergens op. Het ligt voor de hand dat bondscoach Horn de voorkeur geeft aan Lansink die zich niet had gekwalificeerd voor de Grote Prijs en zaterdag al de terugreis naar Twente aanvaardde. Ehrens zal er niet wakker van liggen. 'Ik heb zoveel ellende meegemaakt dat ik beter dan wie ook tegen verliezen kan.'

Meer over