'België hangt achter het Franse locomotiefje'

Willy Claes (65) was secretaris-generaal van de NAVO, vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken van België...

- Bent u in staat het drastische Belgische nee tegen de oorlog uit te leggen?

'Dat is niet zo moeilijk. Het uitgangspunt is gezond verstand: interventies alleen als ze internationaal gedekt zijn en alleen als alle middelen zijn uitgeput. Wat betreft het verbod op Amerikaans wapentransport door België. Dit is een klein land, zoiets is voor ons a bridge too far.

'Als klein land moet je bruggen bouwen. Als je te veel moraliseert, dreig je daarvoor cash te betalen. Je loopt het risico in het brede economische dossier met je gezicht tegen de muur te lopen. Wij bevinden ons nu in een weinig benijdenswaardige positie, ons wagentje hangt achter het toch al niet impressionante Franse locomotiefje.'

- België gidsland?

'Die houding houdt verband met de samenstelling van de regering. Niet het klassieke patroon rood-geel (socialisten en christendemocraten, red.). Dat had een neutraliserend effect op het buitenlands beleid. Het ''rood en groen'' van Paars heeft de neiging op de linkerzijde te dribbelen. Afgezien daarvan is het wel zo dat het Belgische standpunt de publieke opinie weerspiegelt. Dat is in Nederland niet zo. Dat geldt voor alle regeringen die zich vierkant achter de Amerikanen opstellen.'

- Hoe ernstig is de situatie in de NAVO?

'Zonder te willen dramatiseren, kan ik deze crisis toch niet minimaliseren. Een algemene breuklijn tussen de beide zijden van de Atlantische Oceaan, én een breuk in de Unie.

'We moeten nu al werken aan de scenario's voor het Irak van na de oorlog. Wat er nu gebeurt, is niet goed, voor Washington noch voor Brussel.

'Het proliferatiegevaar van massavernietigingswapens geldt ook voor Europa, net als het gevaar van terrorisme. De coördinatie van de strijd daartegen is een absolute must.'

- Had de NAVO in deze oorlog een rol moeten spelen?

'Nee. Na de ervaringen in Kosovo, waar veel te lang werd gedelibereerd, zelfs over concrete doelen, hebben de VS besloten het geweer op de andere schouder te leggen. Op de lange termijn ligt er wel een taak voor de VN. Ik herinner aan een zwaar gekritiseerd interview dat ik in 1995 gaf, waarin ik waarschuwde voor de gevaren van het fundamentalistisch terrorisme. 11 September was echt geen openbaring. Het laatste kwart van de twintigste eeuw werden we al geregeld met terreur geconfronteerd. We zijn geneigd het te vergeten, maar de gijzeling en de moord op de Israëlische atleten in München gebeurde al in 1976. Voor mij was duidelijk dat die dreiging moest worden ingebouwd in een strategie.'

- Wat is er na die uitspraak van u gebeurd?

'Dat interview werd onder de mat geveegd, het kwam tegenover de Arabische vrienden niet zo goed uit om over fundamentalisme te praten. Ik herinner aan president Clinton. Die zei al in 1993, toen de eerste aanslag op het WTC werd gepleegd, dat de strijd tegen het terrorisme een strategische pijler zou worden. Ik denk stellig dat wij nu de prijs betalen voor het verkeerd inschatten van die uitdaging. Noord-Korea is een ander voorbeeld. Het is niet van gisteren dat die Koreaantjes met rakettechnologie spelen. Wij hebben dat opzettelijk te laag ingeschat. Het verdeelde Europa is niet in staat daaraan het hoofd te bieden. Wij kijken graag naar de buren, en als die dan op de unilaterale toer gaan, dan hebben we kritiek, voor een stukje terecht.'

Meer over