Belgen zijn geen enthousiaste Europese minnaars

Wat Balkenende en Bot niet lukte, denkt de Belgische regering wel te kunnen: de bevolking een ‘ja’ ontlokken voor de Grondwet....

Karel De Gucht noemde premier Balkenende niet enkel een ‘mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid’. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken wist nog iets zeker: een referendum over de Europese Grondwet zou in België wél een ‘volmondig ja’ hebben opgeleverd. Toch heeft het Belgische parlement afgezien van een volksraadpleging.

Is België, ingeklemd tussen twee buren die ‘nee’ en ‘non’ zeiden, inderdaad zo pro-Europees als De Gucht denkt? ‘Hij lijdt toch aan enige zelfoverschatting’, oordeelt socioloog Mark Elchardus, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). ‘Een referendum zou kantje boord worden’, vermoedt de Leuvense hoogleraar Marc Hooghe, politicoloog.

Hun pessimisme strookt niet met de Eurobarometers, de opiniepeilingen in opdracht van de Europese Commissie. In maart bleek de fiducie van de Belgen in de Europese instellingen groter dan het vertrouwen in de Belgische politiek: 70 procent ‘gelooft’ in het Europese Parlement, terwijl 49 procent het nationale parlement wantrouwt. 68 Procent heeft vertrouwen in de Europese Commissie, terwijl 57procent de regering-Verhofstadt afwijst.

‘Anders dan in Nederland gebruiken Belgische politici de EU niet als zondebok voor impopulaire maatregelen’, zegt prof. Mario Telo van het Franstalige instituut voor Europese studies van de Université Libre de Bruxelles (ULB). ‘België beseft voortdurend dat wat je zelf niet kan oplossen, je vaak wel een treetje hoger kan regelen.’

In België bestaat, aldus Telo, een ‘pro-Europese nationale consensus’. Socialisten, christen-democraten en liberalen in Vlaanderen en Franstalig België ‘scharen zich al zestig jaar achter de Europese integratie. En ook de jongere Groene partijen zijn voor.’

Maar die liefde is bepaald niet van ganser harte, analyseert de Leuvense politicoloog Hooghe. ‘Wij Belgen zijn geen enthousiaste Europese minnaars. Maar welke keus hebben we? De Europese instellingen zijn grotendeels in onze hoofdstad gevestigd en dat levert veel werkgelegenheid op. Zouden we het aandurven nee te zeggen?’

Bovendien, vervolgt Hooghe, ‘als we ook al nee zeggen tegen Europa, wat resteert er dan? Een aantal onnozele gewestjes.’ Want van liefde voor de Belgische federale staat lopen de Walen, Vlamingen en Brusselaars óók al niet over.

Dat gebrekkige nationalisme verklaart voor hem waarom de euroscepsis in België amper heeft postgevat. Daarvoor moet er een zekere mate van nationale trots zijn. En België roept dat gevoel bij zijn onderdanen kennelijk nauwelijks op.

Zou een referendum niet toch kunnen sneuvelen door dissidente geluiden vanuit de gevestigde partijen? In Frankrijk ondermijnde oud-premier Laurent Fabius immers het positieve stemadvies van zijn eigen socialistische partij.

Dat zou, menen Elchardus, Hooghe en Telo gezamenlijk, ondenkbaar zijn bij de Vlaamse socialisten (SP.A) of de Franstalige Parti Socialiste (PS). Niemand zou de rol van dwarsligger Laurent Fabius op zich hebben genomen. Zo heeft voorzitter Elio di Rupo van de PS de touwtjes strak in handen.

‘Di Rupo mag klagen over het sociale gehalte van Europa, hij weet dat zijn zwakke provincie Henegouwen honderden miljoenen euro steun krijgt van de EU’, zegt Hooghe. ‘Die houdt zich alleen al daarom gedeisd.’

Toch durfden de Belgische politici zich na lang beraad niet te wagen aan een referendum. Het kleine Franstalige Front National zou weinig nee-stemmers mobiliseren, het grote Vlaams Belang des te meer. Filip Dewinter zou ongetwijfeld de partijkas flink hebben aangesproken voor een harde en effectieve nee-campagne.

‘Dan was in Vlaanderen het debat niet over de Grondwet gegaan, maar over het lidmaatschap van Turkije’, zegt socioloog Elchardus. ‘Het valt op dat premier Verhofstadt, in theorie een groot pleitbezorger van directe democratie, toch liever deze beker aan zich liet voorbijgaan.’

Politicoloog Hooghe vermoedt dat de Franstalige Belgen ook nog wel eens tot een ‘non’ hadden kunnen besluiten. ‘De dienstenrichtlijn van Bolkestein stuit er op verzet. En de Walen laten zich enorm leiden door wat de Fransen doen. Zij hadden zich vast laten inspireren door het Franse ‘non’.’

Maar dat weerspreekt Mario Telo met klem. ‘Zo groot is de Waals-Brusselse zelfidentificatie met Frankrijk niet’, oordeelt de hoogleraar van de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel. ‘Het Vlaams Belang had ongetwijfeld meer risico opgeleverd.’

Hoe dan ook: de Belgische kiezer wordt niks gevraagd. Kamer en Senaat hebben de Grondwet met overweldigende meerderheid goedgekeurd. Wel moeten de deelstaten Wallonië, Brussel en Vlaanderen nog akkoord gaan.

Meer over