Belastende en ontlastende feiten Ahold-proces

Een overzicht van de feiten die in het nadeel en in het voordeel van de voormalige Ahold-bestuurders Michiel Meurs en Cees van der Hoeven spreken....

Belastende feiten
  • De handtekening van de oud-bestuurders staat onder tegenstrijdige contracten die volgens deskundigen aan de accountant hadden moeten worden overhandig. voor de accountant werden achtergehouden.
  • De verdachten erkennen dat zij in de fout zijn gegaan door te zwijgen over deze contracten. Meurs heeft verklaard de werking van de gewraakte contracten duidelijk te hebben uitgelegd aan zijn baas. Die ontkent dit.
  • Het is moeilijk te geloven dat managers van dit niveau niet inzagen dat zij fraude pleegden.
  • De accountant beweert de Aholdtop tijdig te hebben gewaarschuwd. De oud-bestuurders ontkennen dit. Het concern heeft de buitenlandse omzetten alsnog van die van Ahold afgetrokken en een schikking getroffen met het OM, de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC en beleggers.uiteindelijk besloten de omzet van het concern flink te verlagen.
  • De oud-bestuurders verzuimden een verplichting (put-optie) in de boeken te zetten, wat het vermoeden versterkt dat ze vooral bezig waren geldstromen ten onrechte aan te dikken.
Ontlastende feiten
  • Ahold telt al sinds 1992 de omzet van buitenlandse partners volledig mee, ook al is het maar voor de helft eigenaar. Accountant Deloitte klaagde daar tot 1997 niet of nauwelijks over en stelde zelf voor de zeggenschap te formaliseren met een side letter.
  • De omzet van Ahold was weliswaar veel hoger door het bijtellen van buitenlandse partners, maar de winst werd altijd gecorrigeerd.
  • De accountant heeft volgens een onafhankelijke deskundige zitten slapen. Deloitte had ‘eerder wantrouwen moeten en kunnen koesteren’.
  • Van der Hoeven tekende soms aantoonbaar zo veel brieven op een dag, dat hij onmogelijk alles eerst kon lezen.
  • Meurs heeft in een laat stadium voorgesteld de brieven toch te melden, maar mocht dat niet van Van der Hoeven, zijn baas.
  • De oud-bestuurders zeggen ‘naïef’ en in het belang van de onderneming te hebben gehandeld. Zij waren niet bezig met zelfverrijking.

Meer over