NieuwsMigratiebeleid

Belangrijkste adviesorgaan: kabinet moet actiever migratiebeleid voeren

De overheid moet een actiever, structureel beleid voeren voor migratie en integratie. Daarbij moet beter worden gekeken naar de grotere verscheidenheid in herkomst en minder naar de klassieke migrantengroepen. Er dienen inburgeringsvoorzieningen te komen voor alle migranten, ook uit de Europese Unie en ook voor kennismigranten die nu niet inburgeringsplichtig zijn.

Twee Colombiaanse kennismigranten in het expatcentrum in het WTC in Amsterdam. Beeld Olaf Kraak
Twee Colombiaanse kennismigranten in het expatcentrum in het WTC in Amsterdam.Beeld Olaf Kraak

Daartoe roept de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op in het nieuwe rapport Samenleven in verscheidenheid dat maandag wordt aangeboden aan Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De ministerraad is verplicht te reageren op de bevindingen van de WRR, die wordt gezien als het belangrijkste adviesorgaan voor de regering.

Het integratie- en migratiebeleid schommelt al jaren en is geworteld in een wereld van gisteren, zegt Godfried Engbersen, hoofdauteur van het rapport. ‘Als we de afgelopen zestig jaar bekijken, zijn er steeds wisselingen van beleid, opbouw en afbouw. De nieuwe realiteit is dat Nederland een grote aantrekkingskracht uitoefent op migranten uit alle delen van de wereld, dat gaat niet veranderen.’

Sinds 2015 ontving Nederland meer dan 200 duizend migranten per jaar. De verwachting is dat dit patroon zich zal voortzetten wanneer de pandemie voorbij is. Migranten komen niet meer alleen uit een beperkt aantal landen, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen. De nettomigratie voor die landen was zelfs negatief: er verlieten meer mensen Nederland dan er bijkwamen.

Meer lokale variatie

Naast de grotere verscheidenheid is er ook een grotere ‘vlottendheid’ te zien in de migratie; steeds meer migranten zijn passanten en vertrekken na een tijdelijk verblijf weer. Na vijf jaar is meer dan de helft van de migranten vertrokken. Denk daarbij aan arbeidsmigranten uit Europa, expats en internationale studenten. Ook daar moet het beleid beter op toegerust worden.

Aangezien de verschillende groepen sterk verschillen per gemeente – in het Westland vestigen zich vooral tijdelijke arbeidsmigranten, in Amstelveen kennismigranten uit Azië – zou er volgens het WRR-rapport ook meer lokale variatie in het beleid moeten worden aangebracht. Engbersen: ‘Daarvoor moeten gemeenten dus wel adequaat worden ondersteund, financieel en juridisch.’

Tegelijkertijd roept het rapport op tot een sterkere regie van de overheid. Om te zorgen dat alle migranten zich welkom voelen en snel wegwijs gemaakt worden, beveelt het rapport aan om één plek in te richten waar alle migranten terechtkunnen voor alle vragen over huisvesting, scholen en inburgering. Engbersen: ‘Nu is er voor elke groep een ander loket. Veel te gefragmenteerd.’

De overheid moet af van een beleid dat vooral is gericht op integratie, zegt Engbersen. ‘Het beleid zou meer toegespitst moeten zijn op samenleven. Ook richting gevestigde burgers. In wijken waar de verscheidenheid groter is, zien we dat mensen zich minder thuis en onveiliger voelen. Er is structureel beleid van de overheid nodig om te voorkomen dat burgers zich verder terugtrekken in eigen kring en om het onbehagen in de samenleving te verkleinen.’

Meer over