Béla Tarr niet goed begrepen

Gus Van Sant blijft een regisseur van uitersten. In het begin van zijn carrière maakten dwarse films als Drugstore Cowboy (1989) en My Own Private Idaho (1991) hem tot een van de boegbeelden van de Amerikaanse onafhankelijke cinema....

Jan Pieter Ekker

Tijd voor iets heel anders, moet Van Sant hebben gedacht. Hij kopieerde Hitch cocks Psycho scène voor scène, en deed zijn Good Will Hunting nog eens dunnetjes over met Finding Forrester.

Nu keert hij Hollywood de rug weer toe met het allesbehalve commerciële Gerry, een even compromisloze als hermetische film.

Gerry opent met beelden van een oude bruine BMW op een verlaten weg in een adembenemend berglandschap. Langzaam nadert de camera de auto, om hem vervolgens weer bijna uit het oog te verliezen. De filmtitel komt niet in beeld; ook de openingscredits ontbreken, maar de jongen op de passagiersstoel is zo ook wel te herkennen: het is Hollywood-ster Matt Damon. De chauffeur is Casey Affleck, de broer van Ben, die eerder een rolletje speelde in Van Sants geslaagde satire To Die For (1995).

De twee wisselen geen woord. Ook het geluid van de auto is niet hoorbaar. Alleen Arvo Pärts Spiegel im Spiegel klinkt, piano- en vioolmuziek die al te vaak is misbruikt om beelden van platgebombarbeerde huizen en steden extra kracht bij te zetten of een ongerijmde beeldenbrij een quasi-filosofisch tintje te geven.

Pas als de BMW stopt aan het begin van een wandelroute, is het eerste omgevingsgeluid hoorbaar. De twee mannen, die elkaar Gerry noemen, besluiten een wandeling te gaan maken. Om andere toeristen te ontlopen, verlaten ze de platgetreden paden in de aanvankelijk nog gecultiveerde wildernis. Niet veel later zijn ze verdwaald.

Ze lopen en lopen. Naast elkaar en achter elkaar. Dicht bij elkaar, ver van elkaar. In lang aangehouden, statische shots. Na een dag gaan ze ieder huns weegs, om elkaar toch weer tegen het lijf te lopen. Gerry en Gerry - het klinkt als een mop - zijn op elkaar aangewezen.

Als ze al praten, gaat het over hun avontuur - en wordt de kijker nog niet veel wijzer over hun achtergronden en drijfveren. In eerste instantie maken ze grapjes, maar als uren dagen worden en de ontberingen almaar groter, maakt de luchtigheid plaats voor achtereenvolgens twijfel, paniek, verwijten, waanzin en berusting.

Van Sant, Affleck en Damon waren gedrieën verantwoordelijk voor het scenario (en de montage) van Gerry. Het is gebaseerd op een krantenbericht over twee jongens die tijdens een trektocht verdwaalden en dagenlang door de woestijn zwierven. Eén overleefde de hel. Wat er met de ander is gebeurd, is nooit opgehelderd. Ook een rechtszaak heeft geen duidelijkheid gebracht over de vraag of hij door zijn vriend is vermoord, of dat er sprake was van euthanasie om verder lijden te besparen.

Het werk van de Hongaar Béla Tarr (die op de aftiteling wordt bedankt) en wijlen Andrej Tarkovski waren volgens Van Sant zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Hij heeft niet goed gekeken of het niet goed begrepen.

Bij de Hongaar en de Rus zijn de statische shots, de tergend trage camerabewegingen, en de spaarzame dialogen een vertaling van de diepere boodschap. Bij Van Sant is het andersom. De fraaie opnamen van prachtige landschappen en vergezichten, van wolkenformaties en zonsondergangen (door Harris Savides gefilmd in Argentinië, Death Valley in Californië en Great Salt Lake in Utah) moeten een existentialistische, metafysische of mythische boodschap suggereren.

Je kunt bij deze pseudo-waaghalzerij inderdaad denken wat je wilt. In het echt, bij traag overwaaiende wolken, kan dat ook. Gerry is gebakken lucht.

Meer over