Bekrompen ruziemakertjes spelen Opperste Sovjet

De top van de CPN bestond lang uit gelovigen die de feiten graag door dogma's lieten verdringen. Dat werd vooral ook duidelijk toen de tv haar intrede had gedaan en de arbeiders een heel andere wereld te zien kregen....

JAN JOOST LINDNER

GER VERRIPS was in de jaren vijftig een jonge onderwijzer die snel omhoog klom in de Communistische Partij Nederland. Er waren veel van dezulken: Gerben Wagenaar, Ger Harmsen, Marcus Bakker, Henk Hoekstra en later Gijs Schreuders. Leider Paul de Groot hield ervan jong talent op te kweken in zijn denkwijze. Maar als ze te eigenwijs werden en/of te invloedrijk, waren de vreugde en de vriendschap abrupt over. De CPN bood veel geborgenheid en (opgeklopte) strijdromantiek, maar onder strikte voorwaarde van conformisme.

Als journalist van De Waarheid werd Verrips in de jaren zestig een keer achterbaks behandeld. Toen begon de twijfel toe te slaan. Toch duurde het tot 1975 voordat hij definitief brak met de CPN. ('Ik heb daarna een veel prettiger leven gehad'). Hij schreef enkele - weinig levensblije - romans en besteedde veel jaren aan zijn nu verschenen studie.

Het is, zoals hij ook beoogde, een afstandelijk, bijna klinisch werk geworden. Verrips laat een enorme hoeveelheid feiten en feitjes spreken; enig commentaar schemert hooguit door in het korte, samenvattende slothoofdstuk. Aldus heeft hij de voordelen van het insider-zijn kunnen behouden, maar zonder de nadelen van het herbeleven en het vereffenen van uitstaande rekeningen.

Deze imposante studie vult veel witte plekken op, mede dank zij de oral history. Getuigenissen en herinneringen bieden verrassende doorkijkjes in deze goeddeels afgesloten wereld. Zo vertellen lokale actievoerders hoe hoofdstedelijke CPN-bestuurders dwars door de besluitvorming van stakende arbeiders fietsten met 'schijnradicale' eisen (10 procent erbij voor iedereen). Die eisen werden door de betrokkenen irreëel gevonden en schaadden juist de actiebereidheid. Ook blijkt dat lokale CPN'ers spontane stakingen van anderen voor zich opeisten - tot woede van de initiatiefnemers - zodat ze er tegenover de partijtop goede sier mee konden maken.

Verrips heeft een bewonderenswaardig werk geschreven, ook al kunnen er nogal wat bezwaren worden aangevoerd. Vooral de leesbaarheid valt tegen. Eigenlijk is dit boek alleen voor geïnteresseerden met doorzettingsvermogen aan te raden, ook als naslagwerk. Lang niet alle details en getuigenissen blijken onmisbaar. Sommige kleinzielige ruzies en persoonlijke voorvallen zijn vooral triviaal en irritant. De CPN was vaak boeiend en soms enigszins belangrijk, maar veel CPN-gedoe was ronduit dom, irritant en niet waard zo gedetailleerd te worden opgeschreven. De habituele gemelijkheid van de meeste actoren werkt onprettig.

Verrips' belangstelling lijkt eenzijdig gericht. De CPN-geschiedenis tot en met de grote zuiveringen van 1958 krijgt veel meer aandacht dan de periode daarna. De toch curieuze veertien jaar na Paul de Groot's val worden in veertig bladzijden (van de 530) afgedaan. De auteur blijkt een bijzondere belangstelling te hebben voor de interne strijd aan de top en - daarmee verbonden - voor de internationale contacten (uiteraard vooral met de Sovjet-Unie). Die waren lange tijd het monopolie van Paul de Groot, die in de jaren zestig op eigen houtje pro-Chinees werd. De lokale, actievoerende CPN, het bestuurswerk in gemeenten en vooral het parlementaire werk komen tekort, terwijl die toch het gezicht van de CPN vormden. Marcus Bakker speelt een wonderlijk bescheiden rol in de studie, al wordt hij in een enkele passage luid geprezen als parlementariër. Waarna Verrips al gauw overstapt naar De Groot's groeiend wantrouwen tegen deze gevierde afgezant.

Hoofdthema van het boek is de wereldvreemdheid van de CPN-top door de decennia heen. Het zijn gelovigen in een heilsleer, die de feiten graag laten verdringen door wensdenken en dogmatiek, die steeds manipuleren met de feiten, of die nu nationaal of internationaal zijn, historisch of actueel. Die manier van doen werd des te hachelijker, toen de televisie en buitenlandse reizen de arbeiders een heel andere wereld toonden dan die van partij en krant.

De nadruk die Verrips op de oorlog legt, is wat meer begrijpelijk gezien de grote rol daarvan in alle propaganda, maar ook in latere interne twisten. Daarbij keken CPN'ers graag over de vreemde analyses en propaganda heen uit de periode tussen het Hitler-Stalin-pact en de Duitse inval in Rusland (juni 1941). In juni 1940 schreef De Groot: 'De voortvluchtige regering heeft achter de rug van het volk ons land aan de zijde der geallieerden in de oorlog gebracht. Het belang der oliekapitalisten schreef dit voor.' Hij riep op het gezag van de Londense regering niet te erkennen en tegenover de bezetter 'een correcte houding' aan te nemen. Drie favoriete woordjes van zijn latere vijanden.

Na juni 1941 ging de CPN voluit in verzet. De partij heeft ontzettend geleden, mede doordat sommige centrale mensen bij martelingen door de SD doorsloegen. Paul de Groot zelf kon in 1942 ternauwernood aan arrestatie ontsnappen, waarbij op hem geschoten werd. Zijn vrouw en dochter werden naar Westerbork gevoerd en kort daarna vermoord. Verrips verklaart hieruit veel van zijn latere obsessies. Ook wordt duidelijk hoe unfair het latere kapittelen van De Groot wegens diens onderduiken was.

Overigens hebben de CPN-leider en diens medewerkers het oorlogsverleden van latere tegenstanders (onder anderen Wagenaar en Gortzak) ook steeds schaamteloos beklad, bijvoorbeeld in het beruchte Rode Boekje, eind jaren vijftig. Ook het Rijksinsitituut voor Oorlogsdocumentatie kreeg ervan langs, toen het de CPN-versie niet volgde. Het aanpassen van het verleden aan meer actuele behoeften was niet alleen een Moskouse hobby.

Bij de CPN heeft steeds een paranoia gehoord. Marcus Bakker legde eens uit dat dat niet alleen door het oorlogsverleden kwam, maar ook door de voortdurende vrees weer in de illegaliteit terecht te komen, bijvoorbeeld in het begin van de Koude Oorlog. Bakker zelf schreef brochures om met de propaganda door te kunnen gaan na een verbod van De Waarheid. Iets wat Romme inderdaad bepleitte, maar wat nooit erg serieus dreigde.

Verrips' studie kent meer voorbeelden van dit half-illegaal leven. Stakingsleiders die op een geheim huisadres zaten in plaats van bij de stakers. Wijken die met een geheime cijfercode werden aangeduid. Dit alles toonde ook angst voor de BVD, die inderdaad de vakbonden waarschuwden voor zich aanmeldende CPN'ers. Maar het was in de ogen van nuchtere arbeiders kinderlijk en omslachtig. Zo'n beetje De bende van de Zwarte Hand.

De achtervolgingswaan zat er al vóór de oorlog in. wat twijfel doet rijzen aan de uitleg van Bakker. Toen was iedereen die kritiek had, of eigen ideeën, al gauw 'een spion' en meestal ook 'ongedierte', 'misdadiger' of (echt erg) 'een trotskist'. Aan eufemismen is de CPN nooit verslaafd geraakt. Verbazingwekkend is hoe snel een vaste kameraad in de strijd ineens een 'agent' van de reactie of van welk oorlogskapitalisme ook kon blijken te wezen.

Dat lag allemaal aan de karakterstructuur van De Groot en ook aan een zekere imitatie van Moskouse politieke zeden. Maar wat in de enorme wereldmacht Rusland vooral afschrikwekkend was, werd in de benauwde Amsterdamse achterkamertjes zielig-ridicuul. Bekrompen ruziemakertjes die Opperste Sovjet speelden met elkaar, en dat decennia lang. In de Groningse golfkarton (Meis, met als leerlinge Ina Brouwer) en in de Rotterdamse haven keken ze er vaak vreemd van op.

De Eenheids Vakcentrale (EVC) koesterde de illusie dat via een fusie met het NVV de communisten de vakbeweging konden domineren, een sierlijke aanloop naar de klassenstrijd. Maar de EVC werd steeds meer een mislukking. Na de opheffing werden eerst veel communisten door het NVV geweigerd. Later, in de jaren zeventig, maakten veel CPN'ers inderdaad carrière in de vakbeweging, maar zij stapten toen uit de CPN. De mislukte EVC was aanleiding voor grote 'zuiveringen' eind jaren vijftig, waarbij de jongere partijtijgers (Verrips incluis) pal achter Paul de Groot bleven staan. Overigens is deze hilarische episode levendiger en inzichtelijker beschreven door Arnold Koper in Onder de banier van het stalinisme (1984).

De Groot werd steeds vreemder, met name in de jaren zeventig, maar toch bleven de veertigers en vijftigers hem braaf en bang volgen. Verrips verwijst naar de traditie van marxistisch/leninistische partijvorming, waarin de leider charismatisch is: Wetgever, Held en Verlosser. De partijtop liet zich tijdens het kabinet-Den Uyl door De Groot de domme leus 'Van Agt eruit, de CPN erin' opdringen. Reden voor Den Uyl om elke samenwerking met de communisten bij voorbaat af te kappen. Waarna de CPN met lege handen stond.

Na de grote nederlaag in 1977 maakte de bejaarde De Groot het zo bont met zijn paranoia en zijn (ineens weer pro-Russische) neo-stalinisme, dat een bibberende leiding hem buiten zette. Hij werd nadien aangeduid als 'ex-Kamerlid', wat voor hem reden was het vignet van de Tweede Kamer van bewaard briefpapier af te knippen. Overigens is de belangrijke CPN-omwenteling wel erg summier beschreven. Een aparte detailstudie lijkt perspectiefrijk.

Na De Groot's vertrek werd de CPN een stuk normaler. Men was minder bot en de zaak functioneerde beter, ondanks alle vleugelstrijd, leden- en kiezersverlies en financiële problemen. Maar na 1985 hielden ook de bevlogen 'kameraden studenten en welzijnswerkers' het massaal voor gezien.

De historicus Ger Harmsen, De Groot's oogappel van 1948 (maar later dissident), noemde de CPN-na-De-Groot 'een vriendelijke beweging waarin alles kon en alles mocht. Toen was het voorbij. De verwarring steeg ten top.' Verrips: 'Een verrassende hommage.' Ook als historisch fenomeen blijft de CPN verrassen.

Jan Joost Lindner

Ger Verrips: Dwars, duivels en dromend - De geschiedenis van de CPN 1938-1991.

Balans; ¿ 69,50.

ISBN 90 5018 251 8.

Meer over