Beklemming, ook al is de afloop bekend

Sleutelfiguur Van Agt is er niet, oud-premier De Jong wel, RMS-president Tutuhatunewa ook. Gegijzelden zijn er, en kapers, en scherpschutters, en mariniers, bemiddelaars en beleidsbepalers van toen....

Nonja Soumokil is er ook, weduwe van de in 1966 door Indonesische militairen terechtgestelde RMS-president en guerillaleider mr. dr. Chris Soumokil. Zij speelde bij beide treinkapingen als contactpersoon een cruciale rol in de afloop ervan, zo onthult de documentaire.

Bij Wijster-1995 (drie doden) zei zij tegen 'de jongens' dat ze moesten stoppen omdat anders 'onze mensen op de Molukken grote problemen zouden krijgen'. Een dag later gaven de Molukse kapers zich over.

Bij De Punt-1997 (acht doden) smokkelde zij een briefje de trein in waarop de naam 'Benin' vermeld stond als land waar de Molukse activisten met een vrijgeleide terecht zouden kunnen. Gesterkt besloten de kapers de gijzeling voort te zetten, waarna de volgende ochtend de militaire ontzetting plaatshad.

Mevrouw Soumokil stemt na enig aarzelen toe in een foto. Maar alleen van hoofd en schouders, want daaronder draagt ze niet de traditioneel-Molukse sarong en kebaja. De bijeenkomst in Utrecht is immers besloten.

'We zijn ons er ten volle van bewust', zegt Carel Kuyl namens gastheer NPS, 'dat deze documentaire zal leiden tot pijn en heftige emoties bij velen van u.' Hij was zijn welkom begonnen in het Maleis.

De eerste ontroering golft door de zaal bij jaren vijftig-beelden van een Moluks bandje in kamp Schattenberg (Westerbork) met een melodie vol weemoed en verlangen over Ambon. Het eerste lachen, nee gieren klinkt wanneer de lange minister Luns in Wassenaar door een hek zakt als hij kordaat met zijn kleine premier De Jong een eind wil maken aan de bezetting en gijzeling van de residentie van de Indonesische ambassadeur.

Daarna treedt beklemming in bij de herbeleving van de executies in de stilstaande trein op het besneeuwde land van Wijster. Zet Pessireron vertelt zijn dramatische verhaal over zijn mislukte bemiddeling.

Van Agt, minister van Justitie en leider van het crisiscentrum blikt terug: 'Oh ongelukkige, dat was ik.' 'Nou ja!', reageert iemand halfluid in de zaal. Collega-minister Stemerdink leest voor uit zijn dagboek over de ijdele Van Agt: de zaal gromt instemmend.

En lacht opgelucht over de ideeënvloed van Den Uyl, toen premier. Hij opperde niet alleen schaarsgeklede Balinese of Molukse meisjes te laten dansen op het spoor, maar ook vuilnis van het nabije VAM op de trein te laten storten, zodat de kapers gek zouden worden van de krijsende meeuwen.

In de pauze vertrekt oud-premier De Jong, zijn aandeel is geweest. Mevrouw Schilthuis, oud-commissaris der koningin in Drenthe, grijpt Pessireron ontroerd bij zijn arm.

Een groep Molukkers uit Bovensmilde vertelt dat ze gaandeweg de documentaire weer in de spanning van 25 en 23 jaar geleden belanden, 'zelfs de geluiden van toen komen weer terug in je bewustzijn'.

In het derde deel van de documentaire (de bezetting van de school in Bovensmilde, de kaping van de trein bij De Punt) zit nogal wat Van Agt. De irritatie in de bioscoopzaal groeit. 'Wat een lul', zegt iemand wanhopig. Een volgend moment Van Agt: misprijzend geblaas. Het is niet zozeer wat hij zegt - Stemerdink bekent zich tot eenzelfde harde lijn - als wel de toon, de oogopslag, het door de camera genadeloos geregistreerde ijdele lachje en blikje.

Deel vier, sinistere stilte in de zaal, beelden die de adem benemen hoewel iedereen weet hoe het afloopt: machinegeweren, scherpschutters, vliegtuigen, mariniers die de trein bestormen, vijftienduizend kogels, doden, begrafenis.

Stilte eerst en bedwongen tranen na afloop in de foyer. 'Zie je wel', zegt een Molukker tegen zijn RMS-president, 'we staan er altijd alleen voor.' In Bovensmilde, waar nagenoeg alle kapers en gijzelnemers van 1975 en 1977 woonden, zal de Molukse gemeenschap gezamenlijk gaan kijken, voorafgaand aan de tv-uitzendingen, te beginnen vanavond.

Meer over