Bekentenissen

Het is een slechte zaterdag. Ik heb al vaker opgemerkt dat wij leven in een bekentenissencultuur. Het is tot daar aan toe als het anderen zijn die zich hiervoor lenen....

FRITS BOLKESTEIN

Ofschoon wij ons op alles hebben voorbereid, meent F. dat onze liefdesrelatie voor de televisiekijkers breed mag worden uitgemeten. Het is haar spontaniteit waarop ik dikwijls zo jaloers ben, die haar nu hindert. Mijn gevoelens van genegenheid voor haar zijn als die van de jonge student Frédéric Moreau uit Flauberts Leerschool der liefde. Zij zijn bang te worden ontdekt en gaan met neergeslagen ogen door het leven. Waarom moet heel Nederland hiervan weten? Karel de Kale begint met het oude liedje van mijn stijfheid. Ik noteer uit de beminnelijke mond van mijn echtgenote: 'Wat je inderdaad niet ziet aan Frits is of hij in zijn hoofd zit of in zijn lijf. Als hij in zijn lijf zit, dan is hij heel erg oké. Als hij schakelt naar zijn lijfelijkheid, dan zie je een andere man.' Rillingen als van een tropische ziekte trekken over mijn rug. De presentator vraagt smakkend of ik mij herken in deze schets. Jawel, dat ontbreekt nog!

's Avonds met F. naar de uitzending gekeken, ik op de bank, zij op het kleed aan mijn voeten. Ik merk op hoe dikwijls ik mijn schaamte poog weg te lachen, als een schaap. Ik noteer nog twee andere zaken. Ik zit met mijn benen uit elkaar. Hoe kan dat nu? Waar is de controle? Ik lijk wel de bestuurder van een voetbalvereniging. En verder is mijn haar te lang, vooral ter hoogte van de slapen. Nog juist geen dode punten, maar onmiskenbaar te lang. F. had mij moeten waarschuwen.

Na afloop zwijgen wij beiden. Ik durf niet op te kijken. F. gaat koffie halen en blijft gelukkig lang weg. Ikzelf blijf steken bij het vreselijke Lagerhuis, met Marcel van Dam. Ik ben blij dat F. en ik het eens zijn dat wij het bij dit ene experiment moeten laten. Eigenlijk ben ik alleen tevreden over mijn das. Hij is citroengroen.

Ik heb nu bij verschillende gelegenheden laten vallen dat ik de volgende minister van Buitenlandse Zaken zal zijn. In Het Parool van afgelopen vrijdag - wordt die krant nog wel gelezen? - was ik in gesprek met de heer Van der Stoel over Europa. Ik ben in dat gesprek heel helder geweest. Het wordt niet opgepakt door de media. Ik begrijp niet waarom. Gewoonlijk zijn de dames en heren er als de kippen bij. Is mijn invloed tanende? Is het de regie die faalt? Ik zal er niet om rouwen als donderdag 7 mei aanbreekt, n'importe de uitslag van de verkiezingen.

Hoe het ook zij, het is evident dat Van Mierlo weg moet. De beste manier om dit te bereiken is mijzelf kandidaat te stellen. Daar zal de heer Kok niet omheen kunnen. Dat Jan Pronk, deze apostel van de goede bedoelingen, minister van Buitenlandse Zaken moet worden, zoals hijzelf in ernst schijnt te menen, is te dwaas voor woorden. Ik heb al eerder gezegd dat de Nederlandse politiek niet valt te begrijpen zonder grondige kennis van de theologie.

Ik mag hopen dat mijn kandidatuur voor de Apenrots ook in liberale kring zal worden begrepen. Weer Frans Weisglas aan de telefoon, nota bene op de avond van goede vrijdag. De polls bevallen hem niet. So what? Hij zegt dat hij moet balen van Van Baalen. Hij denkt dat hij leuk is. Ik zwijg en vraag me af welke burgemeestersposten vrij komen.

Ik zoek troost in mijn boekenkast. Ik neem mijn nieuwe boek ter hand, het is smetteloos. Na de verhuizing van Zuid naar de Omval waar nu 96 procent van de huisraad op zijn plaats staat, heb ik de boeken opnieuw ingedeeld. Ik heb Böll voor Bolkestein geplaatst, zodat ik naast Bordewijk ben beland. Boren in hard hout staat nu naast Karakter. Ik zie dat het goed is.

Meer over