Behoed de top voor de kaasschaaf

Maandag presenteert de Raad voor Cultuur zijn adviezen over de kunsten. De Volkskrant kijkt alvast hoe het anders zou kunnen....

Roland de Beer

Kan het gedonder misschien een keer ophouden? Zo luidde de stemming onder de grotere Nederlandse muzieken operagezelschappen bij het bekend worden van de particuliere beleidslijnen van sommige bewindslieden voor cultuur.

Zo vond staatssecretaris Aad Nuis dat de orkesten meer Nederlandse muziek moesten spelen, 'minimaal zeven procent'. Sympathiek. Ware het niet dat de D66-bewindsman er geen stimulering aan verbond maar sancties, waardoor zijn verlangen de kleur kreeg van een sovjet-oekaze.

Nuis' opvolger Van der Ploeg liet doorschemeren eerder de basgitaar dan de violoncello als stokpaard te hanteren, en zag graag meer allochtonen in de zaal. Ook sympathiek, al gaf hij niet aan hoe Puccini en Stockhausen daar het best voor konden zorgen.

Onderliggende boodschap: als het niet gebeurt, dan zwaait er wat. Zo was een eventuele korting op de subsidie alvast gemotiveerd. Handig, want wat de opvat als ordinair subsidie-sarren, kan in OCW-termen 'ruimte voor nieuw beleid' heten.

Staatssecretaris Van der Laan heeft geen muzikale hobbies. Wel heeft ze de Raad voor Cultuur een vermindering van het kunstenbudget voorgehouden. Verder heeft ze zichzelf, de publieke omroep en drie grote concertzalen het probleem in de maag gesplitst van een buitenproportionele korting op de omroeporkesten. Zo verbindt de algemene vierjaarsneurose van de Cultuurnota zich komende maandag met een acuut voortbestaansprobleem.

De vraag is: wat betekent dat voor het muzikale landschap?

'Het muziekleven in Nederland is gevarieerder en rijker dan ooit', zei de raad vier jaar geleden, en op die constatering viel niets af te dingen. Maar de raad wilde wel een betere 'weerspiegeling van het landschap', en beval de opheffing aan van drie orkesten. Dit in ruil voor verbeteringen in de sferen van nieuwe-en oudemuziekensembles, pop en jazz. Het 'Oud voor Nieuw' werd deels praktijk. Van de drie orkesten sneuvelde er anderhalf.

Het dilemma van de Raad voor Cultuur is dat dit kunstje, in 2000 al omstreden, nauwelijks te herhalenvalt. Nieuw geld is nauwelijks uit het 'oude' te halen, nu ook het oude moet krimpen. De orkesten doen het overwegend goed, ook die van de omroep. De Opera's doen het goed. Ensembles doen het goed, en voor de ensembles die het niet goed doen zijn er nieuwe die het wel goed doen.

A propos, moesten die ensembles niet pontificaal hun opwachting maken in het Muziekgebouw aan het Amsterdamse IJ? Het zal ook de Raad weinig behagen als dat muziekhuis, neergezet ter onderstreping van een ensemblecultuur die zich elders in Europa nauwelijks laat evenaren, na zijn opening in 2005 de allure aanneemt van een Rosa Spierhuis waar voortreffelijk wordt geconcerteerd, maar niet vaak genoeg.

Het klassieke antwoord op onmogelijke bezuinigingsdilemma's heet 'kaasschaaf', maar ook daar ligt geen eindoplossing. Ook al omdat er nog kaasschaven bijkomen van gemeenten en provincies. Beter lijkt het, de beste gezelschappen uit de sectoren Oud Nieuw vrij te houden van neuroses. De Nederlandse Opera en het Schrg Ensemble. Het Concertgebouworkest en het Asko. Het Nederlands Kamerkoor en de beste Impro. Het Rotterdams Phil en de beste barok. Misschien dat nieuwe kwartet.

Want het wordt dringen op het muzikale landschap. Maar graag nog wat landschap, in plaats van een knekelveld.

Meer over