'Begrotingstekort van 4 procent choqueert mij niet'

Oplopende tekorten in Frankrijk en Duitsland? Niks om ongerust over te zijn, zeggen ze in Parijs en Berlijn. 'De Verenigde Staten hebben al een tekort van 5 procent.'

Franse en Duitse economen vinden in meerderheid van niet. Zij bekritiseren niet alleen in toenemende mate de normen van het pact zelf, maar bovendien wijzen zij erop dat Nederland juist gebaat is bij de tekorten elders. Die zijn immers bedoeld om de economische groei te stimuleren. Lukt dat, dan ondervindt de open Nederlandse economie daar de voordelen van, terwijl het nadeel voor rekening van de Duitse en Franse belastingbetaler komt.

'Nederland kan zo zijn internationale concurrentiepositie ten opzichte van Frankrijk en Duitsland verbeteren. Want het is natuurlijk wel beter om een laag begrotingstekort en een lage staatsschuld te hebben. Op lange termijn is dat de beste garantie voor economische groei', betoogt Emmanuel leChypre, hoofd van de denktank van het financiële weekblad L'Expansion. Het Stabiliteitspact heeft zeker zijn waarde, maar moet wel worden aangepast, meent hij.

Economen in Frankrijk én Duitsland onderschrijven die mening. De politici Schröder en Raffarin, respectievelijk bondskanselier en premier van hun land, krijgen vanuit economische hoek de argumenten aangeleverd voor wat hen politiek het beste uitkomt: versoepeling van de normen van het pact.

Fundamenteel is de kritiek van Peter Bofinger, hoogleraar economie aan de universiteit van Würtzberg, die meent dat de logica van het Stabiliteitspact niet deugt. 'Het doel is het tegengaan van inflatie. De vrees was dat die er zou komen, wanneer regeringen de conjunctuur met kostbare strovuurtjes zouden stimuleren en zo begrotingstekorten zouden veroorzaken. Maar er blijkt helemaal geen samenhang tussen begrotingstekorten en inflatie te bestaan.'

Kritisch over het pact toont zich ook Rüdiger Pohl, die als directeur van het Institut für Wirtschaftsforschung in Halle (IWH) bekend staat als een van de meest vooraanstaande economen van Duitsland. Hij bepleit dat het Stabiliteitspact niet langer van de norm van 3 procent van het bruto nationaal product (bnp) voor het begrotingstekort moet uitgaan. Zijn instituut vindt dat het beter is om voortaan af te spreken dat de overheidsuitgaven met bijvoorbeeld niet meer dan 2 procent mogen groeien. Stijgingen van het begrotingstekort die door de conjunctuur worden veroorzaakt, zijn dan toegestaan.

Niettemin steunt Pohl hartgrondig minister Zalm met diens kritiek op Frankrijk en Duitsland. Hij vindt het 'volledig gerechtvaardigd' dat Nederland protesteert, want 'er is een overeenkomst gesloten. Het is het allerergste als landen zich daar niet aan houden.' Willen ze zich niet meer aan de afspraken houden, dan zullen ze het verdrag moeten veranderen, vindt hij.

Bovendien vindt hij het gevaarlijk de schuldenlast van Frankrijk en Duitsland te bagatelliseren. 'Als je als uitgangspositie geen tekort hebt, kun je een conjunctuurdip goed opvangen door schulden te maken. Maar Duitsland en Frankrijk hebben ook in normale tijden al een volledig onacceptabel begrotingstekort.'

Maar met die pro-Nederlandse mening vormt Pohl de uitzondering onder zijn Franse en Duitse vakbroeders.

'Een begrotingstekort van 4 procent van het bnp, zoals Frankrijk en Duitsland dat hebben, choqueert mij niet. In het verleden is dat al hoger geweest en de VS hebben nu een tekort van 5 procent', relativeert Hervé Monet, directeur economische studies bij Société Générale in Parijs.

Natuurlijk is een zekere discipline nodig, vindt ook hij, maar het Stabiliteitspact is daarin niet een goed instrument gebleken. 'In de gouden jaren van economische groei bleek het niet in staat de tekorten voldoende omlaag te brengen.' Nu moeten de tekorten wel wat oplopen om de grauwe economie op te fleuren, stelt hij. Dat Nederland tekeer gaat tegen Frankrijk en Duitsland vindt hij dan ook onterecht: 'Als alle landen zouden doen als de Nederlandse regering en zouden bezuinigen, dan zou de economie in Europa als geheel er zwakker voorstaan.'

Zijn Duitse vakgenoot Bofinger is evenmin gecharmeerd van Zalms aanval op de twee grootste eoconomieën van Europa. 'Je moet naar de hele Eurozone kijken. Begrotingstekorten worden vooral door groei bepaald. Daarom is het stimuleren van groei het belangrijkst. Dat doe je niet met bezuinigingen', betoogt hij.

Zalms verweer dat de ondermijning van het pact slecht is voor de euro, maakt op de Fransman Monet weinig indruk. 'Zo'n vaart loopt het niet met de euro. We moeten eerder oppassen dat de munt niet te sterk wordt ten opzichte van de dollar.' Een ander argument van Zalm is dat de volgende generaties niet de rekening gepresenteerd mogen krijgen. Monet: 'Ga dat maar aan al die werklozen uitleggen die je krijgt wanneer je alleen maar bezuinigt.'

Emmanuel leChypre vindt tenslotte dat Duitsland en Frankrijk niet over een kam zijn te scheren: hij is vooral over zijn eigen land kritisch. 'De Duitsers laten hun tekort oplopen, maar voeren tegelijkertijd echte hervormingen door die een positief, structureel effect op de economie hebben. De Fransen doen dat laatste niet. Zij zijn daarom echt de slechtste leerling in de Europese klas.'

Meer over