Beetje jagen doet walvis mogelijk goed

Het jagen op walvissen roept al jarenlang felle tegenstand op. Maar sommige deskundigen denken dat beperkte jacht op die dieren ook voordelen heeft....

Door Marieke Aarden

Het belooft volgende week een verhitte discussie te worden in Leiden over de walvisjacht.

Moet die wel of niet worden toegestaan?

Voor de ene deskundige zijn walvissen onaanraakbaar en is het een kwestie van beschaving om deze zeezoogdieren de opperste bescherming te bieden. Dus hooguit kijken - walvistoerisme - maar aankomen niet. Deze walvisfans zien zelfs een dolfinarium als een verwerpelijke attractie. Ze verfoeien Noorwegen, Japan, Groenland en IJsland waar regelmatig de harpoenen voor de walvisjacht worden gescherpt.

Anderen laten dit ethische standpunt iets minder zwaar wegen en geven de voorkeur aan een pragmatische benadering. Tot die laatste groep behoort bioloog dr. Helias Udo de Haes, oprichter van het Centrum voor Milieuwetenschappen in Leiden (CML).

In zijn inleiding onder de veelzeggende titel Pact met de duivel zal hij op 13 november zijn verschuiving in denken over de jacht aangeven. Geen misverstand, stelt Udo de Haes, voor een bioloog geldt dat hoe hoger een organisme is ontwikkeld, des te erger is de jacht daarop. 'Zo bezien komt voor mij het doden van een mensaap dichtbij moord. Ik ben dan ook niet licht over mijn ethische benadering heen gestapt.'

Eigenlijk is hij naar een meer pragmatisch standpunt toegegroeid, legt hij uit. Het CML doet veel onderzoek naar wildbeheer in Afrika. 'Het opmerkelijke is dat in landen waar gecontroleerde safari-jacht wordt uitgeoefend, de wilde dieren zoals de olifanten beter worden beheerd dan in landen waar die jacht verboden is.'

Zuid-Afrika, Botswana, Namibië en Zimbabwe (hoewel het daar nu verandert met Mugabe) hebben een behoorlijke wildstand. In landen als Tanzania, Kenia en de noordelijker landen is het stropen niet te stuiten.

'Dit heeft me gebracht tot de opvatting dat gecontroleerde jacht de enige economische basis is om stropen te voorkomen', zegt Udo de Haes. Die lijn doortrekkend zou het ook kunnen gelden voor de jacht op walvissen, waarover de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) het beheer voert.

Het Leidse debat wordt volgende week in breed internationaal verband gevoerd met tientallen walvisonderzoekers in Europa. Aanleiding is de databank voor walvissen, die volgend jaar klaar moet zijn (zie kader).

Wat moet er namelijk ná 2004 gebeuren als dit walvisgegevens-bestand op internet staat en de walvisonderzoekers via een toegangscode nieuwe gegevens kunnen invoeren? Wie moet deze walvispracht dan beheren? De initiatiefnemer van dit zogeheten Europhlukesproject, dr. Ruben Huele, heeft een voorkeur voor de Internationale Walvisvaart Commissie.

Hij realiseert zich dat dit voorstel als een splijtzwam kan werken onder de deelnemers aan de conferentie, veelal grassroot-biologen die aan de basis staan van de walvisbescherming. Om die reden leidt marien bioloog drs. Kees Lankester de discussie. Hij was veertien jaar lid van het wetenschappelijk comité van de IWC en heeft alle pro's en contra's van de jacht bestudeerd.

De IWC is nog steeds hét internationale podium waar afspraken over walvisjacht worden gemaakt. Maar hoe lang de IWC nog bij elkaar blijft, is de vraag. De confrontaties worden scherper. Landen, die de jacht op dwergvinvissen aanvaardbaar vinden omdat er 500 duizend tot 1,1 miljoen exemplaren in zeeën op het zuidelijk halfrond zwemmen, zijn niet meer in toom te houden, stellen Huele en Udo de Haes.

Net als met de olifanten in Afrika kan dit leiden tot ongecontroleerde jacht. Dan valt er niets meer af te spreken, omdat elk land naar eigen inzicht de jagers afstuurt op de walvissen. 'Dan gaat de IWC zeker naar de knoppen', zegt Huele.

'Wij willen de walvisjacht binnen het IWC-bereik houden. Maar als we de gegevens van de walvissen onderbrengen bij de IWC - de keuze moet in 2004 definitief worden gemaakt - zouden we ook graag lid van de IWC willen worden en meepraten over de werkwijze.'

Voor wat hoort wat, lijkt hier op te gaan. De twee Leidse biologen V willen dat de Walviscommissie ook afspraken maakt over de bijvangst van walvissen en dolfijnen, die in de netten van de vissers verstrikt raken en doodgaan.

Jaarlijks gaan zestig-tot driehonderdduizend walvisachtigen kapot als gevolg van bijvangst. Dat zijn wel even andere getallen dan de zeshonderd dwergvinvissen die de walvisjagende landen willen vangen, benadrukken de onderzoekers.

'Wij zouden voorwaarden willen stellen. Als Japan vierhonderd dwergvinvissen mag vangen, dan zou daaraan gekoppeld moeten worden dat de Japanse vissers de bijvangst van dolfijnen tegengaan. Zo wordt een dubbele slag gemaakt: de IWC blijft bij elkaar, zodat er niet ongelimiteerd op walvissen wordt gejaagd, én de bijvangst wordt aangepakt.'

Een ander agendapunt is het geluid dat de sonarsignalen van de marineschepen afgeven. Walvissen worden gek van dit hoogfrequent geluid, vluchten in paniek en kunnen dan dood aanspoelen, omdat ze te snel uit de diepte omhoog komen en dan getroffen worden door de caissonziekte.

Bovendien worden oceanen steeds meer geëxploiteerd door de mens. Mens en dier worden elkaars concurrent. Al deze problemen zijn zoveel groter dan de vangst van enkele honderden dwergvinvissen. 'We hebben een goed forum nodig om deze zaken te bespreken. Het ontploffen van de IWC is te riskant', oordeelt Huele.

Meer over