Beestjes voor de sjeik

In de Arabische woestijn komen weinig insecten voor. Dacht men. Dat ligt anders, ontdekte Tony van Harten. Met dank aan Sjeik Tahnoon van Abu Dhabi, mecenas....

Ben van Raaij

Er is een baksteen op de mat geploft. Een baksteen van 754 bladzijden, van de zwaarste kwaliteit papier, geheel gevuld met muggen, motten, kevers en vlinders.

Arthropod Fauna of the UAE, Volume I heet de baksteen. De letters staan voor United Arab Emirates, de Verenigde Arabische Emiraten.

Het opmerkelijke boek blijkt het levenswerk van een Nederlandse ‘insectenman’, ing. Antonius (To-ny) van Harten (61). Hij verzorgde zo ongeveer het hele project: het veldwerk, een deel van de tekst, de fotografie, contacten met meewerkende entomologen, de eindredactie, de vormgeving én het boekomslag. In drieënhalf jaar tijd.

Oók opmerkelijk: het project is betaald door Zijne Hoogheid Sjeik Tahnoon Bin Zayed Al Nahyan, uit zijn eigen zak. Sjeik Tahnoon is de jongere broer van ZKH Sjeik Khalifa Bin Zayed Al Nahyan, emir van Abu Dhabi en president van de Verenigde Arabische Emiraten, en van ZKH Sjeik Mohammad bin Zayed Al Nahyan, kroonprins van Abu Dhabi. Hun staatsieportretten staan prominent voor in het boek.

De vraag is natuurlijk: wat heeft sjeik Tahnoon met insecten?

De sjeik, zegt Tony van Harten telefonisch vanuit Sharjah, Perzische Golf, ‘schijnt ooit een symposium over evolutie te hebben bijgewoond. Daar is hem verteld dat insecten het toppunt zijn van biodiversiteit. Waarop hij vroeg wat we weten over de insecten in de Emiraten. Nou, weinig dus. Daar wilde hij blijkbaar iets aan doen.’

Precies weet Van Harten het echter niet, want hij heeft zijn mecenas nooit ontmoet. De koninklijke familie, goed voor tientallen miljarden, wordt afgeschermd door adviseurs. Van Hartens contacten verlopen via Multiply Marketing Consultancy Services, een firma van Royal Group, het zakenimperium van de sjeik, waartoe ook de drukker van het boek behoort.

Oplichtersmail

Oplichtersmail
Van het schimmige marketingbureau uit Abu Dhabi was ook de e-mail afkomstig waarmee het voor Van Harten in 2004 begon. Hij kreeg het berichtje doorgestuurd via een bevriende Oostenrijkse entomoloog. Abu Dhabi zocht iemand ‘die de insecten van de Emiraten kon inventariseren’.

Oplichtersmail
‘Het deed me erg denken aan zo’n Nigeriaanse oplichtersmail’, zegt Van Harten, ‘maar ik zat in een moeilijke fase: ik was 58, net klaar met mijn laatste klus, en ik had dringend een baan nodig. Ik heb dus een offerte opgesteld. Ik dacht aan een project van tien jaar, maar heb er drie van gemaakt, om ze over te halen mij te kiezen. Vijf mailtjes later had ik de baan.’

Oplichtersmail
Bij Multiply Marketing Consultancy Services – dat was Van Harten al snel duidelijk – hadden ze geen flauw benul wat zo’n project inhield. Gelukkig was hun kersverse partner geknipt voor de klus. Opgeleid aan de voormalige tropische landbouwhogeschool in Deventer is hij al veertig jaar actief als landbouwentomoloog in den vreemde (specialiteit: bladluizen).

Oplichtersmail
‘Ik ben eind jaren zestig begonnen in Angola, in de Portugese tijd’, vertelt hij. ‘Vanwege de burgeroorlog ben ik in 1975 geëvacueerd en bij het toenmalig Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen beland. Omdat ik voor een vaste baan geen zitvlees had, ben ik gewasbeschermingsprojecten gaan doen, eerst in Kaapverdië, later in Jemen, Fiji en weer Jemen. In mijn vrije tijd heb ik altijd insecten verzameld en er ook over gepubliceerd. In 2004 was de koek op. Toen kwam gelukkig het aanbod uit Abu Dhabi.’

Oplichtersmail
Zo resideert Van Harten nu in Sharjah, iets ten noorden van Dubai. ‘Dit is de conservatiefste staat – nog geen blikje bier kun je hier krijgen –, maar wel het gunstigst gelegen ten aanzien van de insectenbiotopen in de Emiraten: de woestijn, de bergen, de kust.’

Oplichtersmail
Vanuit Sharjah organiseert Van Harten zijn project, met een budget van 220 duizend dollar per jaar. Hij heeft thuis een labje ingericht waar hij insectenvallen prepareert en vangsten determineert. Eén assistent, een jonge Pakistaan, helpt bij het veldwerk en loopt de vallen na. ‘Mijn eigen Jemenitische assistent mocht niet komen. Ze zien Jemenieten als terroristen.’

Oplichtersmail
Van inhoudelijke bemoeizucht heeft hij geen last. ‘De Emiraten zijn modern en kapitalistisch. Alles gaat hier alleen over geld. Van discussies over islam en evolutie bijvoorbeeld heb ik nooit iets gemerkt.’ Van wetenschap hebben zijn broodheren geen verstand. ‘Ze denken dat dit project zoiets is als een wolkenkrabber bouwen.’

Oplichtersmail
De insectenwereld van de Emiraten was aanvankelijk een teleurstelling. Dat ligt niet aan de woestijn, zegt Van Harten, maar aan het feit dat er, anders dan bijvoorbeeld in Jemen, maar weinig goede verzamelplekken zijn, zoals begroeide wadi’s. ‘Wat je overdag ziet, is klein en weinig. ’s Nachts blijkt er echter heel veel te vliegen. En het allerkleinste spul is bij nader inzien erg interessant. Uiteindelijk blijken de kwaliteit en diversiteit van de fauna dus heel groot.’

Alcohol

Alcohol
Voor die conclusie was wel eindeloos monnikenwerk nodig. Stap één is het vangen van de beesten, het ‘materiaal’. ‘Netten hebben in de woestijn geen zin, insecten verschuilen zich overdag voor de hitte. Maar ’s avonds vliegen ze uit en kun je ze lokken met een lamp.’

Alcohol
De beste techniek zijn ‘natte lichtvallen’, met een vangstreservoir met 70 procent alcohol. Behalve voor motten en vlinders. ‘Die moet je dróóg vangen, omdat ze de volgende ochtend meteen moeten worden uitgeprepareerd op een speldje.’ Alle andere insecten worden bewaard in pure alcohol.

Alcohol
Van Hartens huis stond al snel vol flessen. Elke lichtval wordt één of twee keer per week geleegd, wat per keer één liter ‘geconcentreerde insecten’ oplevert. De laatste tijd hield Van Harten negentien vallen aan. Dat is wekelijks evenveel liter insectenmassa. ‘En dan staat in het lab nog 100 tot 150 liter van het laatste half jaar.’

Alcohol
Het meeste werk is het sorteren van de insecten, voordat ze worden opgestuurd naar de specialisten overzee, die ze bestuderen, determineren en, als het nieuwe soorten betreft, beschrijven en benoemen. ‘Iedereen krijgt zijn eigen materiaal, zeg: kevers van bepaalde families.’ Die voorselectie doet hij zelf. ‘Ik kan door veertig jaar ervaring 150 families onderscheiden, maar niet op soort.’

Alcohol
Een aantal specialisten is naar de Emiraten gekomen om er in het koele seizoen een paar weken zelf te verzamelen. Van Harten betaalde de tickets en hotels en zorgde voor transport. ‘Dan waren ze begin van de avond terug in hun hotel. Beter dan ze in een tentje in de woestijn te laten overnachten.’

Alcohol
Van Hartens legertje – 185 specialisten uit 28 landen – moest in het vervolgtraject streng aan de deadlines worden gehouden. ‘Het is een hele toer insecten op te sturen en jaren later op tijd een manuscript retour te krijgen. Maar ik ken veel van deze mensen goed. Ik heb ze jarenlang belangeloos van materiaal voorzien. Nu moesten ze mij uit de brand helpen. Daarom hebben ze allemaal snel geleverd.’

Alcohol
Van Harten is trots op het eindresultaat: de Arabische Emiraten blijken een entomologische goudmijn. ‘We hebben enorm veel nieuwe soorten ontdekt en zelfs nieuwe geslachten. In dit eerste deel al 83 nieuwe soorten, vier nieuwe ondersoorten en vijf nieuwe geslachten. Dát maakt indruk. Dat zijn getallen voor een tropisch regenwoud, niet voor een woestijn.’

Traditie

Traditie
Hoe geef je al die nieuwe soorten een naam? ‘Het is gebruikelijk de namen van landen of sponsors te gebruiken’, zegt Van Harten, ‘maar traditie en cultuur staan dat hier in de weg. De sjeiks wensen niet met insecten te worden geassocieerd. Via via is ons te verstaan gegeven dat men het niet wilde.’

Traditie
Van Harten, naar wie een bladluis en tachtig andere insecten zijn vernoemd, vindt het belangrijker dat het boek er ligt. Op tijd en – mag hij het zeggen? – sympathiek geprijsd. ‘De sjeik wilde het betaalbaar houden: 40 euro, inclusief verzending. Onder kostprijs.’

Traditie
Nóg belangrijker: de vakgenoten zijn impressed. Zelfs Edward O. Wilson, de beroemde Amerikaanse evolutiebioloog en insectenkenner. ‘Ik had dr. Wilson een boek opgestuurd. Hij heeft mij een heel aardige reactie teruggestuurd.’

Traditie
Van Harten is alweer druk met het volgende boek. ‘Deel twee komt eind dit jaar uit, dus ik heb zeker nog 750 pagina’s te gaan. Maar ik heb materiaal genoeg voor nog vier, vijf delen. Zolang de sjeik betaalt, ga ik door.’

Traditie
En daarna? ‘Een andere baan zit er niet meer in, in mei 2011 word ik 65. Als ik hier klaar ben, gaan mijn vrouw en ik vermoedelijk naar Kaapverdië, waar we een huis hebben. Eigenlijk willen we naar Portugal, maar daarvoor is mijn pensioen waarschijnlijk te laag.’

Traditie
Terug naar Nederland is geen optie. ‘Dan moet ik me zeker laten scheiden. Mijn vrouw is Kaapverdiaans en niet goed in talen. Die inburgeringscursus kan ik haar niet aandoen. Dus nee, we gaan niet naar Nederland. Zeker niet als die Rita Verdonk premier wordt.’

Meer over