Beertje

Als 52-jarige maakte ik de flower-powertijd mee, een tijd waarin alles moest kunnen, want we hielden immers van iedereen. 'Make love and no war', was onze lijfspreuk en daar waren we van overtuigd....

Bij die periode hoorde ook dat m'n echte mannenkleren successievelijk en zolang het budget dat toeliet, uit de klerenkast verdwenen. Ik verruilde ze voor meer androgene kleding. In plaats van colberts en terlenka broeken hingen er nu meer en meer tuinbroeken, flodderige Indiajasjes en overalls. Zelfs het feit dat ik op een technische school werkte, belemmerde me niet in een roze tuinpak te lopen ondersteund door Jezussandalen. Voor de finishing touch droeg ik om de hals zelfs een kleurrijke sjaal met franjes. Ik was één van de eerste mannen die het aandurfde met m'n dochter van twee maanden op het Zuigelingenbureau te verschijnen, de verbaasde blikken en vrouwelijke openstaande monden trotserend. Ik deed de was, poetste waar ik kon, streek, kookte en deed met mijn kinderen uitgebreid spelletjes voordat ik ze in bad stopte en ze als 'toetje van de dag' trakteerde op een eigen verzonnen verhaal.

Veel vriendinnen van m'n vrouw zagen in mij de 'ideale man' en dat streelde m'n ego.

In die tijd droeg ik ook een klein beertje op de banden van mijn roze tuinpak, provocerend en symbool staand voor de 'nieuwe man'. Ik vroeg me destijds vaak af of de vrouwen wel aan geëmancipeerde mannen toe waren.

Inmiddels gescheiden, de kinderen de deur uit, woon ik alleen. De stukjes NL van de Volkskrant geamuseerd lezend, dacht ik steeds 'wat kan ik als alleenstaande nu eens bedenken over m'n huiselijke leven: ik heb niet eens een parkietje ?'

Mijn klerenkast is inmiddels weer gevuld met andere kleren: colberts, spijkerbroeken, stoere overhemden van ribfluweel in mannelijke kleuren.

Tot voor twee weken terug, prijkte dat oude beertje nog op de revers van m'n colbert; ik kon en wilde er geen afscheid van nemen. 'Zeg Roodenburg doe dat beertje er toch af, dat staat toch helemaal niet man', beet een van mijn techneutische collega's mij toe tijdens de koffiepauze. Ik keek hem verongelijkt aan en dacht: wat is er mis met m'n beertje?

Na een nachtje slapen dacht ik: 'Hij heeft gelijk'

Twee minuscule gaatjes bleven achter op de revers en ik nam symbolisch afscheid van mijn 'softe periode'.

Nog steeds doe ik de was, strijk ik en pluk dode bladeren van m'n citroengeraniums. Ik merk echter dat ik 'mannelijker' de ramen zeem. En m'n beertje?

Het hangt nu boven de spiegel in de gang, ik knipoog naar hem en mompel: je hebt je beste tijd gehad.

Rob Roodenburg, Emmen

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 141. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom.

Alleen bijdragen met naam en woonplaats worden geplaatst. Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over