Beeld van zinkend schip wil maar niet wijken

John Kerry weet dat helderheid cruciaal is voor een geslaagde campagne. Maar juist daaraan ontbreekt het...

Door Diederik van Hoogstraten

Door herhaaldelijk nieuwe adviseurs aan te nemen, die elkaar vaak slecht liggen, straalt de Democraat verdeeldheid uit. En dankzij een tegenstander die Kerry blijft beschuldigen van een lachwekkend gevoel voor nuance, beklijft een beeld van wazigheid.

Dat de Amerikaanse media dit beeld al weken verspreiden, is op zichzelf geen ramp. Schadebeperking hebben de binnengevlogen strategen uit het Clinton-tijdperk wel in de vingers. In 1992 wisten ze hun achterliggende kandidaat ook weer op de rails te krijgen. Een wezenlijker probleem zijn de opiniepeilingen. Gisteren kwamen CNN en de krant USA Today met een nieuwe: president George W. Bush ligt 13 procentpunten voor. Onderzoeksbureau Gallup houdt het op 14 procent.

De waarde van peilingen is relatief, waarschuwen experts ook ditmaal. Een voorbeeld is een recent onderzoek van het Pew Research Centre die juist een nek-aan-nek-race suggereert.

Maar nu het directe effect van de Republikeinse conventie is weggeëbd en de verkiezingen van 2 november in zicht komen, is zo'n statistisch significante voorsprong het slechtst denkbare nieuws voor Kerry. Het woord crisis valt dan ook met regelmaat in Democratische kringen.

Deze week kwam de term 'interne burgeroorlog' daarbij, nog wel uit de mond van de invloedrijke Democraat Tony Coelho, voormalig Congreslid en campagnemanager van Al Gore in 2000. 'Niemand heeft de leiding en je hebt nu twee ploegen die niet met elkaar praten', aldus Coelho.

Coelho bevestigde dat van Kerry het beeld ontstaat van een kapitein die zijn schip ziet stranden en nieuwe manschappen aan boord haalt om het vlot trekken. Kerry belde onlangs met Clinton, nieuws dat tot ergernis van Kerry meteen naar buiten kwam. Vervolgens werden James Carville, Paul Begala en anderen - de zogenoemde 'vechthonden' van de Clintoncampagnes - bij het team gevoegd. Volgens Coelho botsen zij wat betreft stijl en inhoud met de oorspronkelijke teamleden.

Het campagneteam ontkent dat er problemen zijn. Ja, de groep is in tien maanden twee keer grondig opgeschud. Maar de rolverdeling is duidelijk. Mary Beth Cahill leidt de campagne nog steeds. Joe Lockhardt, de voormalige woordvoerder van president Clinton, is alleen binnengebracht om de progressieve boodschap te komen verkondigen.

'Lockhardts aanpak is anders', zei een official. 'Hij beseft dat het volk een grote hekel heeft aan een bullebak, maar een nog veel grotere hekel heeft aan iemand die niet terugvecht.'

Precies daar wringt de schoen. Bush en vice-president Dick Cheney mogen bekend staan als bullies - bullebakken - niet aantrekkelijk. Maar wat moet de zwevende kiezer denken van de nette Democraat en zijn zonnige adjudant John Edwards, die de indruk wekken boven alle aanvallen te staan?

Als Bush zegt dat Kerry 'soft' is tegenover terreur, als hij grapt dat Kerry veel meningen heeft - over elk onderwerp tenminste twee - dan wordt een even scherpe reactie verwacht. Al te vaak blijft die uit, vinden vooral Democraten.

Een probleem is Kerry's persoonlijkheid. In zijn twintig jaar in de senaat heeft hij zich een genuanceerd denker getoond en wisselde hij geregeld van positie. Maar zijn omslachtige redeneringen doen het slecht in de gepolariseerde campagne.

De laatste weken is wel een nieuwe toon aangeslagen. Kerry viel vorig weekeinde Bush aan na de ontploffing in Noord-Korea. Onder Bush was de dreiging van een 'nucleaire nachtmerrie' toegenomen. En kort daarna opende Kerry de aanval op Bush' economische beleid. 'Dit is het presidentschap van smoesjes: nooit verkeerd, nooit schuldig.'

Donderdag haalde Kerry uit naar het rooskleurige beeld dat Bush van Irak blijft schetsen. De president leeft in 'een fantasiewereld', volgens Kerry. 'Hij heeft jullie de waarheid niet gezegd', zei hij tegen leden van de Nationale Garde, waarin Bush in de jaren zeventig diende. 'De opperbevelhebber moet zijn troepen en het land recht in de ogen kijken.'

Maar de harde lijn werd meteen ondermijnd - door Kerry zelf. Later deze week zei hij dat hij geen omstandigheden kon bedenken die de oorlog tegen Irak rechtvaardigden. Onmiddellijk brachten de Republikeinen in herinnering hoe Kerry nog vorige maand zei dat hij ook voor de oorlog zou hebben gestemd als hij toen wist wat hij nu weet.

Dat het de Democraten menens is, blijkt uit de inzet van Edwards. Kerry's beoogde vice-president was lange tijd nauwelijks zichtbaar. 'Waar is Edwards?', vroeg een radio-presentator. 'Ik vroeg me af of hij nog meedoet.' Zeker wel, stelde Kerry.

Het is niet genoeg, vond een Democratische strateeg. De rol van Cheney op rechts is duidelijk: een vechthond die geen kans laat liggen zijn baas te verdedigen. 'Onze vice-presidentiële kandidaat is gekozen om zijn zonnige optimisme. Daarom is hij niet de meeste effectieve pitbull.'

Het is nog niet te laat, weten Democraten, om helderheid en eenheid uit te gaan stralen en zo het tij te keren. De vraag is alleen of het Kerry-team daartoe wel in staat is.

Meer over