'Beëindigen leven baby blijft in strafrecht'

Opzettelijke medische levensbeëindiging van pasgeborenen die nauwelijks levenskansen hebben, zal altijd in het strafrecht blijven. Toetsing van de beslissing moet achteraf plaatsvinden, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor een multidisciplinaire commissie....

ANP

RIJSWIJK

Dat staat in het rapport van de Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde van pasgeborenen. Het rapport is woensdag aan de ministers Borst van VWS en Sorgdrager van Justitie overhandigd en donderdag naar de Tweede Kamer gezonden.

De commissie boog zich over medisch handelen rond het levenseinde van pasgeborenen die nauwelijks levenskansen hebben. Zij maakt onderscheid tussen opzettelijk levensbeëindigend handelen en andere beslissingen.

Het besluit niet aan een behandeling te beginnen, of een behandeling te staken, rekent de overleggroep tot normaal medisch handelen. Dergelijke beslissingen hoeven niet worden gemeld en een wettelijke toetsing is niet nodig.

Dat ligt anders bij opzettelijke levensbeëindiging. Dat moet, net zoals bij euthanasie, worden gemeld. Toetsing van het besluit volgt achteraf, aldus het advies.

Onder levensbeëindigend handelen verstaat de commissie het toedienen van medicatie met de uitdrukkelijke bedoeling het leven te beëindigen.

De commissie onder voorzitterschap van prof. Manschot, hoogleraar ethiek in Utrecht, gaat ervan uit dat opzettelijke levensbeëindiging zonder verzoek altijd binnen het strafrecht zal blijven. De Grondwet, maar ook internationale afspraken, staan het uit het strafrecht halen niet toe.

Meer over