'Bedrijven moeten risico bij beursgang beperken'

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vindt dat er een algemene regeling moet komen om beleggers schadeloos te stellen als ze buitensporig koersverlies lijden na een beursintroductie....

Van onze verslaggeefster

Esther Hansen-Löve

AMSTERDAM

De VEB denkt aan een regeling waarbij het nieuwe beursfonds de belegger een put-optie geeft die hem altijd het recht geeft het aandeel binnen twee jaar terug te verkopen voor een prijs die 20 procent onder de introductiekoers ligt.

Het financieel risico voor deze optie ligt in principe bij het nieuwe beursfonds, maar die kan het eventueel overdragen aan het bankensyndicaat dat de emissie begeleidt.

De VEB wil met het idee een bijdrage leveren aan de discussie over het risico bij introducties die is ontbrand naar aanleiding van de opmerkelijke regeling die ABN Amro vorige week trof met beleggers in transformatorenmaker Smit Trafo. De aandelen van dit nieuwe beursfonds daalden tot bijna de helft van hun uitgiftekoers toen het bedrijf nog geen jaar na introductie met het bericht kwam dat er in de eerste helft van het jaar verlies is geleden.

Dat terwijl de beleggers eind vorig jaar nog een winststijging in het vooruitzicht was gesteld. Zonder blaam voor de gang van zaken op zich te nemen bood de bank, die dit fonds in oktober naar de beurs bracht, de aandeelhouders vrijwillig een vergoeding aan voor het geleden koersverlies.

De gedachte achter de door de VEB voorgestelde garantieregeling is dat de belegger bij een nieuwkomer op de beurs een groter risico loopt dan bij aankoop van een aandeel dat al op de beurs is genoteerd. 'Vanwege het gemis aan track record en ervaring met het management zijn er zaken die je van beursfondsen weet en die je niet weet van nieuwe fondsen. Dat is een extra risicocomponent waar de belegger in Nederland niet voor wordt vergoed', zegt P. de Vries, directeur van de VEB.

Bedrijven willen bij een beursgang in Nederland het onderste uit de kan. De voormalige aandeelhouders willen de volledige waarde van hun bedrijf in geld terugzien. 'In de Verenigde Staten is dat anders, daar ga je met een discount naar de beurs', aldus De Vries.

De garantie dat je, binnen een bepaalde termijn, niet meer dan 20 procent van je belegging kunt verliezen zou dan net die extra zekerheid kunnen bieden waardoor toch nog wordt ingeschreven op introducties.

De Vries baseert de voorgestelde percentages op geschatte koersstijgingen van de afgelopen 10 jaar. 'De normale ontwikkeling zou zijn dat je na twee jaar 120 procent hebt vandaar een terugkoopgarantie op 80 procent binnen twee jaar'.

Maar de voorgestelde regeling zou ook een preventief karakter hebben. Na de zaak over het Duitse detailhandelsconcern Co op eind vorig jaar hadden juristen verwacht dat banken zorgvuldiger te werk zouden gaan als zij bedrijven naar de beurs brengen.

In die zaak besliste de Hoge Raad dat de syndicaatsleider, in dat geval ABN Amro, verantwoordelijk is voor de inhoud van een prospectus. Maar volgens sommige juristen wijst de gang van zaken bij Smit Trafo er niet op dat de procedure bij het opstellen van een prospectus is aangescherpt.

Een garantie zou ertoe leiden dat emittent en bank wel twee keer nadenken voor ze iets in een prospectus zetten. 'Als het vertrouwen in de onderneming zo groot is (dat hij naar de beurs kan worden gebracht) is deze garantie ook geen groot offer', redeneert De Vries.

De put-optie is overigens niet een compleet nieuw idee. In 1986, toen hoekmansbedrijf Amsterdam Options Traders (AOT) naar de beurs ging, is al gebruik gemaakt van een dergelijke regeling. Daarbij werd een warrant gegeven die het recht gaf de aandelen te verkopen als ze beneden een bepaald niveau zakten.

'Uiteindelijk is dat toen anders gelopen. De aandelen zijn eerst gestegen en toen gezakt onder die bodem, maar dat was nadat de termijn al verlopen was', aldus De Vries.

Door de regeling zouden beleggers in potentiële nieuwe beursfondsen die door de reeks mislukte introducties afgeschrikt zijn, meer zekerheid gegeven kunnen worden, denkt De Vries.

Vooral eind jaren tachtig liep een groot aantal introducties uit op een fiasco voor de beleggers zoals die van DAF, Air Holland en Newtron. Ook de introductie van Fugro McClelland enkele jaren later liep uit op een mislukking voor de beleggers.

De Vries denkt dat niet alleen beleggers afhaken bij nieuwe introducties. Ook bedrijven worden terughoudend en schuiven uit angst voor negatieve publiciteit een beursintroductie op de lange baan. 'Veel familiebedrijven zullen zich nu wel een paar keer bedenken voor een beursgang vanwege de kritiek. Dit werkt afschrikwekkend'.

De Amsterdamse effectenbeurs, die eind vorig jaar met een campagne kwam om nieuwe bedrijven naar de beurs te halen, staat niet negatief tegenover het idee van de VEB. Al wijst beurswoordvoerder Th. Hoedemakers erop dat 'we niet moeten proberen elk nieuwe fenomeen maar in regels te vangen. Maar het is een interressant idee dat we moeten bestuderen.'

ABN Amro en ING Bank willen de plannen van de VEB eerst nog nader bestuderen, voordat zij commentaar geven.

Meer over