vijf Vragen

Bedrijven laten betalen voor CO2-uitstoot? Dat schaadt dat de economie nauwelijks, aldus de DNB

De plannen van de Europese Commissie om meer sectoren te laten betalen voor de uitstoot van CO2, leiden niet tot negatieve schokeffecten in de economie. Sterker, de Europese economie (ook de Nederlandse) lijdt nauwelijks schade, aldus een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB). In ieder geval zolang de CO2-prijs meevalt. Vijf vragen.

Tata Steel kan wel verlieslatend worden door de CO2-heffing, maar een 'klimaatmuur' kan de gevolgen voor het staalbedrijf verzachten. Beeld Getty Images
Tata Steel kan wel verlieslatend worden door de CO2-heffing, maar een 'klimaatmuur' kan de gevolgen voor het staalbedrijf verzachten.Beeld Getty Images

Wat heeft DNB precies onderzocht?

De onderzoekers hebben gekeken wat de gevolgen zijn als alle bedrijven in Nederland en de rest van Europa 50 euro moeten betalen voor elke ton CO2 die zij uitstoten. Zo’n heffing bestaat al, maar veel sectoren vallen nu nog buiten de beprijzing, zoals de gehele industrie, de energie- en de transportsector. Als die ook worden belast voor hun CO2-uitstoot, stijgen in Europa de totale productiekosten met 0,9 procent.

Dat lijkt mee te vallen.

Dat is ook zo. De gevolgen voor de concurrentiepositie van exportbedrijven zijn over het algemeen ook beperkt, concluderen de onderzoekers. Maar dit is een gemiddelde, op basis van modellen. De kosten voor met name energie-intensieve sectoren, waarbij er nog maar beperkte alternatieven zijn voor fossiele brandstoffen, zijn hoger. Ook zijn er flinke verschillen tussen lidstaten. Met name in Oost-Europa, waar voor veel productie kolen en olie worden gestookt, liggen de kosten hoger. Daar loopt de concurrentiepositie mogelijk wel gevaar.

Maar ook in Nederland zijn er bedrijven die wel last krijgen van een hoge koolstofprijs, zoals staalconcern Tata Steel en kunstmestproducent Yara. Deze bedrijven opereren internationaal, tegen lage marges. Bij de huidige CO2-prijs zou Tata verlieslatend zijn.

Kunnen deze bedrijven beschermd worden?

Dat kan met een ‘klimaatmuur’, die de Europese Commissie rond Europa wil optrekken. Die zal aanvankelijk gelden voor staalproductie, elektriciteit, cement en kunstmest. Bedrijven van buiten de unie die dit soort producten willen importeren, moeten ook een CO2-heffing betalen. Zo ontstaat een gelijk speelveld, zoals dat heet. Overigens zijn volgens DNB de effecten zelfs zonder zo’n beschermingsmuur te overzien.

Het nadeel van dit zogenoemde Carbon Border Adjustment Mechanism is dat het exporterende bedrijven niet beschermt: hun producten worden alleen maar duurder en daardoor minder aantrekkelijk voor de export buiten de EU. DNB onderkent dit probleem en ziet voor deze categorie een oplossing in de vorm van subsidies en tijdelijke compensatie, ‘zolang die verduurzaming niet in de weg staan’.

Wat als de CO2-prijs sterk stijgt?

DNB is bij zijn berekeningen uitgegaan van een prijs van 50 euro per ton CO2, een getal waarmee de Europese Commissie ook rekent. Brussel gaat bij zijn eigen berekeningen uit van een CO2-prijs van 85 euro in 2030. Of dat realistisch is, is de vraag. De prijs wordt namelijk door de markt bepaald, en is inmiddels bezig aan een opmars: de prijs van een ton CO2 en is maandag al door de grens van 60 euro gegaan.

De kosten van een CO2-taks stijgen lineair met de CO2-prijs. Dus als die 100 euro wordt, zijn de kosten voor de bedrijven ook twee keer zo hoog. De onderzoekers kunnen niet zeggen bij welke CO2-prijs sprake zal zijn van negatieve effecten voor de economie.

Zijn anderen ook zo optimistisch over de gevolgen van een bredere CO2-taks?

Niet iedereen; in juni concludeerde Pricewaterhouse Coopers dat een strenger klimaatbeleid zonder subsidies een negatief effect kan hebben op de financiële resultaten, en de concurrentiepositie kan schaden. Dat geldt zeker voor energie-intensieve bedrijven waarvoor nog geen goed alternatief bestaat voor fossiele brandstoffen.

De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie zegt blij te zijn dat DNB analyseert vanuit Europa, en niet alleen gekeken heeft naar Nederland. Maar directeur Erik Klooster waarschuwt dat binnen sectoren grote verschillen bestaan en dat de kosten soms veel forser zullen stijgen dan het gemiddelde waar DNB mee rekent. ‘Voor sommige bedrijven is duurzame technologie domweg nog te duur, of nog niet beschikbaar.’

De totale subsidie is volgens Klooster lager dan de kosten van alle reductiemaatregelen. ‘Dus ook met subsidie komen sommige bedrijven met hun vingers tussen de deur.’

Meer over