psychologie

Bedolven onder het oorlogsnieuws: wat ‘doomscrolling’ doet met de psyche

Na de pandemie beheerst de oorlog in Oekraïne het nieuws. Je kunt je dagen vullen met het volgen van de verschrikkingen. Wat doet dit fenomeen, ‘doomscrolling’, met het mentale welzijn?

Kaya Bouma
null Beeld Elki Boerdam
Beeld Elki Boerdam

De kinderen van Pam Comfurius (46) waren een paar dagen uit logeren toen Rusland Oekraïne binnenviel. Zelf had ze net een paar dagen vrij. En dus had de Amsterdamse, werkzaam in de kinderopvang, alle tijd om het nieuws te volgen. Ze zette CNN aan, schakelde zo nu en dan over naar het NOS Journaal en scrolde urenlang door Twitter.

Die eerste dagen van de oorlog was ze dagelijks zo’n tien tot twaalf uur met de situatie in Oekraïne bezig. ‘Ik wilde ’s avonds niet naar bed. Het voelde alsof ik daarmee de Oekraïners in de steek zou laten. Het eerste wat ik ’s morgens deed was het nieuws doornemen. Leeft Zelenski nog?’

Na de pandemie beheerst nu de oorlog in Oekraïne het nieuws. Beelden van coronapatiënten aan de beademing hebben plaatsgemaakt voor beelden van baby's in schuilkelders, verwoeste flatgebouwen en lichamen op straat.

Wie wil, kan dagen vullen met het bekijken van oorlogstaferelen. ‘Doomscrolling’, heet dit fenomeen: het overmatig volgen van negatief nieuws. Wat doet dit met ons mentale welzijn? En waarom ligt de een wakker van de oorlog in Oekraïne en laat de ander het nieuws makkelijker van zich afglijden?

Vooropgesteld: de ervaring van wie vanaf een grote afstand in alle veiligheid en vrijheid de oorlog in Oekraïne volgt, staat in geen enkele verhouding tot de ervaring van de mensen die de oorlog ondergaan: de soldaten aan het front, de vluchtelingen, de mensen die achterblijven.

Het is dan ook met enige schroom dat Comfurius wil vertellen over wat het met haar deed: uren aaneengeschakeld de situatie in Oekraïne volgen. ‘Uiteindelijk zit ik hier veilig, met een huis, een baan en genoeg geld op de bank om de hogere energierekening te kunnen betalen. Het gaat om de mensen dáár.’

Ze sliep er slecht van. De knellende band die ze om haar hoofd voelde toen ze eerder dit jaar corona kreeg, was weer terug. ‘Ik voelde me verdrietig en onrustig. Het idee dat er in Rusland een van de werkelijkheid losgezongen maniak rondloopt die de beschikking heeft over de rode knop doet iets met mijn gevoel voor veiligheid.’

De oorlog houdt veel Nederlanders bezig

Uniek zijn de gevoelens van Comfurius niet. De helft (51 procent) van de Nederlanders maakt zich ‘veel zorgen’ om de oorlog in Oekraïne, bleek onlangs uit een enquête van onderzoeksbureau I&O Research. Nog eens 39 procent maakt zich ‘enige zorgen’.

Die zorgen gaan over het lijden van de slachtoffers, maar ook over de consequenties voor onszelf: de grote stromen vluchtelingen die hierheen komen, de stijgende gasprijzen en de dreiging van een Derde Wereldoorlog.

De oorlog houdt veel Nederlanders bezig, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Ongeveer een op de drie ondervraagden volgt de situatie in Oekraïne op de voet en ruim de helft volgt de oorlog op hoofdlijnen: samen goed voor bijna 90 procent. Ter vergelijking: de gemeenteraadsverkiezingen worden door circa 40 procent op de voet of in hoofdlijnen gevolgd.

En dat is niet zonder consequenties. Wie veel naar oorlogsbeelden kijkt kan daar last van krijgen, zegt gezondheidspsycholoog Alison Holman, verbonden aan de Universiteit van Californië. Ze deed de afgelopen jaren veel onderzoek naar het welzijn van Amerikanen die aanslagen, rampen en oorlogen volgden via de media.

null Beeld Elki Boerdam
Beeld Elki Boerdam

Uit die onderzoeken komt steeds hetzelfde beeld naar voren. ‘Hoe meer iemand naar beelden van een aanslag of ramp kijkt, hoe groter de kans op mentale problemen achteraf.’ Zo onderzocht ze samen met collega’s de mentale impact van de aanslagen van 9/11 op ruim tweeduizend Amerikanen, vlak na, maar ook drie jaar na dato. Uitkomst: wie in de weken na 11 september 2001 meer dan vier uur per dag het nieuws over de aanslagen volgde, had jaren later meer kans op klachten gerelateerd aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Problemen als prikkelbaarheid, negatieve gedachten en slaapstoornissen, kortom.

Aanslag op de marathon van Boston

Nog opmerkelijker is een vergelijkbaar onderzoek naar de aanslag op de marathon van Boston, waarbij drie doden vielen. ‘Mensen die getuige waren geweest van de aanslagen hadden in de weken erna minder stresssymptomen dan de mensen die meer dan zes uur per dag naar mediaverslaggeving hadden gekeken.’ Hoe dat komt, is vooralsnog speculeren, zegt Holman. ‘Een van mijn theorieën is dat op televisie expliciete beelden telkens herhaald werden, waardoor mensen er vaker aan blootgesteld werden.’

Het probleem met dit soort onderzoeken via vragenlijsten, ‘hoe robuust ook’, zegt Holman, is dat niet met zekerheid te zeggen valt dat de stressklachten voortkomen uit het bekijken van de beelden. ‘Je hebt geen controlegroep, het is geen laboratoriumexperiment. Er is wel hersenonderzoek gedaan naar mensen die expliciete beelden te zien kregen. Bij hen zag je het deel van de hersenen dat geassocieerd wordt met PTSS oplichten op het moment dat ze de beelden zagen. Dat duidt er ook op dat het kijken van dit soort beelden negatieve impact heeft.’

Holman onderzocht Amerikanen die naar het leed van landgenoten keken. Hoe zit dat met Nederlanders die de oorlog in Oekraïne volgen? ‘Het gaat erom in welke mate mensen zich identificeren met de slachtoffers die ze op de beelden zien’, zegt de gezondheidspsycholoog. Hoe groter die identificatie is, hoe groter het effect. ‘Dat is natuurlijk anders als het om mensen uit een ander land gaat. Maar dit zijn wel Europeanen, niet de slachtoffers van bijvoorbeeld de oorlog in Jemen, waar nauwelijks media-aandacht voor is.’

‘Ik voel de dreiging’

Daar komt nog de dreiging van een kernoorlog bovenop. Holman: ‘Daar heb ik geen onderzoek naar gedaan, maar ik kan me goed voorstellen dat dat ook iets met mensen doet. Ik woon in Californië, ver van Rusland, toch voel ik de dreiging.’

Het is ook wat de Amsterdamse Pam Comfurius zegt. ‘Het gaat er nu vaak over dat mensen meer meevoelen met de Oekraïense vluchtelingen dan de Syrische. Dat zou dan zijn omdat die mensen minder op ons lijken. Ik heb me dat ook afgevraagd: waarom lag ik niet wakker van de burgeroorlog in Syrië? Of van het Israël-Palestinaconflict? Die situaties vind ik ook verschrikkelijk.’ Het verschil zit, denkt ze, ‘absoluut niet’ in de huidskleur van de mensen. ‘Maar in het feit dat er achter deze oorlog iemand zit die gek genoeg lijkt om een kernoorlog te beginnen.’

Wat mogelijk ook een rol speelt in hoe Nederlanders naar de oorlog in Oekraïne kijken, is de pandemie die eraan voorafging. Wat begon als een nieuwsbericht achter in de krant over een vreemd nieuw virus in China, ontpopte zich in razend tempo tot een crisis waarbij ongekende maatregelen als schoolsluitingen en een avondklok opeens tot de orde van de dag behoorden.

‘Aan de ene kant kun je uit de pandemie de les trekken dat we weerbaar zijn als land. We kunnen zo'n onverwachte ramp aan’, zegt Michel Dückers, bijzonder hoogleraar crises, veiligheid en gezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Maar het kan ook leiden tot grotere onzekerheid: zoiets kan ons dus zomaar overkomen.’

Extra kwetsbaar

Traumapsycholoog Kaz de Jong onderscheidt drie groepen die extra kwetsbaar zijn voor nieuws over rampspoed. In de eerste plaats zijn dat mensen die familie of vrienden hebben wonen in het rampgebied. De Jong werkt bij Artsen zonder Grenzen, het is zijn taak collega’s die in een oorlogs- of rampgebied zijn geweest mentaal op de been te houden. ‘In dit geval houden we onze mensen die familie hebben in Oekraïne of er hebben gewerkt extra in de gaten.’

Een tweede kwetsbare groep zijn mensen die zelf iets vergelijkbaars hebben meegemaakt zoals vluchtelingen en militairen. Iets vergelijkbaars blijkt ook uit onderzoek van Holman, vertelt ze. ‘We zien dat mensen die in hun leven al eerder zijn blootgesteld aan geweld een groter risico lopen stressklachten te krijgen na het bekijken van beelden van oorlogen en aanslagen.’

De derde kwetsbare groep die De Jong onderscheidt zijn de zogenoemde ‘doomscrollers'. Mensen die geen link hebben met Oekraïne, maar die simpelweg niet genoeg afstand kunnen of willen nemen van het nieuws. De Jong: ‘Het volgen van een oorlog kan op een bepaalde manier ook verslavend zijn. Het kan je het idee geven dat je toch nog enige controle hebt over de situatie.’

‘Zet de radio aan, in plaats van de televisie’

Toen Pam Comfurius merkte dat ze last begon te krijgen van de vele uren die ze besteedde aan het volgen van de oorlog, heeft ze ingegrepen. ‘Ik dacht: de mensen in Oekraïne hebben er niets aan als ik over de kop ga. Bovendien: van structureel slaapgebrek word ik geen leukere moeder of een betere werknemer.’ En dus schakelde ze terug van tien tot twaalf uur nieuwsconsumptie per dag naar één tot twee uur. Het werkt. ‘Ik slaap nu weer goed. De rust is terug.’

Het is ook wat alle in dit stuk genoemde experts met klem adviseren: doseer de hoeveelheid nieuws die je tot je neemt.

‘Beperk je nieuwsconsumptie tot een paar keer per dag een minuut of twintig, dertig’, zegt de Amerikaanse gezondheidspsycholoog Holman. ‘Je hoeft je kop niet in het zand te steken. Zorg dat je op de hoogte blijft, maar zet de televisie daarna uit.’ En vooral: vermijd expliciete beelden. ‘Als je een filmpje tegenkomt waar vooraf wordt gewaarschuwd voor de inhoud, kijk dat dan niet.’

Kaz de Jong van Artsen zonder Grenzen tipt collega’s die gebukt gaan onder het nieuws om beelden überhaupt zo veel mogelijk te mijden. ‘Zet de radio aan.’ Zelf doseert hij zijn nieuwsinname trouwens ook, vooral ’s avonds. ‘Het is moeilijk om de oorlog niet te volgen. Maar als ik mezelf erop betrap dat ik steeds weer zit te kijken, leg ik mijn telefoon weg en ga ik muziek luisteren. Of ik zet Netflix op.’

En voor bij wie de oorlogssomberte desondanks toch toeslaat, heeft de Groningse bijzonder hoogleraar Dückers nog een tip. ‘Ga lekker bewegen. Of zoek vrienden op. Betekenisvol bezig zijn helpt bewezen tegen angst- en depressieklachten.’

Nieuws mijden, helpt dat?

Een deel van de mensen gaat negatief nieuws na verloop van tijd uit de weg en wordt daar een klein beetje blijer van. Dat valt althans op te maken uit een onderzoek dat gehouden werd onder een (representatief) panel van twaalfhonderd Nederlanders, vlak na het uitbreken van de coronacrisis. ‘We zagen in eerste instantie dat de meeste mensen meer nieuws gingen volgen toen de coronacrisis uitbrak’, zegt Kiki de Bruin, die aan de Hogeschool Utrecht en Universiteit van Amsterdam promoveert op nieuwsmijding.

‘In de maanden daarna zagen we dat ongeveer de helft nieuws over corona juist uit de weg begon te gaan, onder andere omdat het een negatief effect had op hun gemoedstoestand.’ Omdat de panelleden telkens gevraagd werd hoe ze zich voelden, konden de onderzoekers het effect daarvan zien. ‘De mensen die het nieuws uit de weg waren gegaan voelden zich iets beter. Ook als we corrigeerden voor de mogelijkheid dat mensen zich een paar maanden na het begin van de pandemie toch al beter voelden’, aldus De Bruin. Ze herkent het uit haar interview met nieuwsmijders voor een ander onderzoek. ‘Die zeggen ook dat het ze helpt.’

Meer over