Bedelaars in uniform

Het Russische leger heeft het sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo moeilijk gehad als nu. Het chronische gebrek aan geld heeft een enorme uittocht uit de strijdkrachten veroorzaakt....

BERT LANTING

Het roze varken speelt met verve de rol van levend bewijs voor de welvaart van het leger. Het waggelt tevreden rond en knort vriendelijk als het geaaid wordt door de soldaat van de 18de gemotoriseerde infanteriebrigade van de Russische landmacht, even buiten Moskou. Een leger dat zulke smakelijke beesten op stal heeft staan, kan niet arm zijn, is de boodschap die het dier moet uitdragen.

Op de westerse bezoeker maakt het een wat vreemde indruk dat een legeronderdeel er een boerderij met varkens, koeien en paarden op nahoudt, maar in Rusland wordt het eerder gezien als een teken van welvaart dan van gebrek.

'Wat we hier hebben staan, is bedoeld als aanvulling op het normale voedselpakket', legt brigadecommandant Aleksej Samolkin uit, want hij wil absoluut de indruk vermijden dat zijn eenheid uit armoede varkens houdt. 'Valt het u op dat het hier bijna niet stinkt?', vraagt één van de andere officieren, terwijl we langs de varkenskotten lopen. 'Het is hier brandschoon.'

De varkens en de biggen zien er inderdaad heerlijk fris-roze uit, alsof ze net gewassen zijn. Waarschijnlijk is dat ook zo, want alles wat we tijdens de rondleiding over de legerbasis bij Solnetsjnogorsk te zien krijgen, is zorgvuldig opgepoetst. Roestige objecten langs de route, zoals een rijtje legergroene aanhangwagentjes, zijn weggemoffeld onder opzichtige camouflagenetten.

Aangemoedigd door een voorlichter van het ministerie van Defensie brengt overste Samolkin de blijde boodschap: anders dan de pers meldt, gaat het allemaal prima met de Russische strijdkrachten. Het enige is dat de lonen niet op tijd worden uitbetaald. 'Dat veroorzaakt natuurlijk spanningen, vooral als je thuiskomt en je vrouw wil weten waar het geld blijft', erkent hij.

Om zijn manschappen door deze magere dagen heen te helpen, knijpt hij regelmatig een oogje toe. Officieel mogen beroepsmilitairen geen bijbaan hebben, maar commandant Samolkin weet dat veel van zijn officieren na werktijd in hun auto kruipen om als taxichauffeur wat bij te verdienen. 'Volgens de wet is dat verboden', erkent hij, 'maar volgens de wet moeten wij ook ons loon op tijd krijgen.'

Maar wat de achterstallige lonen betreft, heeft hij - op gezag van de Defensievoorlichter - goed nieuws te melden: het ministerie heeft juist enkele honderden miljoenen guldens binnengekregen. Daarmee kunnen voor vrijwel al het personeel de salarissen over augustus worden uitbetaald.

Volgens de overste gaat het ook op andere punten de goede kant op met de strijdkrachten. De lage - en vooral verlate - lonen en het gebrek aan woonruimte hebben veel jonge officieren uit het leger verjaagd, de handel in. Maar de afgelopen tijd, constateert hij, zijn er steeds meer spijtoptanten die, wijs geworden door de harde kapitalistische werkelijkheid, weer veiligheid zoeken in de schoot van de strijdkrachten.

De vraag of hij een andere periode kent waarin het Russische of het Sovjetleger het zo moeilijk had, brengt hem toch even van de wijs. 'De Tweede Wereldoorlog', flapt hij eruit. Maar hij herstelt zich snel als hij gevraagd wordt naar zijn visie op de hervormingen die de strijdkrachten moeten ondergaan. 'We hebben geen hervormingen nodig', zegt hij bars. 'We moeten gewoon weer opbouwen wat we hadden.'

Hoewel de brigade volgens overste Samolkin zo'n duizend man telt - volgens een andere officier zijn het er in werkelijkheid maar 250, inclusief 50 officieren -, valt er op de hele legerbasis vrijwel nergens iemand te bekennen. 'We houden ze heus niet verborgen, hoor', verzekert Samolkin. 'Ze zijn gewoon aan het werk. Ze moeten alles klaar maken voor de winter.'

We krijgen nog wel een kas met groenten en snijbloemen - 'voor onze vrouwen' - te zien en de kantine, waar de overste trots een bordenmolen demonstreert, waarop aan de ene kant borden ingeschept kunnen worden, terwijl ze er aan de andere kant afgepakt worden.

Om te bewijzen dat er geen honger heerst in het leger, krijgen we een drie-gangenmaaltijd aangeboden. 'Wat er over blijft, nemen jullie maar mee, hoor', roept de commandant olijk.

Wat er achter de gevels van dit hedendaagse Potemkin-dorp schuilgaat, valt op te maken aan de hand van de bedelende militairen die je steeds vaker ziet, zelfs in Moskou. Ze hangen wat schuw rond bij kiosken op straat en klampen je aan, zodra je iets gekocht hebt. 'Heb je wat geld voor sigaretten?' Vervolgens maken ze zich haastig uit de voeten, want zeker voor een militair is het een schande de hand te moeten ophouden. Als hij pech heeft, komt het hem te staan op een uitbrander van een patriottische burger die vindt dat hij de eer van de strijdkrachten bezoedelt.

Het is juist een schande hoe het leger zijn mensen behandelt, vindt Viktor, een 20-jarige ex-commando die bijna een jaar Tsjetsjenië achter de rug heeft. Hij herinnert zich dat de soldaten daar soms zo slecht te eten kregen dat Tsjetsjenen uit de dorpen waar zij omheen lagen, voedsel kwamen brengen. Uit medelijden met die hongerige Ivans die tenslotte ook tegen hun zin naar de Kaukasus waren gestuurd.

Het kwam ook voor dat Russische soldaten wapens en munitie achteroverdrukten en doorverkochten aan de vijand. Viktor kan het niet goedkeuren, maar hij heeft er wel begrip voor. 'De soldaten in Tsjetsjenië zaten op een houtje te bijten, terwijl er in Moskou dik verdiend werd aan de Tsjetsjeense oorlog', zegt hij.

Ook in de vredige delen van het Russische rijk wordt druk geroofd uit de wapenarsenalen. In Start, een dorpje in het oosten van Siberië, kwamen vorige maand drie soldaten om toen de kop van een SAM-luchtdoelraket die ze hadden gestolen, ontplofte. De soldaten waren bezig het gevaarte te demonteren, kennelijk om de kostbare metalen waarvan zij dachten dat die erin verwerkt zaten, door te verkopen.

'De situatie in de strijdkrachten is rampzalig', zegt generaal Vorobjov, ooit bevelhebber van de Russische landmacht en nu lid van de Defensiecommissie van de Doema, het lagerhuis. 'Veel militairen hebben al maanden geen loon meer gekregen en zijn werkelijk aan het eind van hun latijn.' Zijn commissie krijgt dagelijks stapels brieven met noodkreten uit garnizoenen uit alle delen van het land. 'Waar ik me zorgen over maak is de harde toon die erin doorklinkt', zegt hij.

Volgens de jongste cijfers gaat het ministerie van Defensie gebukt onder een schuldenlast van 25 biljoen roebel, oftewel bijna acht miljard gulden, terwijl het budget voor dit jaar al op is. Tien biljoen roebel (3,5 miljard gulden) is het ministerie schuldig aan salarissen voor de militairen en het burgerpersoneel dat voor de strijdkrachten werkt.

Zelfs afgezien van de achterstand bij het uitbetalen van de lonen, zijn de Russische militairen er de afgelopen jaren enorm op achteruit gegaan. Van redelijk goedbetaalde werknemers met veel aanzien zijn de beroepsmilitairen binnen enkele jaren veranderd in verschoppelingen uit de laagste inkomens-categorie, constateert de legerkrant Krasnaja Zvezda (Rode Ster). Volgens de krant leeft het doorsnee officiersgezin in het beste geval op de rand van de armoedegrens.

De salarissen lopen uiteen van zo'n 700 duizend roebel (230 gulden) tot anderhalf à twee miljoen roebel voor de hoge rangen. Dat is natuurlijk een schijntje. Alleen een paar redelijke schoenen kost al zo'n 200 duizend roebel. De problemen worden nog verergerd doordat veertig procent van de officiersvrouwen niet werkt, vaak omdat er in de provinciesteden waar zij wonen domweg geen werk is.

Het chronische gebrek aan geld heeft een enorme uittocht uit de strijdkrachten veroorzaakt. Maar hoeveel militairen hun beroep eraan hebben gegeven, valt nergens te achterhalen. Volgens het ministerie van Defensie tellen de Russische strijdkrachten - de troepen die onder het ministerie van Defensie vallen - nu 1,7 miljoen man. Volgens westerse schattingen moet dat veel minder zijn: ongeveer 1,2 miljoen. Opmerkelijk is dat de pasbenoemde chef van de Russische Defensieraad, Joeri Batoerin, beweert dat het ministerie van Defensie momenteel 2,5 miljoen man onder de wapenen heeft. Heel bescheiden geeft hij toe dat hij er 100 duizend man naast kan zitten.

Hoeveel het er ook zijn - 800 duizend is toch een indrukwekkend verschil - de Russische militairen hebben als één man de pest aan minister van Financiën Livsjits. In legerkringen is hij veruit de meest gehate figuur uit de Russische politiek. Dat heeft hij niet verdiend, vindt Vorobjov. 'Livsjits heeft gelijk als hij zegt dat het ministerie van Financiën niets te verwijten valt, omdat al het geld dat in de begroting voor defensie is uitgetrokken, al is overgemaakt. Het probleem is dat het defensiebudget domweg veel te laag is. Het stond wel vast dat we het eind van het jaar nooit zouden halen met dit bedrag.'

Volgens Vorobjov, die eind 1994 aftrad als chef van de landmacht uit protest tegen het besluit het leger Tsjetsjenië binnen te sturen, heeft de oorlog in de Kaukasus natuurlijk ook flink bijgedragen aan de financiële crisis in het leger. Hoeveel de oorlog precies gekost heeft, valt moeilijk te achterhalen, omdat het geld uit de algemene defensiebegroting gehaald is, zonder verdere specificatie. De generaal schat echter dat de strijd in 1995 zeker vijf biljoen roebel (1,7 miljard gulden) gekost heeft, terwijl de Tsjetsjeense campagne dit jaar al op ruim negen biljoen (3 miljard) is komen te staan.

Daarbij moet eigenlijk dan nog een flink bedrag worden opgeteld voor de vervanging van materieel en munitie dat nog uit de Sovjetperiode dateerde.

Als de oorlog weer zou oplaaien, zou dat wel eens fataal voor het leger kunnen zijn, voorspelt Vorobjov. Hij gelooft echter niet dat het nog tot nieuwe gevechten op grote schaal zal komen. 'Daarvoor ontbreekt de politieke wil in het Kremlin.'

Om de moed erin te houden, drukt de Krasnaja Zvezda - die de laatste tijd meer lijkt op een actiekrantje ('Er wordt veel beloofd, maar weinig gedaan.') dan op het officiële orgaan van een zo serieus departement als het ministerie van Defensie - zo nu en dan een geruststellend artikel af waaruit blijkt dat het leger ondanks alle problemen toch goed functioneert. 'Het ligt er maar aan welke maatstaven je stelt', zegt generaal Vorobjov. 'De Russische troepen kunnen moreel en wat training betreft gevechtsklaar zijn, maar als ze met stenen moeten vechten. . .'

Het lijdt volgens Vorobjov geen twijfel dat het niveau van de oefeningen wegens geldgebrek omlaag gegaan is. Een oefening met een tankbataljon komt al gauw op een miljard roebel (350 duizend gulden) en dat is een enorm bedrag voor het Russische leger.

Bij de luchtmacht moet zo bezuinigd worden dat de Russische piloten jaarlijks nog maar zo'n 25 vlieguren maken, terwijl hun collega's in het Westen per jaar zeker 200 uur in de lucht zijn. Hetzelfde geldt voor de Russische vloot; het grootste deel van de oorlogsschepen ligt aan de kade te roesten. 'De Baltische Vloot komt er misschien nog het best af, maar dat komt doordat zij de afgelopen jaren veel schepen en allerlei apparatuur naar Kaliningrad hebben moeten overvaren uit de Baltische staten', zegt een Russische marine-deskundige smalend.

Zelfs de atoomonderzeeërs - Ruslands hoop in bange dagen - varen tegenwoordig nog maar weinig uit. Het probleem is dat het personeel eerst uitbetaald wil krijgen, voordat het uitvaart. Wegens geldgebrek is al ruim tweederde van de nucleaire onderzeeërs afgedankt.

Van aankoop van nieuwe wapens kan onder dergelijke omstandigheden natuurlijk al helemaal geen sprake zijn. De Russische luchtmacht heeft vorig jaar slechts een handjevol nieuwe gevechtstoestellen gekregen, lang niet genoeg om de vliegtuigen die afgeschreven moesten worden, te vervangen.

Volgens generaal Rochlin, de voorzitter van de Defensiecommissie, is het machtige Sovjetleger, dat ooit ruim 180 divisies telde, nu ineengeschrompeld tot dertig divisies, waarvan slechts eenderde gevechtsklaar genoemd kan worden.

De enige uitweg is volgens Vorobjov een grondige afslanking van het leger en een herziening van de militaire doctrine. 'Het Russische leger kan geen evenbeeld zijn van het Sovjetleger. Een leger van dergelijke omvang kan Rusland zich domweg niet veroorloven', zegt hij. 'Als we ons daarbij niet neerleggen en daarvoor geen oplossing vinden, houden we een leger van gefrusteerde en agressieve mensen. Dan kunnen we alleen maar afwachten wanneer die woede tot uitbarsting komt.'

Ook voorzitter Batoerin van de Defensieraad vindt dat het tijd wordt te erkennen dat Rusland zich militair niet kan meten met de Verenigde Staten, laat staan dat het een gelijke gevechtskracht kan nastreven met de NAVO. Volgens hem moet Rusland van het idee van pariteit wat gevechtskracht betreft, overstappen op 'pariteit van bedreiging'. Als Rusland duidelijk kan maken dat het over de mogelijkheden beschikt het Westen met een 'precisie-slag' te treffen in bijvoorbeeld zijn economische en financiële hart, dan is dat volgens hem een voldoende afschrikking.

De afslankingsplannen stuiten bij de strijdkrachten echter op verzet. Zo kreeg generaal Lebed, vlak voor zijn ontslag als secretaris van de Veiligheidsraad, van militairen van de luchtlandingstroepen een staande ovatie toen hij zich op een vergadering uitsprak tegen de afslankingsplannen van de nieuwe minister van Defensie, generaal Rodionov. Om het verzet in de kiem te smoren, ontsloeg Rodionov meteen een van de commandanten die kritiek op de plannen hadden.

Voorlopig is de regering echter nog voornamelijk met de stoplap bezig. Om de militairen tevreden te houden, wordt naarstig gezocht naar extra middelen. Al het geld dat de regering nu bijeenschraapt om de militairen af te betalen, komt bovenop de begrote kosten. Hoe dit gat weer gedekt moet worden, weet niemand.

Premier Tsjernomyrdin stelde onlangs voor, een speciale belasting in te voeren om het leger en de andere eenheden - in totaal hebben maar liefst achttien ministeries, van het ministerie van Binnenlandse Zaken tot het ministerie voor Verbindingen, de beschikking over hun eigen gewapende eenheden - te financieren. Maar dat voorstel voor een 'epauletten-tax' is slecht gevallen bij het parlement.

Volgens Oksana Dmitrijeva van de begrotingscommissie van de Doema zijn de Russische belastingen sowieso al veel te hoog. De invoering van een nieuwe belasting zal niets uithalen, denkt zij. Het probleem is immers dat de staat veel te weinig geld int onder de bestaande belastingen. De beste oplossing is dus ervoor te zorgen dat de bestaande belastingpremies afgedragen worden.

Daarnaast moet er volgens haar veel scherper toezicht gehouden worden op de manier waarop het ministerie van Defensie het geld besteedt. Het is een publiek geheim dat veel geld verdwijnt in de zakken van corrupte generaals. Zo heeft het ministerie volgens generaal Rochlin tientallen miljoenen guldens toegespeeld aan een dubieuze bouwfirma, waarvan de zoon van onderminister Kobets van Defensie medefirmant was.

Als er een speciale belasting ingesteld wordt om de militairen af te betalen, waarom komt er dan ook geen speciale belasting voor de Russische wetenschappers of de mensen in het onderwijs en de ziekenzorg, die ook al maanden geen salaris meer hebben ontvangen?, vragen de parlementariërs zich bovendien af.

Het antwoord ligt voor de hand: omdat ontevreden militairen nu eenmaal gevaarlijker zijn dan boze onderwijzers en toneelspelers. De militairen zelf spelen ook af en toe openlijk op die vrees in.

Zo dreigde een groep officieren van de Generale Staf onlangs in een schotschrift Jeltsins stafchef Tsjoebais en 'het andere tuig in het Kremlin' te straffen voor hun beleid. Volgens de anonieme ondertekenaars van het pamflet, dat op grote schaal in het leger circuleert, is de 'roodharige' (bedoeld wordt: Tsjoebais) opzettelijk bezig de Russische strijdkrachten te gronde te richten in opdracht van zijn 'overzeese beschermheren'.

'Wij hebben voldoende kracht en middelen om die heren te dwingen af te zien van hun plannen', waarschuwen de officieren in de open brief aan minister Rodionov. 'Wij geven hun tot 25 oktober de tijd alle achterstallige lonen over augustus tot oktober af te betalen. Als iemand probeert er onderuit te komen in plaats van tegemoet te komen aan onze eisen, dan is het voor die mensen raadzaam voor die datum uit te wijken naar die oorden, waar hun kinderen, kleinkinderen en andere spruiten hun opleiding volgen. Maar ook dat zal hen niet helpen', schrijven ze met een toespeling op de gewoonte van de nieuwe Russische elite - Jeltsins dochter Tatjana Djatsjenko inbegrepen - hun kinderen naar dure kostscholen in het buitenland te sturen.

Voorlopig is nog geen van de Kremlinbewoners naar het buitenland gevlucht en hebben de ontevreden officieren het gelaten bij een korte demonstratie op de stoep van het ministerie van Defensie. Maar volgens Vorobjov moet hun protest niet onderschat worden. 'Het is overdreven om te zeggen dat er een georganiseerde oppositie in de strijdkrachten bestaat. Maar er is wel enorm veel onvrede en de situatie is explosief. Tot nog toe hebben de strijdkrachten altijd een stabiliserende rol gespeeld in de Russische geschiedenis, maar als er nu niet snel ingrijpende maatregelen worden genomen, zou het leger wel eens juist een destabiliserende rol kunnen krijgen.'

Bert Lanting

Meer over