Bechstein-vleugel in de Canadese wildernis

Andreas Landewee wordt in 1945 met ettelijke honderdduizenden andere Duitsers verdreven uit het Tsjechische Sudetenland, waar hij bijna een halve eeuw in idyllische doch barre omstandigheden leefde....

Op een dieper niveau gaat hij echter gebukt onder zijn onvermogen om in het reine te komen met een problematische levensloop die veel meer behelst dan de verdrijving uit het Sudetenland. Zijn nieuwe bestaan is ook een vorm van escapisme, een mogelijkheid om de confrontatie met zichzelf uit de weg te gaan.

In haar literaire debuut Het cadeau uit Berlijn, gebaseerd op de geschiedenis van de familie van haar grootmoeder, werpt slaviste en kunstcritica Lucette ter Borg (1962) stukje bij beetje licht op de problematische aspecten van Landewees persoonlijkheid. Zijn streven naar fysieke onkwetsbaarheid na als kind een tijd verlamd te zijn geweest, zijn kille verstandshuwelijk met de onderwijzeres Hannelore, zijn daaropvolgende romantische liefde voor de operazangeres Elisabeth Bruch, een vedette uit de nazi-tijd Ter Borg weet geleidelijk de fascinatie van de lezer te wekken voor Landewee, een fysiek sterke, metafysisch bewogen man die de introspectie evenwel geheel schuwt.

Centraal in zijn leven lijkt een zoektocht te staan naar een bepaald soort schoonheidservaring die te maken heeft met liefde, hout en muziek. Deze drie elementen komen samen in de Bechstein-vleugel van Elisabeth, die werd vervaardigd uit het beste hout van het Ertsgebergte in het Sudetenland, Landewees verloren geboortegrond. Zij kreeg die vleugel als ster van het naziregime in 1938 van Hitler persoonlijk cadeau. Na haar dood sleept Landewee de vleugel mee naar de Canadese wildernis, waar die in zijn nieuwe bestaan een hoofdrol vervult. Avond aan avond speelt hij er in eenzaamheid op. 'Lieber Gott, in Elisabeths vleugel zit een boom van bij ons thuis. Dat geloof je toch niet, zo'n toeval. Uit het Ertsgebergte haalden ze dat hout!'

Terwijl Landewee in de wildernis speelt, blijven nazi-Duitsland, de etnische zuivering van het Sudetenland en zijn mislukte, liefdeloze huwelijk met Hannelore deel uitmaken van een verleden dat niet wordt aanvaard, laat staan verwerkt. Met dit onvermogen te aanvaarden is Landewee oud geworden. In de Canadese wildernis breekt het hem uiteindelijk op als hij wordt overvallen door de echte ouderdom en de daarbij horende aftakeling, die voor de zo lang fysiek onkwetsbare man onacceptabel is.

Behalve in de krachtige sfeerbeschrijvingen en de sterke structuur schuilt de kracht van dit debuut vooral ook in de beschrijving van de tragiek van een de facto gewoon mensenleven.

Meer over