Bebloede schoolpleinen brengen Amerika tot wanhoop

Wapendetectoren, camera's en handleidingen over probleemkinderen. Het heeft allemaal weinig zin als twee tieners vol opgekropte haat en met semi-automatische geweren en handgranaten hun medeleerlingen tijdens de lunch verrassen....

Amerika vroeg zich daags na de schietpartij in de middelbare school van Littleton, Colorado, af waarom twaalf onschuldige kinderen, een docent en de twee schutters door schijnbaar zinloos geweld om het leven waren gekomen. Het antwoord werd, opnieuw, niet gevonden.

De kwellende vraag had via bebloede schoolpleinen in Mississippi, Kentucky, Arkansas, en Oregon de buitenwijk van Denver bereikt. Uitbarsting van geweld is een te vertrouwd beeld geworden in Amerikaanse huiskamers, en het land zoekt wanhopig naar een oplossing voor de onweerlegbare trend.

Van een epidemie wilde president Clinton vooralsnog niet weten. Wel erkende hij woensdag dat 'als het in Littleton kon gebeuren, deze tragedie elke gemeenschap in de Verenigde Staten kan treffen'. Afgelopen oktober nog leidde hij op het Witte Huis een symposium over toenemend geweld op onderwijsinstellingen.

Op die bijeenkomst beloofde Clinton 360 miljoen gulden subsidie voor betere beveiliging van schoolgebouwen. Het ministerie van onderwijs publiceerde een handleiding, die onderwijskrachten tips biedt over het snel signaleren van mogelijke situaties waarin kinderen geen raad weten met hun problemen.

Psychologische ondersteuning alleen lijkt onvoldoende om te voorkomen dat jongens als Eric Harris (18) en Dylan Klebold (17) zich dermate zwaar bewapenen dat het bijna een etmaal duurde voordat het schoolgebouw kon worden betreden. Dertig zelfgemaakte bommen lagen al dan niet ontploft op de politie te wachten.

Het duurde vier uur voordat in de bibliotheek de laatste schoten werden gehoord. Met deze kogels maakten de twee daders een eind aan hun leven.

Meteen brak de oude discussie over federale wetgeving die wapenbezit aan strakkere banden moet leggen weer los. Een machtige wapenlobby in Washington heeft menig wetsvoorstel getorpedeerd. Ironisch genoeg had het congres van de staat Colorado woensdag zullen debatteren over een voorstel dat het dragen van wapens op straat toestaat met uitzondering van scholen, regeringsgebouwen en bars. Het debat werd uitgesteld.

Het is glashelder dat jongeren geen toegang mogen hebben tot wapens, zei minister van justitie Janet Reno woensdag. 'Maar strengere wetten zijn niet toereikend genoeg. We moeten zorgen voor professionele hulp, die haat en woede onder jongeren een uitweg kan bieden.'

Haar departement stelt sinds 1994 jaarlijks 1,2 miljard gulden ter beschikking om scholen te vrijwaren van geweld en drugs. Aanvankelijk werd het geld grotendeels gebruikt om studenten te wijzen op de gevaren van verboden middelen, maar steeds vaker wordt de subsidie besteed aan veiligheid.

De Verenigde Staten waren namelijk hardhandig wakker geschud. In oktober 1997 vermoordde een 16-jarige jongen uit Pearl (Mississippi) zijn moeder en schoot hij negen kinderen neer, van wie twee overleden. Schietpartijen elders in het land leidden tot nog eens tien doden. De daders van een aanslag in Jonesboro (Arkansas) waren elf en dertien jaar.

Het voorbije schooljaar verliep relatief geweldloos. Scholen leken voorbereid op dergelijke rampen door kinderen aan te sporen vroegtijdig aan de bel te trekken als hen iets onheilspellends ter ore kwam. Scholieren leren in sommige steden bij geweervuur meteen onder hun bureau te duiken.

Opvoedkundigen wezen erop dat onvrede onder jongeren niet iets van de laatste jaren is, maar dat toenemend geweld in de maatschappij het steeds lastiger maakt om die natuurlijke woede in goede banen te leiden. Films en computerspelletjes herbergen te veel geweld die realiteit en fictie met elkaar verwarren.

In een poging emotionele balans te vinden, besloot de Chicago Sun het nieuws over de schietpartij niet op de voorpagina te brengen. 'We willen kinderen geen angst aanjagen als zij vandaag naar school gaan.'

Meer over