Beatnique

Zanger Dave is, lang na het grote succes, nog mateloos populair in Frankrijk. Openlijk homo toen dat nog ongewoon was, altijd de clown, altijd openhartig. Hij overziet zijn leven. 'Mijn achtergrond blijft Dik Trom.'

Op de boekenbeurs van Brive-la-Gaillarde liep hij onlangs Valérie Trierweiler - mevrouw François Hollande, zogezegd - tegen het lijf. Hij was daar om zijn autobiografie te signeren, zij voor een fotoboek over de presidentscampagne. Meteen was ze op hem afgestapt: O Dave, ik ben zo'n liefhebber van je chansons, zei ze. Zijn antwoord kwam du tac au-tac: Kamer 26!

Eerst was hij heel trots geweest op zijn snelheid. Maar later, in bed, dacht hij toch: o god, dat wordt een belastingonderzoek. Patrick, zijn vriend, had nog zo gewaarschuwd: hou toch eens op met de clown te spelen. Gelukkig, toen hij haar de volgende dag weer tegenkwam en zijn excuses wilde maken, bleek Trierweiler het niet zwaar op te nemen. In dat geval, zei Dave: als je genoeg hebt van François Hollande, vergeet me niet, want ik ben La Hollande.

Zo is Dave, in een notendop. Al vele jaren, en zeker sinds de dood van Sylvia Kristel, de beroemdste Nederlander van Frankrijk. Ook al liggen zijn grootste successen meer dan dertig jaar achter hem, rustig over straat lopen is er nog steeds niet bij. De metro vermijdt hij, er zou van alle kanten aan hem worden getrokken.

Die beroemdheid is hem overkomen, ooit. Ineens stonden er duizenden gillende meisjes te wachten bij radiostudio Monte Carlo als ze wisten dat hij kwam. Dat was in 1974. Sindsdien is het zo gebleven. Goed, toen Mitterrand aan de macht kwam en de radiozenders andere muziek wilden, werd het minder. Hij heeft z'n zwarte periode wel gehad: toerend langs plattelandsdisco's waar je je pak met pailletten moest aantrekken in de bezemkast en hij soms kotsend van de slechte drank boven een bureaula hing.

De jaren tachtig, dat was zijn tocht door de woestijn: niemand die nog iets in de zanger Dave zag, al zijn vrienden gingen dood. Daarna is het eigenlijk alleen maar bergopwaarts gegaan. Zijn liedjes werden herontdekt en zijn sindsdien niet meer van de radar verdwenen. Een nieuw album, een boek, tv-optredens - met ogenschijnlijk gemak houdt hij zijn bekendheid op peil. Zijn laatste troef: malicieus jurylid in de tv-show La France à un incroyable talent - in Nederland bekend als Holland's got talent. Dave met de hand aan de knop terwijl een stoet aan steltlopers, hondentemmers, tienerzangeresjes en zingende huisvrouwen een gooi doet naar de eeuwige roem.

J'irais bien refaire un tour... zo heet de onlangs verschenen autobiografie waarin hij zijn leven vertelt. Dave, 68 jaar, zou nog wel een rondje willen maken. Al zou hij het ook geen drama vinden als er een einde aan zou komen. 'Als het nu ophoudt, is dat jammer maar acceptabel', schrijft hij. 'Ik heb echt een mooi leven gehad.'

Een openhartig boek, vinden veel Fransen. Zoals ze Dave een ongekend openhartige man vinden. Hij was een van de eerste Franse artiesten die openlijk over zijn voorkeur voor mannen sprak ('mannen zijn espresso, vrouwen nescafé', schrijft hij). 'Als het over euthanasie, hasj of homohuwelijk gaat, bellen ze mij', vat hij samen. Dan mag hij opdraven als Hollander van dienst, in een talkshow of debatprogramma.

'Dat komt toch doordat ik Nederlander ben', zegt hij, genesteld op de sofa in het riante dakappartement niet ver van de Eiffeltoren. Hij deelt dat met Patrick, die al 41 jaar zijn levenspartner en vaste tekstschrijver is, en met de hond Chance, gered nadat hij op het eiland Réunion als levend visaas was gebruikt. 'On n'a pas les mêmes tabous. Ook al woon ik hier 48 jaar en ben ik volledig verfranst, mijn achtergrond blijft Dik Trom en Woutertje Pieterse, de lagere school in Blaricum en het gymnasium alpha in Hilversum.'

Dave is wat ze in Frankrijk een sniper noemen. Zo iemand die vanuit zijn schuttersputje vileine opmerkingen lanceert als men er niet op bedacht is. 'Ik sta toch dichter bij Woody Allen dan bij Louis de Funès', zegt hij. 'Mijn selling point hier is dat ik anders in elkaar zit. Ik weet niet of me dat in Nederland ook gelukt zou zijn. Ik ben niet per se intelligent, maar heb een snelle geest. In onze samenleving kun je dat veranderen in goud.' Die snelheid gaat gepaard met ironie, een houding die in Frankrijk vrij zeldzaam is. 'Je maakt er niet alleen vrienden mee', grijnst hij. 'L'art du cochon, zeggen ze. De kunst van het varken.'

In 1965 kwam Dave, die toen nog Wouter Otto Levenbach heette, met de palingkotter Justus binnendoor naar Frankrijk. Over Maas, Sambre, Oise, Seine en dan verder naar Marseille om over de Middellandse Zee door te varen naar de Krim - de jongens lazen graag Dostojevski, Gogol en Tolstoj en wilden de Russen wel eens met eigen ogen zien. Zo ver kwam het niet. In Saint-Tropez bleek dat Dave goed kon leven van het zingen op terrasjes. Zijn carrière was begonnen, met Frankrijk als tweede vaderland. 'Dat ik ooit beroepszanger zou worden, met vier auto's en een buitenhuis in het Zuiden, daar had ik nog geen flauw idee van.'

Een beatnik noemde Dave zich, en dat is niet veranderd. 'We hielden van Jack Kerouac, van On The Road. De hippies, dat was een gemeenschappelijk gebeuren: festivals en met z'n allen geitenkaas maken. Wij waren eerder hedonistisch. Liften naar Kathmandu, dat soort dingen. We wilden geen carrière maken, maar gewoon prettig leven.'

Voor een beatnik praat hij veel over geld. Over zijn Mercedessen 500 en 600SL, waarvan er een 225 duizend euro kost. Over zijn appartement met een huur van 6.500 euro per maand. 'Het is gemakkelijker een beatnik te zijn met geld dan zonder', is zijn praktische uitleg. 'Applaus is wat anders: dat is een liefdesverhouding met de zaal. Door het geld voel je dat je gerespecteerd wordt, het is een bewijs van wat je waard bent.'

Zijn vrijmoedigheid pakt niet altijd goed uit. Sinds de regering-Hollande in Frankrijk het homohuwelijk mogelijk wil maken, wordt in het land een verhitte discussie gevoerd, voor- en tegenstanders gaan de straat op. De bijdrage van Dave aan het debat was verrassend. Adoptie door homostellen moet kunnen, poneerde hij. Maar het huwelijk was een burgerlijke aangelegenheid, dat kon je maar beter aan de hetero's laten.

'Op slag zat ik in de hoek van de reactionairen', vertelt hij. 'Terwijl dat helemaal niet was wat ik bedoelde. Als beatnik ben ik gewoon van de generatie die tegen trouwen is.' Om zijn goede wil te tonen, liep hij in de Parijse demonstratie voor homohuwelijken op de voorste rij mee. 'De eerste demonstratie van mijn leven. Ik wil niet te boek staan als iemand die zijn vrienden verraadt. Als de homo's zo nodig willen trouwen, dan doen ze maar.'

Over adoptie is hij stellig. 'Fransen denken soms nog dat een kind levenslang getraumatiseerd raakt van twee ouders met hetzelfde geslacht. In Nederland weten we dat het niet zo is. Ouders die naar elkaar schelden en borden naar elkaars hoofd gooien, is ook geen pretje. Het draait om de liefde.'

Zijn boek gaat - op overigens opgewekte toon - veel over dood en ziekte: de hartoperatie die hij vorig jaar onderging wordt uitgebreid behandeld, hij schrijft over de vele vrienden die hij in de jaren tachtig aan aids verloor. 'Die beelden krijg ik nooit meer weg. Het was als Auschwitz, zo afschuwelijk. Je wist niks, je wist alleen dat alle mensen om je heen dood gingen. Wij hadden op ons 40ste de kaalslag die een ander rond zijn 70ste heeft. Je was als een soldaat die naar Irak is gestuurd. Als door een wonder zijn Patrick en ik gespaard.'

Ook op het gebied van euthanasie - in Frankrijk nog steeds strafbaar - is Dave een ambassadeur van het Nederlandse pragmatisme. In zijn boek beschrijft hij de euthanasie van zijn moeder, die in 1990 stierf. 'Ik ben geen specialist, maar ik heb er veel over gelezen en nagedacht. Elk geval is anders, ik denk niet dat je het bij wet kunt regelen. Ik geloof wel dat er hier een vorm van tolerantie over moet ontstaan, die Nederland al lang kent.'

Nederland is ver weg hier, hij komt er hoogstens eenmaal per jaar. Paul de Leeuw, leeft die nog, informeert hij. En Willem Ruis? Toch is hij trots op zijn afkomst, noemt Theo Thijssen, Louis Couperus, Cees Nooteboom, is trots op zijn jongere broer die les geeft aan Marokkanen. 'Ik ben verfranst, maar heb nooit van nationaliteit willen veranderen. Dat Nederlandse is een van de redenen voor mijn succes. Kijk naar Dalida, Petula Clark, Yannick Noah, Zinédine Zidane - de Fransen hebben altijd sterren met een accent.'

Hoe hou je het toch vol tussen al die arrogante, eigenwijze Fransen, had een Nederlandse talkshowhost hem eens gevraagd. Daartussen val ik niet op, was zijn antwoord.

Extra: Dansez maintenant

Dave brak in 1974 door met Trop Beau, de Franse versie van Sugar Baby Love van The Rubettes. Daarna volgde Vanina, een vertaling van Runaway van Del Shannon. Zijn grootste succes in Nederland was Dansez maintenant uit 1977. Willem Duys maakte zich zo kwaad over deze bewerking van Glen Millers Moonlight Serenade dat hij het plaatje voor de radio doormidden brak. De opvolger, Du côté de chez Swann, bleek te Frans voor de Nederlandse markt. Sindsdien richt Dave zich uitsluitend op Frankrijk.

undefined

Meer over