Basisvorming

DE basisvorming in het voortgezet onderwijs faalt. Van alle prachtige doelstellingen is weinig terecht gekomen. Leerlingen uit achterstandsmilieus zijn niet beter gaan leren, terwijl de prestaties van vwo'ers juist daalden....

Deze conclusies van een grootschalig onderwijskundig onderzoek zijn minder onrustbarend dan zij op het eerste gezicht lijken. De negatieve evaluatie van de basisvorming is allereerst een gevolg van de manier waarop het onderwijs geregeerd wordt. Onderwijskundigen en politici bedenken mooie plannen die niet in de laatste plaats worden ingegeven door - overigens legitieme - sociale wenselijkheden. Deze worden geparachuteerd in de scholen, die zich echter per definitie niet centralistisch laten besturen. Het echte werk gebeurt immers in de klas, grotendeels buiten de greep van 'Zoetermeer' en de onderwijskunde. Vervolgens wordt de hele operatie reeds na een paar jaar uitgebreid geëvalueerd. De voorspelbare uitkomst is uiteraard dat de ambitieuze doelstellingen niet gehaald zijn.

Zo vielen de resultaten van het basisonderwijs tegen en over enkele jaren zullen onderwijskundigen ongetwijfeld tot de conclusie komen dat het studiehuis niet aan de verwachtingen heeft voldaan.

Toch bieden de resultaten van het onderzoek wel stof tot nadenken. De angst van critici voor nivellering van het onderwijs lijkt, zij het in bescheiden mate, waarheid te worden. De prestaties van vwo-leerlingen zijn licht gedaald. Volgens de onderzoekers loopt daarmee de selectiviteit en kwaliteit van het vwo op langere termijn gevaar, hetgeen uiteraard een ongewenste zaak is.

Ook aan de onderkant van het educatieve spectrum bestaan problemen. Vooral in de grote steden hebben scholen veel allochtone leerlingen die relatief zwak presteren, zeker als zij pas op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen. In een recent rapport kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau al tot de conclusie dat het onderwijs voor veel van deze leerlingen te theoretisch is. Daardoor verlaten velen de school zonder diploma, met alle gevolgen vandien, aldus het SCP.

Hoewel de basisvorming pas tot stand kwam na talloze compromissen, wortelt zij sterk in het emancipatiedenken van de jaren zeventig: een zo homogeen mogelijk aanbod voor alle leerlingen. Deze aanpak lijkt langzamerhand achterhaald. De jaren negentig vragen eerder om een gedifferentieerde aanpak, waarin sterke leerlingen de ruimte krijgen en zwakke leerlingen niet gefrustreerd raken door een al te theoretisch aanbod. Nu lijkt de basisvorming te gemakkelijk voor vwo'ers en te moeilijk voor veel vbo'ers.

Daar is niemand mee gediend, vooral ook omdat de keuze na de basisschool niet per se bepalend is voor de rest van de schoolloopbaan. Een van de positieve ontwikkelingen in het onderwijs is dat de overstap naar een hoger schooltype gemakkelijker is geworden. Juist allochtone leerlingen maken relatief veel gebruik van deze mogelijkheid.

Meer over