Barometer van het beurshumeur

De AEX bestaat 30 jaar. Tjerk Westerterp bedacht de index in de trein van Luik naar Luxemburg, waarna 'het casino van Tjerk' uitgroeide tot de belangrijkste beursgraadmeter. Door

Net zoals de namen van Charles Dow en Edward Jones voor altijd verbonden zullen blijven met de Dow Jones-index, zal de naam van Tjerk Westerterp verbonden blijven met de AEX-index. Zijn optiebeurs mag een soort handelshuis zijn geworden voor grote, internationale beursgiganten, zijn index staat nog fier overeind. Weinig mensen kunnen zeggen iets bedacht te hebben dat dagelijks ontelbare malen wordt genoemd en gepubliceerd.

Donderdag vierde de AEX-index zijn 30ste verjaardag. Tjerk Westerterp - allesbehalve een wiskundige bolleboos - ontwikkelde de index in 1982 op een kladje, in een voortrazende trein tussen Luik en Luxemburg. Hij wilde er helemaal geen toonaangevende index van maken, hij wilde alleen de mogelijkheid scheppen voor beleggers om een optie te kopen op de stijging of daling van de beursindex.

'In 1982 ging het met de optiehandel in Amsterdam eigenlijk helemaal niet goed. In Chicago hadden ze veel succes met optiecontracten op de beursindex. Ik dacht: zoiets moeten we ook hebben. In de trein heb je uren de tijd', zei Westerterp ooit in een interview met de Volkskrant.

Westerterp koos van de beurspagina de dertien grootste fondsen: ABN, Ahold, Amro, Akzo, Gist-Brocades, Heineken, Hoogovens, KLM, Nedlloyd, Nationale-Nederlanden, Philips, Koninklijke Olie en Unilever. Ieder van deze fondsen woog voor ruim 7,6 procent mee in de index. De Amsterdamse effectenbeurs had op dat moment al een eigen index, die van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Omdat die index slechts twee keer per dag werd berekend, was hij onbruikbaar voor de handel.

Westerterp (nu 82) was namens de KVP minister van Verkeer en Waterstaat geweest in het roemruchte kabinet-Den Uyl. In 1978 werd hij door het bestuur van de Vereniging voor de Effectenhandel gevraagd directeur te worden van een beurs waar opties op aandelen zouden worden verhandeld. In Europa bestond zo'n beurs nog niet, zodat hij ambitieus de European Options Exchange (EOE) werd genoemd. De verwachtingen waren niet hooggespannen, omdat de handel in aandelen op dat moment op een laag pitje stond door de slechte gang van zaken in het bedrijfsleven.

De keuze voor Westerterp was een schot in de roos. Hij was een onvermoeibare ambassadeur voor de noviteit die laatdunkend 'het casino van Tjerk' werd genoemd. Er kon geen feestje worden georganiseerd of Westerterp propageerde er zijn opties en haalde een stukje in de krant, met name in het 'Stan Huygens Journaal' van Thomas Lepeltak in De Telegraaf.

Hij had het geluk dat in de jaren tachtig de aandacht voor de beurs explodeerde door het economische herstel. Begin jaren tachtig wisten alleen bollebozen hoe opties werkten, tien jaar later was speculeren met opties een even grote volkssport als meedoen aan de Staatsloterij.

De EOE-index werd op 4 maart 1983 ingevoerd, maar werd teruggerekend naar 3 januari 1983. Ieder moment verscheen op de schermen van de optiebeurs de nieuwe berekening. Het CBS en de effectenbeurs hadden aanvankelijk weinig waardering voor wat als het prutswerk van Westerterp werd gezien. Ze namen de splinternieuwe EOE-index nauwelijks serieus.

Ook de handel in de zogenoemde 'index-opties' kwam niet van de grond. Bankiers zeiden dat index-contracten geen juridisch afdwingbare contracten waren. Er zat een lacune in het Burgerlijk Wetboek. Pas in 1987 waren de ministeries van Financiën en Justitie bereid een verandering in het wetboek door te voeren. Op 5 mei 1987 werden de eerste index-opties gelanceerd. Het aantal fondsen in de index werd tegelijkertijd van 13 naar 20 gebracht. Index-opties maakten al gauw het leeuwendeel uit van de omzet op de optiebeurs. Het werden handige instrumenten voor grote beleggers om zich in te dekken tegen koersschommelingen of in te spelen op een algehele stijging of daling van de beurskoersen.

In 1989 werd het aantal fondsen vergroot van 20 naar 25. Westerterps ultieme triomf kwam op 1 december 1994, toen het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs de EOE-index als belangrijkste graadmeter accepteerde. Westerterps liefdesbaby werd herdoopt in de Amsterdam EOE-index of AEX.

Een maand later werd besloten de marktkapitalisatie van de fondsen als nieuwe wegingsfactor in te brengen. Hoe groter het bedrijf, hoe zwaarder het meeweegt in de index.

undefined

Meer over