Barneveld

Ooit ben ik in Barneveld in een sloot gevallen. Er lag een plank over de sloot en ik gleed ervan af....

Martin Bril

Ik logeerde daar. Mijn hele jeugd bestaat uit logeerpartijen. Was ik niet bij de ene tante gestald, dan wel bij de andere. Dit gebeurde vaak in vakanties – mijn moeder zou anders haar handen vol hebben aan een huis vol kleine kinderen en eentje minder was altijd handig – maar ook op andere momenten; als mijn ouders naar Amerika waren, bijvoorbeeld, of als er een nieuw kind op komst was. Dat laatste was de reden dat ik in Barneveld was; mijn moeder kon ieder moment bevallen. En ik was daarom ondergebracht bij tante Minke en oom Bas, die ook weer kinderen hadden, maar die waren voor mij te groot, zodat ik me behoorlijk verveelde. En er was dus een sloot.

Mijn oom en tante woonden in een keurig huis, nieuwbouw. De sloot liep achter hun huis langs. Je moest eerst de hele tuin door en dan door een hekje. Zo stel ik het me voor. Het kan anders in elkaar hebben gezeten. Maar ik denk het niet. Die plank lag daar niet voor niets. Aan de overkant was een pad. Misschien dat neef en nicht dat gebruikten om naar school te gaan. Het was een brede plank. En ik viel eraf.

Barneveld; ik heb er verder weinig mee. Toen ik een jaar of 16 was, ik had net mijn eerste brommer, een Berini die van het buurmeisje was geweest, ben ik er op een zaterdag naartoe gereden omdat er een popconcert was, of beter gezegd: een NCRV-middag voor de jeugd, in de hal van de eierbeurs. Barneveld lag een kilometer of dertig van waar wij woonden, dus dat kon mijn Berini best aan. Het was een koude, maar droge dag in het voorjaar. De zon scheen. Ik had mijn zakken vol boterhammen. In de eierhal ging ik genieten van André van Duin en zijn krankzinnige DikvoorMekaarshow en daarna was er een optreden van de band Sailor, die op dat moment een hit had met Girls Girls Girls. Ze hadden ook een lp uitgebracht en die had ik. Niet eens gekocht in een platenzaak, maar in zo’n winkel waar ze vooral wasmachines, gloeilampen en broodroosters verkopen en ook een zielig rekje met langspeelplaten hadden. Elke vrijdagmiddag ging ik daar de Top 40 halen, een vodje papier dat in een stapeltje op de toonbank lag. Hele plakboeken vol hitparades had ik, en ik maakte ook mijn eigen hitparade, inclusief klimmers en dalers. Ja, je moest jezelf bezighouden in die jaren.

Terug naar Barneveld. Om te beginnen kwam ik te laat, vanwege pech met de Berini. Benzine op. Zeker vijf kilometer moest ik met het karretje aan de hand langs de drukke straatweg lopen om bij een benzinestation te komen. Er is niets zo vernederend als dat, en het dan ook nog met een oranje helm op je kop moeten doen. Ik tankte de brommer vol en bereikte Barneveld en de eiermarkt. Er stonden een paar bussen van de NCRV en dat vond ik al indrukwekkend. De toegang was gratis, dus even later was ik binnen. Sailor was al begonnen, maar de band stond hoog op een balustrade, en het publiek beneden op de vloer. Wie er een stijve nek voor over had, kon de band min of meer zien: vier jongens in matrozenkostuum. Ik weet nog goed dat ik het ineens heel kinderachtige muziek vond, maar dat kwam ook door de schaapachtigheid van de menigte toeschouwers. Ik maakte daar deel van uit, en was ook een schaap. Op de terugweg reed ik nog even langs het huis van mijn oom en tante. Ze waren allang verhuisd, tante was zelfs al overleden, en de sloot was gedempt.

Meer over