Barneveld

In Barneveld staan heel veel kerken. Maar er staat ook een moskee. En dat verwacht je toch niet in Barneveld....

De weg naar Barneveld kan op diverse manieren en met diverse middelen worden ondernomen. Ik ging met de auto bij Nijkerk de snelweg af, omdat ik het laatste deel van de reis binnendoor wilde afleggen. Dat bracht mij op de ringweg van Nijkerk. Ieder dorp heeft dat tegenwoordig, plus een kloek aantal rotondes en stoplichten. Gelukkig was na een tijdje het leed geleden en naderden we Driedorp.

Acht huizen en een benzinestation.

Een hoveniersbedrijf en een oude school.

Daarna: weilanden, geknotte wilgen.

Vervolgens Terschuur, restaurant De Goudreinet.

Afbuigen en binnendoor naar Voorthuizen.

Tot slot: Barneveld.

Een echte rondweg heeft Barneveld niet, maar er is wel duidelijk besloten zo veel mogelijk verkeer uit het centrum te weren. Langs dat soort wegen vind je benzinestations, autodealers, accountantskantoren, dumpsupermarkten en nieuwbouwwijkjes, verschanst achter verkeersdrempels en hoog opgeworpen, met narcissen begroeide wallen.

En ik vond er dus de moskee, ingeklemd tussen tenniscentrum De Watermolen en kinderspeelplaats Olleke Bolleke.

Ook was er nog een onbebouwde kavel waar een bijna zomers briesje speelde met een lege plastic zak. Ik verlegde de blik naar de moskee: een aantal aan elkaar geschakelde, in omvang en hoogte verschillende blokkendozen van baksteen, een ranke minaret, bescheiden qua hoogte, en op het dak een prachtige, groene koepel. Omdat er auto’s en fietsen op het parkeerterrein stonden, ging ik ervan uit dat er binnen bedrijvigheid was.

Dat klopte.

Er werd binnen schoongemaakt door een ploegje vrouwen, allen met hoofddoek. De tegelvloer glansde van nieuwheid. Er verscheen een kleine man op sokken. Hij ging mij de moskee laten zien, zomaar, omdat ik hem graag wilde zien en omdat hij er zo content mee was.

Jarenlang had hij samen met 59 Turkse gezinnen geld gespaard voor een eigen moskee. Uiteindelijk waren ze met 600 duizend euro van start gegaan met de bouw. Vanuit de Turkse gemeenschap in Amsterdam was er nog eens zo’n bedrag gekomen en nu was de zaak bijna af. Hij verzocht me mijn schoenen uit te doen.

We betraden de gebedsruimte.

Ik moet eerlijk zeggen: ik heb er niets mee, met bidden. Al die mannen op hun knieën richting Mekka, nee. Reformatorisch bidden raakt me ook niet, zingend bidden, plassend bidden, hand in hand bidden, zuigend op een pepermuntje bidden, het trekt me niet. Ik ben geen man die gelooft in een goede afloop, misschien komt het daardoor.

Maar deze ruimte was prachtig, de muren voorzien van blauw tegelwerk met sierlijke, oranje motieven, de vloer van dikke, rode tapijten. Eigenlijk te mooi om met gebed te vullen, dacht ik simpel. Het licht kwam door smalle, rechthoekige ramen die in de koepel precies onder de rand van het dak vielen.

De kleine man naast me gloeide verlegen van trots. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen. Met een klein clubje zoiets groots bij elkaar sparen. Niet alleen een plek voor gebed, maar elders in het gebouw zalen om te internetten, te studeren, thee te drinken of wat dan ook. Ik begon over de protesten die in Barneveld hadden weerklonken toen de minaret ineens in de skyline verscheen.

‘Allemaal gezeur’, antwoordde hij zacht. We stonden inmiddels buiten. ‘De mensen zijn bang’, voegde hij eraan toe en hij haalde zijn schouders op.

We keken naar de lucht die blauw was en dachten ieder onze eigen gedachten. Dat was het beste.

Meer over