Bankdialogen worden geen drama

De lineaire vertelling overstijgt geen enkel moment de anekdote.

HEIN JANSSEN

De decors van Bernhard Hammer beginnen zo langzamerhand gezichtsbepalend te worden in het Nederlandse theater. Theu Boermans introduceerde deze Oostenrijkse vormgever hier te lande en zijn meest spraakmakende producties tot nu toe zijn de musical Soldaat van Oranje en Shakespeares De Koopman van Venetië en Midzomernachtdroom, allemaal in regie van Boermans zelf.

Ook voor De Prooi naar het boek van Jeroen Smit, over de ondergang van ABN Amro, heeft Hammer voor Het Nationale Toneel het decor ontworpen. Dat is zo allesomvattend en bepalend dat de hele voorstelling naar die vormgeving is gemodelleerd. We zien een enorme, multifunctionele, kantelbare klimmuur, die zowel de apenrots van de bankwereld, als de glibberige carrièreladder moet symboliseren.

Nagenoeg twee uur lang zwoegen de acteurs op, over, achter, en onder die muur, terwijl zij zich regelmatig met een kabel eraan vastketenen. Dat moet niet alleen voor hen doodvermoeiend zijn (gezien de bezwete gezichten en overhemden), maar dat is het uiteindelijk ook voor het publiek. Daar hangt Mark Rietman als Rijkman Groenink (voorzitter Raad van Bestuur) weer ondersteboven in een bureau, en ja, daar spartelen de benen van Betty Schuurman als Alexandra Cook-Schaapveld (investment banker) onder een schot vandaan. Hoe dan ook: dit decor wil imponeren, maar zit behoorlijk in de weg.

Wat ook niet meehelpt in de bewerking die Sophie Kassies van de bestseller maakte, is het nagenoeg afwezig zijn van een invoelbaar drama. De voorstelling begint in 1999 als de bank nog floreert en de toekomstplannen groots zijn, en eindigt met de ondergang van Groenink in 2007. Daarover is destijds al zo veel gezegd en geschreven, en in de voorpubliciteit over deze voorstelling zijn al zo veel krenten uit de pap gehaald, dat er in deze theateradaptatie niet veel nieuws valt te ontdekken. In het ABN Amro-paleis aan de Amsterdamse Zuidas hebben de employés zich verschanst in wolken van fictief kapitaal, een voor hen opwindende wereld die voor de buitenstaander ondoorgrondelijk blijft.

Bovendien wordt in de dialogen tussen de bankmannen en die ene vrouw voortdurend in vakjargon gesproken; als je daar niet veel mee hebt, verlang je naar een echt Shakespeariaans koningsdrama vol zwarte poëzie.

In de lineaire vertelling die De Prooi is, overstijgt de voorstelling geen enkel moment de anekdote. Ons wordt nauwelijks een blik in de binnenwereld van de hoofdpersonen gegund; over het al dan niet aanwezig zijn van ideële motieven tasten we in het duister.

Het gaat uiteindelijk allemaal om twee vragen: wat willen we zijn, een bank voor de menselijke maat, of gaan we voor de spannende wereld van het investment? En vooral: wie wordt de baas?

Wel aardig in deze bewerking is het onderscheid dat Kassies heeft aangebracht tussen de oudere en de nieuwe generatie bankiers. De oudere bankiers zijn gemodelleerd naar bestaande figuren, de jongere bankiers zijn bedachte personages die slechts één motto hebben: geld is geil. Dat zijn trouwens de leukste scènes, met vooral Xander van Vledder en Michel Sluysmans als energieke acteurs.

Mark Rietman kan uiteraard uitstekend overweg met de licht autistische Groenink. Hij biedt tenminste ook enig inzicht in de psyche van deze man, die weg wilde van de middelmaat, weg van 'de beslotenheid van het woonerf, in een land waarin de ene helft van de bevolking de andere helft overeind houdt'.

Ook Pieter van der Sman is op dreef als Rijnhard van Tets (voorzitter investment bankdivisie). Maar verder doen alle acteurs zo veel mogelijk hun best vooral opgefokte mannen met opgefokte stemmen te spelen. Onderling zijn zij nogal uitwisselbaar, waarbij de dubbelrol van Jaap Spijkers nog eens voor extra verwarring zorgt.

Imitaties van Wouter Bos en Nout Wellink, en een scène waarin een bedrijfsuitje naar Marokko wordt nagespeeld, geven de voorstelling een cabareteske toets. Al met al heeft regisseur Johan Doesburg veel hindernissen moeten nemen: dat decor, die soms onbegrijpelijke banktaal, die flinke hoeveelheid acteurs die als klimgeiten vooral energie moeten uitstralen. Hij doet dat met de nodige bravoure, maar voor een toeschouwer die wel in theater maar niet zozeer in dat bankgedoe is geïnteresseerd, blijkt het doorgronden van De Prooi uiteindelijk onbegonnen werk.

Als aan het eind Rijkman Groenink zijn afscheidswoorden spreekt ('Mijn naam zal met pek worden geschreven') bungelen de personages letterlijk aan de touwen, als hulpeloze marionetten. Het duurt dan nog enige tijd voordat zij zich van hun ketenen hebben bevrijd, en toch nog applaus kunnen halen.

De Prooi, naar Jeroen Smit door Het Nationale Toneel. Bewerking Sophie Kassies, regie Johan Doesburg. In Koninklijke Schouwburg Den Haag 10 maart. Tournee: nationaletoneel.nl

undefined

Meer over