BANG VOOR KENNIS

NA DE verruwing van de politieke zeden tijdens de verkiezingsstrijd wordt het nu hoog tijd aandacht te vragen voor de in de verkiezingstijd verzwegen onderwerpen: onderwijs, wetenschappen en het milieubehoud....

Het is echter vrij paradoxaal te merken dat er enerzijds een geweldige nadruk wordt gelegd op Nederland als kennissamenleving, maar anderzijds te ervaren hoe er met de kwaliteit van het onderwijs wordt gesold. Is het nog wel aantrekkelijk om de 'wetenschap in te gaan'?

Het belang van goede wetenschappelijke kennis voor de samenleving kan met veel voorbeelden worden onderstreept. Toch valt steeds weer op hoe vaak goed gefundeerde kennis wordt genegeerd in politieke en maatschappelijke discussies.

Het MKZ-beleid van vorig jaar in Nederland en de EU ging voorbij aan alle beschikbare kennis op het gebied van diergeneeskundige injecties en inspecties, aan kennis van bestrijding van epidemieën. Zo ontstond een ongehoord en historisch uniek geval van interspecies violence, geweld tussen soorten, in casu mens tegen dier.

Op milieugebied leven we voort zonder ons echt druk te maken over de goed gefundeerde en beschikbaar gekomen kennis over de zogeheten 'ecologische voetafdruk'. Vooral in het Westen is er een wanverhouding tussen het gezamenlijk beslag op natuurlijke hulpbronnen en de natuurlijke ruimte die nodig zou zijn om dat beslag op te vangen. De in Nederland geproduceerde CO 2-uitstoot overschrijdt met een factor tien de hoeveelheid natuur die nodig zou zijn om de uitstoot te absorberen. We leven op te grote - ecologische - voet. We weten het, maar wat doen we er aan?

De biotechnologische kennis komt er met rasse schreden aan, maar hebben we goede manieren en redeneervormen gevonden om hierbij alle pseudo- en quasikennis te onderscheiden van echte, door de wetenschap getoetste, kennis? Bijna elke maand wordt er wel kond gedaan van een spectaculaire vondst van weer een nieuw gen dat verantwoordelijk zou zijn voor een kwaadaardige ziekte of voor een kwaadaardige sociale gedragsvorm. Van tenminste twintig van die sociale gedragingen (onder andere homoseksualiteit, neerslachtigheid, criminaliteit, gewelddadigheid, onbetrouwbaarheid, leugenachtigheid, impulsiviteit etc.) wordt beweerd dat het 'gen' al gevonden is en dat binnen niet al te lange tijd de medicamenteuze behandeling van al deze kwalen beschikbaar komen.

De hypothesen voor dergelijke vondsten worden altijd spectaculair vermeld in kranten en media, maar de zorgvuldige, wetenschappelijke weerleggingen van diezelfde beweringen, meestal enkele jaren van gedegen onderzoek later, worden bijna nooit vermeld. Het XYY-onderzoek naar de beweerde relatie tussen een genetische afwijking en criminaliteit is daarvan een spectaculair voorbeeld geweest. Ik noem dit, samengevat, het probleem van de kwade genen. Slechte menselijke eigenschappen en gedragingen (let op: nooit goede eigenschappen zoals ondernemerschap, eerlijkheid of democratische gezindheid) worden toegeschreven aan een sociaal slecht aangeschreven groep en de oorzaak zou genetisch van aard zijn: zwarte mensen zouden zo een lager IQ hebben dan witte, de beruchte Bell-curve.

In dit soort zaken worden wetenschappelijke gegevens en sociale oordelen maar al te gemakzuchtig door elkaar gehaald. Genen zijn niet kwaad. Genen zijn. Punt uit. Ze vormen een natuurlijk verschijnsel met een bepaalde variatie, maar hebben geen menselijke eigenschappen. De classificaties van sociale groepen en natuurlijke verschijnselen, die in dit soort onderzoek gemaakt en gebruikt worden, zijn zelf sociale en culturele oordelen, die als zodanig behoren te worden onderkend. Wat gelijk is aan elkaar en wat verschilt, wat in een en dezelfde klasse valt en wat daarbuiten, is aan ons, mensen van vlees en bloed. Het MKZ-geweld tussen biologische soorten kwam dan ook niet voort uit de natuurlijke aanleg van een minister of van 'de' mens, maar uit verwachte economische voordelen en sociale oordelen.

De drie voorbeelden van wetenschappelijke kennis (MKZ, ecologische voetstap, biotechnologische hypothesen) laten zien hoe scherp de tegenstellingen kunnen zijn tussen kennis en politieke besluiten, tussen kennis en levenswijzen en tussen kennis en sociale oordelen en vooroordelen. Om over en weer de betrekkingen tussen wetenschap en maatschappij vruchtbaar te maken, is er zoiets nodig als een breed gedragen cultuur van wetenschapsbeoefening, die tot uitdrukking komt in de wil om dingen grondig uit te zoeken, om de menselijke nieuwsgierigheid naar het hoe en het waarom van natuurlijke verschijnselen en sociale gedragingen te bevredigen.

Ik ben bang dat die cultuur - een bovenpersoonlijke aangelegenheid van vele generaties samen - aan het opdrogen is, zowel in als buiten de universiteit. Dat is jammer, want een samenleving zonder kennis is blind, maar een kenniscentrum zonder samenleving is leeg en onvruchtbaar.

Meer over