BANG IN HET DONKER

Het gijzelingsdrama in school Nr. 1 in Beslan eindigde op 3 september vorig jaar in een bloedbad; de aangrijpende beelden schokten de wereld....

Door Corine de Vries

Het gijzelingsdrama in school Nr. 1 in Beslan eindigde op 3 september vorig jaar in een bloedbad; de aangrijpende beelden schokten de wereld. Het Vervolg ging op zoek naar het verhaal achter één van die foto's.

Twee keer heeft Tjermen Dzagojev de afgelopen vijf maanden gepraat over hoe hij, op 3 september vorig jaar, zijn moeder zag sterven. Over het bloed dat na de explosie in school Nr. 1 in Beslan uit haar borst stroomde. Over hoe hij haar probeerde op te tillen, weg van de terroristen, weg van het spervuur. Over hoe hij haar daar in die hel van vuur en lijken moest achterlaten, omdat ze te zwaar was. Veel te zwaar voor een zevenjarig ventje.

Uiteindelijk rende Tjermen weg. Hij klauterde door het raam naar buiten en holde naar het kantoor van zijn vader, dat vlak naast de school ligt. Maar zijn vader was daar niet, het gebouw was gesloten. Tjermen kwam terecht tussen andere ex-gijzelaars, en barstte in wanhopig snikken uit.

Op dat moment maakte Sergei Dolzhenko van persbureau EPA een foto van Tjermen. Een indrukwekkende foto, die de hele tragedie van Beslan samenvat. Bij de bloedige ontknoping van het gijzelingsdrama in de school stierven op 3 september ruim 330 gijzelaars, 700 raakten er gewond.

Op de foto die de dagen na de ontknoping in de internationale pers verschijnt - de Volkskrant drukt hem op 4 september af - heeft Tjermen nog geen naam. Hij is zomaar een jongetje in onderbroek, onder de bloedspetters. Zijn gezicht is vertrokken van ellende en verdriet. Rechts naast hem drinkt een blond meisje gretig uit een pak sap. Links kijkt een vrouw verdwaasd voor zich uit. Haar lippen vormen smekend het woord voda, water.

Onze zoektocht naar het jongetje van de foto begint een paar weken na de gijzeling. Wie is hij, wat heeft hij meegemaakt, hoe gaat het nu met hem? En wie zijn de vrouw en het meisje op de foto?

Het lerarencomité in Beslan, bestaand uit leraren van school Nr. 1 die zelf ook gegijzeld zijn geweest, herkent begin oktober het jongetje niet. Een lerares kan wel meteen de vrouw en het meisje op de foto plaatsen. Dat zijn Zjanna Dzgojeva en haar 7-jarige dochter Diana Alikova. Die liggen op dat moment nog in het ziekenhuis.

Eind januari blijkt dat Diana de afgelopen maanden een beetje beroemd geworden is. Een portret dat een Russische fotograaf van haar in het ziekenhuis maakt, staat op de cover van het Duitse der Spiegel. Ook veel andere kranten plaatsten deze foto. Met haar blauwe ogen, blonde haren en geschaafde frêle gezichtje symboliseerde ze het leed van de kinderen van Beslan.

Diana durft pas half januari voor het eerst weer naar school. Ze is vrolijk en redelijk gehoorzaam, zegt haar moeder Zjanna in de woonkamer, terwijl Diana door een plaatjesboek bladert. 'Maar ze is erg gesloten. Ze weigert te praten over wat er in de school is gebeurd. Ook tegen psychologen houdt ze haar mond stijf dicht.'

Met Zjanna - inmiddels genezen van de schotwond in haar borst - gaat het slecht. 'Ik voel me afschuwelijk. Ik ben doodsbang om Diana alleen op school achter te laten. En ik raak de gezichten van de terroristen maar niet kwijt.' Zjanna wist de derde dag van de gijzeling zeker dat ze ging sterven. 'De terroristen hadden al twee keer gezegd dat we snel vrij zouden komen. Maar het werd steeds duidelijker dat de onderhandelingen niet opschoten. Daarnaast hoorden we dat ze op tv over slechts 350 gijzelaars spraken, terwijl we met 1300 mensen in die gymzaal zaten. We waren uitgedroogd en zwak door het gebrek aan water en eten. Ik bad tot mijn man die vier jaar geleden is verongelukt, om ons te komen halen.'

Tijdens dat gebed explodeerde de eerste bom in de zaal. 'Ik voelde de hete lucht op mijn rug. Mensen gooiden kinderen door het raam. Ik durfde dat niet, ik was bang Diana kwijt te raken. Na de tweede explosie heb ik Diana op een stapel lijken gegooid en ben op haar gedoken. Daarna ben ik door de deur weggerend. Ik weet niet meer wanneer ik gewond ben geraakt. De politie ving ons op. Ik wilde alleen maar water drinken, veel water.' Het huilende jongetje dat vlakbij haar stond, herinnert ze zich nog goed. 'Hij was in shock. Ik ken hem niet.'

Voor het eerst naar school

Half oktober. Het lerarencomité is bereid bij de zoektocht te helpen. 'Waarschijnlijk ging hij die dag voor het eerst naar school, daarom herkennen de leraren hem niet', vermoedt voorzitter Jelena Ganijeva, vice-directeur van school Nr. 1. Zij hangt de foto op in haar kantoor, waar dagelijks veel ouders en leraren in en uit lopen.

Een week later is er een positieve reactie. 'Hij is herkend!', schrijft Marina, de enige computerbezitster van het comité in een e-mail. 'Het is Batik Moertazov, die met zijn tweelingbroertjes en beide ouders de gijzeling heeft overleefd. De vader van Batik komt straks hier naartoe.'

Batiks vader, Valeri Moertazov, komt. Hij twijfelt even, maar weet na een tijdje heel zeker dat het jochie op de foto zijn zoon niet is. 'Ze lijken zo op elkaar dat de leraren verrast waren en mij zeiden, herken je je eigen zoon niet? Het moet hem zijn!', zegt hij aan de telefoon. Moertazov is zelf ook teleurgesteld, hij wil graag zijn verhaal kwijt.

Eind januari ontmoeten we elkaar. Moertazov schenkt de glazen vol zelfgestookte wodka om op zijn kinderen te drinken. 'Ze zijn onhandelbaar', zegt hij. 'Ze luisteren naar niemand, zijn voortdurend nerveus en opgewonden. Ze zijn hardhandig, vechten veel en gooien soms zelfs stenen naar elkaar. Batik gaat pas slapen als hij alle deuren en ramen heeft gecontroleerd. In zijn dromen ziet hij mannen met baarden.'

Batik is deze week voor het eerst weer naar school gegaan. In de hal van de school staat een bewaker die is gewapend met een kalasjnikov. 'Papa, dat is toch nooit genoeg als er weer terroristen komen?', vraagt Batik angstig.

De 5-jarige tweeling verwerkt hun ervaringen heel verschillend, vertelt moeder Marina. De jochies waren op 1 september meegekomen om bij de feestelijke eerste schooldag van hun oudere broer te zijn. De grotere, stoere Aslan is na de eerste explosie door zijn vader uit het raam gegooid. 'Ik ben toen hard weggerend, goed hè!', zegt hij trots. De magere Soslan is vooral teruggetrokken en angstig. 'Hij vraagt nog steeds aan zijn oma of zij boos op hem is dat hij urine heeft gedronken uit de schoen van zijn vader.'

Het gezin Moertazov is met oud en nieuw twee weken in de Arabische Emiraten geweest, op uitnodiging van de Russische aluminiumgigant RusAl. Sindsdien zijn de kinderen iets rustiger. Psychische bijstand hebben ze niet nodig, zegt Valeri. 'We hebben geen echte psychologen hier, alleen van die vage types die nu ineens komen bovendrijven. De psychiater die ik sprak, maakte me bloednerveus. Ze vroeg of ik sjachidka's had gezien (gesluierde vrouwen, omhangen met explosieven, red.). Toen ik dat bevestigde, vroeg ze me naar de kleur van hun ogen. Wat een onzin zeg!'

Depressief

Terug naar oktober vorig jaar. De zoektocht naar het jongetje verloopt moeizaam. Na twee weken heeft nog niemand hem herkend. Het lerarencomité plaatst op eigen initiatief een oproep in een lokale krant. Op 4 november sturen ze een e-mail. 'We hebben de jongen herkend! Hij heet Tjermen Dzagojev. Zijn moeder is dood. Zijn vader zorgt nu voor vier kinderen.'

Het klopt; Tjermen Dzagojev is het jongetje van de foto. Hij is zeven jaar oud. De dag van de gijzeling was zijn eerste schooldag. Zijn moeder is bij de ontknoping om het leven gekomen.

Vader Atzamas Dzagojev klinkt depressief aan de telefoon. 'Het gaat slecht met Tjermen. Hij slaapt onrustig en wordt vaak schreeuwend wakker. Overdag is hij stil en teruggetrokken. Een paar dagen geleden zijn we met hem naar de school teruggegaan. We hebben bloemen gelegd op de plaats waar hij met zijn moeder zat.'

'Ik heb nog drie andere kinderen voor wie ik moet zorgen. We hebben veel verdriet. Veel van onze familieleden, neven en een nicht, zijn in de school overleden.'

Zjanna, de moeder van Tjermen, is pas een maand na haar dood geïdentificeerd aan de hand van haar gebitsgegevens. De dag nadat zijn moeder is begraven, zegt Tjermen ernstig tegen zijn 20-jarige broer Albert: 'Er is nu geen vrouw meer in ons gezin. Daarom moet jij snel trouwen.'

Een paar maanden later, eind januari, is Albert nog steeds vrijgezel. Maar Atzamas en zijn vier zonen zijn de afgelopen maanden voortdurend omringd door drie vrouwen: een invalide oma, een oudtante en een tante. Het gaat de laatste tijd iets beter met het gezin. Tjermen en Atzamas hebben een maand doorgebracht in een kuuroord in Sotsji aan de Zwarte Zee, met een grote groep slachtoffers en onder begeleiding van psychologen. Met de kerst zijn ze een week op vakantie geweest in het Egyptische Sharm El Sheikh, betaald door de regering van het Zuid-Russische Krasnodar.

Tjermen is nog steeds bang in het donker, bang voor onverwacht lawaai, bang voor mannen in uniform, bang voor grote menigtes. Maar hij is wel drukker geworden, hij lacht vaker en vertelt af en toe over wat hij tijdens de gijzeling heeft meegemaakt.

Over hoe een terrorist met een groot litteken zijn 24-jarige nichtje Irma dwong op te staan, een kalasjnikov tegen haar hoofd zette en zei: 'Mijn vrouw was net zo jong en mooi als jij, toen ze stierf. Jij gaat nu ook sterven.'

De dappere Irma - die tegen de wil van de terroristen de uitgedroogde kinderen vochtige lappen gaf om op te zuigen - is inderdaad overleden. Toen de Russische troepen de school binnenkwamen, bracht een van de terroristen een handgranaat tot ontploffing. Irma stond naast hem. Ze was op slag dood.

De kinderen van Beslan zijn veel volwassener geworden, zegt Atzamas, de vader van Tjermen. Ook hij heeft weinig vertrouwen in de psychische begeleiding die de ex-gijzelaars krijgen. 'Tjermen heeft met psychologen gepraat, maar dat heeft hem weinig goed gedaan. De eerste psychologe die met hem werkte, stak een sigaret op. Tjermen wilde na die ene keer niet meer naar haar terug. Hij vond haar stinken. De vrouwen in ons gezin roken niet. Tjermen heeft vooral tijd nodig om beter te worden.'

Eind januari geeft Tjermen voor het eerst aan dat hij wel weer naar school wil. De lerares bij wie hij in september in de klas zou komen, Marina Tsjerbekova, is net deze week weer begonnen. Zij heeft lang in Moskou in het ziekenhuis gelegen, omdat een granaatscherf diep uit haar bekken moest worden verwijderd.

Haar terugkeer naar school is voor veel kinderen uit de eerste klas de reden om de grote sprong nogmaals te wagen. In Rusland begint de leerplicht pas bij 7 jaar. Tot die tijd blijven kinderen thuis of gaan ze naar de djetski sad, een kruising tussen kleuterschool en kinderopvang. Tjermen blijkt in dezelfde klas te zitten als Diana en Batik. Om aan school te wennen, krijgt deze jongste klas met voormalige gijzelaars slechts twee uur per dag les.

Het moet een van de moeilijkste klassen ter wereld zijn: 26 kinderen van 7 jaar voor wie de eerste schooldag geen feest bleek, maar een nachtmerrie. Velen raakten gewond, allemaal zijn ze familieleden, vriendjes of bekenden kwijtgeraakt. En allemaal zijn ze getraumatiseerd.

Water in de schooltas

Zoals Alan, die net als Tjermen deze week voor het eerst naar school kwam. Alans leventje draait om water. Er zit een flesje water in zijn schooltas, één in het laatje onder zijn bureau en één in de tas van zijn moeder die voortdurend achter in de klas zit of bij de deur op de gang staat. Alan is na de gijzeling totaal veranderd. Hij is het lastigste jongetje van de klas. Hij zit nooit stil, is druk, luidruchtig en snel afgeleid. 'Hij wordt iedere nacht hysterisch wakker, schreeuwend om water. Iedere nacht ga ik dan met hem naar de badkamer, om te laten zien dat het water gewoon uit de kraan blijft stromen', vertelt zijn moeder Indira Kokojeva.

De derde dag van de gijzeling was Indira bang dat Alan zou sterven, zo verzwakt was hij door de warmte en het vochtgebrek. Een buurvrouw regelde dat hij naar de naastgelegen trainerzaal mocht. Daar zaten minder mensen en was het koeler. Indira bleef in de warme zaal achter. 'Ik vermoord je als je meegaat', zei een terrorist. Twintig minuten later explodeerde de eerste bom in de sportzaal, en brak de hel los.

Alan werd in de uren daarna door de terroristen meegesleurd de school door, als levend schild. Hij kreeg een granaatscherf in zijn been en raakte ernstig verbrand, omdat een stuk brandend plastic op zijn rug terechtkwam. Hij zag hoe een Russische speciaal agent zich op een granaat wierp en stierf om gijzelaars te redden. Hij zag ook hoe een vrouw door een granaat uiteen werd gereten. Ze droeg een rode jurk en leek sprekend op zijn moeder.

In het ziekenhuis geloofde hij de dokters niet, toen ze hem vertelden dat zijn moeder nog leefde. 'Toen ik twee dagen later zelf uit het ziekenhuis weg mocht en hem eindelijk kon opzoeken, reageerde hij boos', vertelt Indira. 'Waarom heb je net gedaan alsof je vermoord werd?', snikte Alan. Sindsdien raakt hij in paniek als zijn moeder niet vlakbij hem is.

'Ik heb nog nooit zo'n moeilijke klas gehad', beaamt de 35-jarige lerares Marina Tsjerbekova. 'Deze kinderen begrijpen niet wat school inhoudt. Ze zijn nerveus, bang, ongeconcentreerd en snel agressief. Het probleem is dat ik niet te streng kan zijn. Ik mag hen niet afschrikken. We moeten al blij zijn dat ze weer durven te komen. Daarom probeer ik hun wangedrag niet te zien. Van de drie eerste klassen die er waren, is er nu één samengesteld. De andere kinderen zijn dood, of ze durven nog niet naar school.'

Rondrennen

Tsjerbekova heeft geen enkele begeleiding of instructie gekregen over hoe ze met getraumatiseerde kinderen om moet gaan. Ze doet zichtbaar haar best om de kinderen op hun gemak te stellen. Ze loopt voortdurend door de klas, lacht veel, strooit met complimenten en raakt de leerlingen vaak aan. Geduldig legt ze telkens weer uit te dat de kinderen moeten opletten, dat ze hun hand op moeten steken als ze iets willen zeggen, dat ze met hun armen over elkaar moeten zitten, dat ze moeten opstaan als er iemand binnenkomt en dat ze hun bureau netjes moeten houden. Iedere twintig minuten mogen de leerlingen vijf minuten rondrennen op de gang.

Tjermen heeft als enige geen schriften en boeken bij zich. Zijn vader moet er nog aan wennen dat zijn vrouw daar niet meer voor zorgt. Diana, Batik en Alan doen fanatiek mee aan de les, maar Tjermen legt na een kwartier zijn hoofd op zijn armen. Hij heeft geen zin meer. Tot één meisje opspringt en roept dat ze dorst heeft. 'Natuurlijk mag je water drinken, ga maar naar de wc', zegt de juf. 'Ik ook, ik ook', klinkt het nu overal de klas. In een mum van tijd stroomt het lokaal vrijwel leeg. 'Het is een chaos hier, ik schaam me dood', zucht Marina, 'Maar ik kan deze kinderen geen drinken weigeren.'

De lerares heeft een asgrauw gezicht en donkere wallen onder haar ogen. 'Ik durf pas om drie uur 's ochtends naar bed te gaan, als ik doodmoe ben. Als ik eerder ga slapen, zie ik telkens de lijken weer.' Ze is pas twee weken geleden uit het ziekenhuis in Moskou ontslagen. 'De granaatscherf heeft een zenuw beschadigd. Mijn been voelt aan alsof het slaapt. Ik houd het amper vol om twee uur te blijven staan. De chirurg waarschuwde dat ik oefeningen moet doen, omdat ik anders invalide word. Ik denk, nee, ik hoop dat dat wel meevalt.'

In Moskou heeft ze veel met een psycholoog gesproken. 'Toen voelde ik me beter. Maar nu ik terug ben, komt alles weer boven. Ik ben bang de straat op te gaan, en ook voor open ruimtes. Ik moet mezelf dwingen naar school te komen. Alleen hier in de klas voel ik me goed. Ik merk dat ik deze kinderen kan helpen. Maar ik vrees dat ze nooit meer helemaal zullen herstellen. Ze zijn nu nog makkelijk af te leiden, ze lachen veel. Maar later zal de diepe angst die ze hebben ervaren hen ongetwijfeld achtervolgen.'

Ontoereikend

De psychologische opvang voor de overlevenden van het gijzelingsdrama is absoluut ontoereikend, meent Jelena Ganijeva van het lerarencomité. 'Veel kinderen zijn nog angstig en nerveus. Maar vooral de volwassenen zijn nog niet aan verwerking toegekomen. Die lopen rond als zombies, verdwaasd en verdoofd.'

Rusland heeft totaal geen ervaring met slachtofferhulp en traumabegeleiding, zegt Ganijeva. 'Nadat er zoveel doden en gewonden waren gevallen, realiseerden de autoriteiten zich dat er iets moest gebeuren. En dus werd iedereen die ook maar iets van psychologie wist, op de slachtoffers losgelaten. Daaronder zaten veel studenten, die nog geen enkele ervaring hadden.'

Ganijeva is er evenwel van overtuigd dat de kinderen snel zullen genezen als ze in september hun nieuwe schoolgebouw kunnen betrekken. 'In deze school zijn we te gast, dat werkt onprettig en rommelig. Bovendien gaan de kinderen voortdurend op tripjes naar kuuroorden in het buitenland, heel onrustig. De kinderen voelen dat we ze niet onder controle hebben.'

Het verwerken van de tragedie wordt extra bemoeilijkt door de open wond in het hart van het stadje Beslan. Het gebouw van school Nr. 1 ziet er nog precies zo uit als de dag na het bloedige einde van de gijzeling: het ingestorte dak, de verbrande klimrekken, de kogelgaten in de muren.

Alleen ligt de gymzaal nu vol bloemen, bedekt met een dun laagje verse sneeuw. Aan de zwart geblakerde muren hangen tientallen tekeningen en engeltjes met daarop de namen van overleden kinderen. Overal staan flessen water en cola als offer voor de doden. Her en der liggen schriftjes, rugzakken, schoenen en leerboeken. In het lokaal waar een groep mannen de eerste dag van de gijzeling is doodgeschoten, staan twee stoelen waarop sigaretten worden geofferd. Bloedvlekken zijn nog duidelijk zichtbaar op de muur en op het kozijn van het raam waardoor de lijken naar buiten zijn gegooid.

De school is nog niet afgebroken. Het Comité Ouders van Slachtoffers vindt dat er nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de toedracht van de gijzeling, zegt comitélid Mairbeck Toeaev. 'Wij zijn ervan overtuigd dat er al wapens in de school lagen opgeslagen voordat de terroristen hier in hun vrachtwagen naartoe reden. Ze kunnen die enorme hoeveelheid wapens en explosieven nooit allemaal bij zich hebben gehad. De onderzoekscommissie ontkent, maar heeft de school nooit echt goed onderzocht.'

Daarnaast zijn er in Beslan meningsverschillen over de toekomst van het gebouw. Sommigen menen dat de hele school moet blijven staan als monument voor de slachtoffers. Anderen willen dat alleen de verwoeste gymzaal onder een glazen koepel bewaard blijft. Het comité van Toeajev geeft er de voorkeur aan dat de muren van de gymzaal gebruikt worden als fundament voor een kapel.

Kleuterschool

Van Tjermens vader Atzamas Dzagojev mag het schoolgebouw waar zijn vrouw overleed helemaal worden afgebroken. Zijn zoon gaat inmiddels al niet meer naar school Nr. 6. 'Na drie dagen wilde hij niet meer. Hij gaat nu weer naar zijn oude kleuterschool. Ik vind het best. In september mag hij naar de nieuwe school die nu wordt gebouwd. Laat hem nog maar even een klein jongetje zijn.' Bijkomend voordeel is dat Tjermen nu de hele dag met andere kinderen kan spelen, terwijl de school hem slechts twee uur bezighield. Thuis wil hij voortdurend gewelddadige computerspelletjes spelen. Zijn vader heeft dat liever niet. 'Maar als we nee zeggen, schreeuwt hij het hele huis bij elkaar. Net zolang tot hij zijn zin krijgt. Het is zo moeilijk. Ik kan hem niet straffen, maar wil hem ook niet te veel verwennen. Hoe voed je een kind op, dat zoveel gruwelijks heeft doorstaan?'

Meer over