Banden met Bandung

Nederlandse universiteiten zijn over de hele wereld actief in de werving van buitenlandse studenten. Alleen zo kunnen ze overleven...

Op pad met de Rijksuniversiteit Groningen in Indonesië. 'Kunt u ons geen tandheelkundige faculteit geven?'

Only two? Maar twee? Het ongeloof straalt van het gezicht van de rector van de Universitas Indonesia in Jakarta. Hij heeft net van zijn Groningse collega te horen gekregen dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) twee promotieplaatsen heeft voor stafleden van de Indonesische universiteit.

Rector Usman Chatib Warsa, die zich ogenblikkelijk herstelt, had kennelijk op méér gerekend, maar dat heeft rector magnificus Frans Zwarts nu nog niet in de aanbieding. De Groningse rector is met een indrukwekkend gevolg van decanen, hoogleraren, docenten en ambtelijke staf voor twee weken op wervingsreis in Indonesië.

In hoog tempo gaat het per vliegtuig, trein en bus van universiteit naar universiteit, hotel in en uit: alleen voor de tempelcomplexen van Pranbanan en Borobudur bij Yogjakarta en een ochtendje varen boven het koraalrif bij Bunakan in Sulawesi wordt het programma onderbroken.

De groep wordt begeleid door de vertegenwoordiger van de RUG, Robert Manurung, gepromoveerd in Groningen: 'Ik ben Batak uit Sumatra, met Nederlands bloed in mijn aderen, want mijn voorouders aten Nederlandse missionarissen.'

Indonesië is voor de RUG een speerpunt in het Aziëbeleid, zoals steeds meer universiteiten en hogescholen werven in het buitenland. In 2002 studeerden in Nederland bijna dertigduizend buitenlandse studenten. Alleen zo kunnen de instellingen overleven. Jongeren worden van over de hele wereld gehaald, vaak geworven op buitenlandse beurzen. De reis naar Indonesië leidt tot een verdrievoudiging van het aantal Indonesiërs aan de Groningse universiteit, naar driehonderd per jaar.

Zwarts en zijn gezelschap hebben daartoe een scala aan beurzen voor Indonesiërs op zak. Zo is er 350 duizend euro voor stafleden van universiteiten die nog moeten promoveren. Groningen helpt hen daar graag bij. Maar behalve de Universitas Indonesia worden nog bijna tien universiteiten bezocht, die allemaal hun verwachtingen hebben van de rijke Groningse bezoekers. En dat ook onbeschaamd duidelijk maken.

Want hoewel elke universiteit trots aangeeft hoeveel hectare grond zij bezit, veinzen ze allemaal op de grens van een bankroet te zweven, alle marmeren paleizen voor de rectoren ten spijt. 'Kunt u ons geen tandheelkundige faculteit geven?', vraagt bijvoorbeeld de universiteit Sam Ratulangi in Manado op Sulawesi. 'We hebben al een leegstaand gebouw, de menskracht en de spirit, maar nu nog het programma.' En het geld.

Het verzoek is brutaal maar verklaarbaar. Ruim de helft van alle volwassen Indonesiërs kampt met een slecht gebit en tandheelkundige zorg is er nauwelijks. Op heel Sulawesi is slechts één tandheelkundige faculteit, maar die ligt in het islamitische zuiden, dus daar heeft het christelijke noordoosten niets aan.

Zwarts, die geen idee heeft hoeveel hectare grond de RUG in bezit heeft en dus maar zegt dat hij een jaaromzet heeft van vijfhonderd miljoen euro, laveert vakkundig langs de klippen. Hij geeft géén tandheelkundige faculteit, maar zegt wel hulp toe als de universiteit een opleiding voor mondhygiënisten wil beginnen. In Groningen werken universiteit en hogeschoolop dat terrein al langer samen, dus de kennis is voorhanden. Zwarts tegen zijn Indonesische gehoor: 'Mondhygiënisten zijn veel sneller inzetbaar en kunnen ook een grote rol spelen bij de tandheelkundige preventie.' Tot besluiten komt het niet, dat zal later worden uitgewerkt, zoals zoveel deze reis.

Azië is voor Nederlandse universiteiten en hogescholen een gewilde groeimarkt. Landen als Vietnam, Thailand en China zijn volop in ontwikkeling en sturen hun beste studenten naar Europa om hen daar verder te scholen.

Voor Nederlandse onderwijsinstellingen zijn Aziaten een uitkomst. Ze zijn vaak bereid een stevige prijs te betalen voor een plaats op een universiteit of hogeschool, werken hard en hebben geen kapsones. Een instelling die wil, kan elk jaar wel duizend Chinezen halen. Maar die zijn vaak nauwelijks de Engelse taal machtig en moeten in Nederland eerst langdurig en kostbaar worden bijgeschoold.

Ook Indonesië met ruim 210 miljoen inwoners is gewild bij Nederlanders. Het land telt twee-tot drieduizend universiteiten van sterk wisselend niveau, die allemaal zoeken naar aansluiting en samenwerking met westerse universiteiten en hogescholen. In de twee weken die de Groningse delegatie in de archipel doorbrengt zijn ook bezoekers van de universiteiten van Maastricht en Utrecht in het land, zeggen Indonesische gesprekspartners.

Bovendien lopen landen als Maleisië, Australië en Frankrijk de deur plat bij de instellingen. Die maken handig gebruik van de onderlinge concurrentie tussen de universiteiten. Als Zwarts laat weten dat hij niet bereid is de volledigeopleidingskosten te dragen van Indonesiërs die naar Europa komen om te promoveren of te studeren, wordt hem onomwonden voorgehouden dat de universiteit van Toulouse dat wél doet.

'U gelooft toch niet dat wij het geld hebben om een promovendus twee jaar vrij te stellen', zegt de vice-rector van de particuliere universiteit Parahyangan in Bandung als wordt geklaagd dat een rechtenpromovendus te veel moet lesgeven in Bandung en dus niet toekomt aan zijn onderzoek.

Dat probleem wordt later tijdens een diner soepeltjes opgelost door hoogleraar internationaal recht Wil Verwey. Hij schuift aan naast de rector van de particuliere universiteit en doet ter plekke zaken. Als zijn promovendus voor de rest van zijn onderzoek wordt vrijgesteld van lesgeven, komt er geld voor een tweede student beschikbaar. De universiteit hapt. Verwey is tevreden.

De RUG pakt de zaken voortvarend aan in Indonesië. Zwarts is de tweede rector die het land bezoekt. Medio jaren negentig al reisde zijn voorganger Folkert van der Woude door Indonesië. Toen om een voorzichtig begin te maken met samenwerking, die nog was ingegeven door de gedachte dat als Groningen niet zou toehappen een andere universiteit in het gat zou springen. Nu, ruim vijf jaar later, wil de universiteit verder gaan. Banden aanhalen, zegt Zwarts.

Dus worden drie van de vier topuniversiteiten bezocht om op basis van gelijkwaardigheid studenten en programma's uit te wisselen. Studenten van de door Nederlanders uit Delft gestichte technische universiteit in Bandung (ITB) kunnen bijvoorbeeld een dubbel diploma krijgen van Groningen en Bandung als ze een deel van hun studie in Nederland volgen.

Dus hijsen de Nederlandse hoogleraren chemische technologie Leon Janssen en Erik Heeres zich in Bandung in een toga met baret om bij een buitentemperatuur van meer dan dertig graden Celsius vier Indonesische studenten hun bul te geven. 'Niet dat we het in Nederland zo officieel doen, maar we zijn nu hier', zegt Janssen. Zijn Indonesische studenten vinden het prachtig.

Janssen, die een bezoek aan de instellingen combineert met zijn passie voor diepzeeduiken boven het koraalrif, heeft al jaren kleinschalige contacten met onderwijsinstellingen in het land. Bij het bezoek van de rector wordt bekeken of die individuele contacten, die vaak op het niveau van vakgroep of faculteit gestalte krijgen, moeten worden uitgebouwd tot institutionele contacten tussen universiteiten.

Zoals pionier Janssen zijn er meer in het gezelschap. Het Indonesiëbeleid van de universiteit is geworteld in persoonlijke voorkeuren. De een is getrouwd met een Sumatraanse, de ander heeft voorouders die er hebben gewoond en een derde houdt van het land en zijn inwoners. Hoogleraar internationaal recht Wil Verwey wil zelfs verlof opnemen om in Indonesië bij universiteiten het rechtenprogramma door te lichten.

'Zo gaat het altijd', zegt rector Zwarts. 'Alles begint met individuele contacten van wetenschappers. En dan wordt het langzaam uitgebouwd, of niet. Soms moet je er als universiteit niet tussen gaan zitten, maar is het beter als de contacten beperkt blijven tot wetenschappers onderling.'

Zwarts juicht de internationale contacten van zijn staf toe. Wie niet over de grenzen van de vakgroepen kijkt, doet zijn werk niet goed. Van hem dus geen kwaad woord als de helft van zijn delegatie na Indonesië uitzwermt naar Thailand, China en Taiwan. Zelf reist hij naar China.

De boodschap is overal dezelfde. Niet het niveau van de studenten moet omhoog, maar dat van de programma's op de universiteiten. Masters moeten in het Engels worden gegeven en niet, zoals nu nog op bijna elke instelling, in het Indonesisch. Wie studenten wil uitwisselen met Europese scholen moet zorgen dat zij het Engels meester zijn. Want daaraan schort het geregeld.

Het is vooral die boodschap die de Groningers laten doorklinken op de universiteiten die nog niet het Nederlandse niveau hebben bereikt. Zwarts en zijn team zouden graag willen investeren in de twee universiteiten op Sulawesi, maar ontdekken gaandeweg dat geen enkele Indonesische instelling bereid is mee te doen.

Toch overheerst bij Zwarts na afloop van de trip tevredenheid. Met twee gerenommeerde universiteiten zijn de vriendschapsbanden verder aangehaald. Er is zicht op meer studenten uit Indonesië en er wordt nog intensiever samengewerkt. Bovendien heeft een aantal faculteiten duidelijke afspraken kunnen maken met Indonesische partners. En de minister voor ontwikkeling Kwik Kian Gie heeft geld vrijgemaakt voor 26 masterstudenten planologie en vier promovendi: studenten van de topuniversiteiten. De reis is niet voor niets gemaakt.

Bovendien: In Manado op Sulawesi is 'rector Frans van de magnificus universiteit Groningen' als een vorst ontvangen met zelfgemaakt koperwerk en zestig blazers op bamboeklarinetten die een fraaie serenade brachten. Aansluitend volgde een sfeervol diner met dans en muziek.

De gevraagde tandheelkundige faculteit levert het de gastgevers niet op, maar Zwarts is wel bereid de universiteit op andere wijze te steunen. 'Desnoods met afgeschreven computers. Ik heb begrepen dat Garuda (de Indonesische luchtvaartmaatschappij, red.) onderwijsgoederen gratis vervoert. Laten we daar dan maar gebruik van maken.'

Meer over