Banda Atjeh

In Banda Atjeh in Indonesië ligt veel er nog bijna precies zo bij als een jaar geleden...

'Haja Hafsa is de naam. ''Haja'', omdat ik naar Mekka ben geweest, opde Haj...' De 68-jarige fronst haar wenkbrauwen. Zij komt heel dichtbij enonderzoekt het gezicht van de bezoeker: 'O, bent ú het. Ik herkende u nietmeteen. Mijn bril...'

Hafsa's bril is in de tsunami van haar hoofd geslagen. Zij heeft eennieuwe bril gekregen, maar daar ziet ze niet zo goed mee Hafsa zit op dezelfde plaats waar zij vlak na de tsunami ook al zat: op een stoeltje aande ingang van het tentenkampje. Zij hoest. Bijna iedereen in het kampjehoest. 'Als de zon schijnt is het te warm, als het regent is het te koud.Wij zijn allemaal ziek. Weet u misschien wanneer wij naar huis kunnen?'

Het kampje ligt in de schaduw van een bosje kokospalmen. Hier wonen deoverlevenden van Mon Ikeun, een gehucht in Lhok Nga. Vlak na de tsunamileek dit schaduwrijke bosje een goede plaats om tenten op te zetten. Na eenjaar is de blijdschap over. Het regenseizoen is aangebroken en heeft hetterrein veranderd in een permanente modderpoel.

Alles ligt er nog bijna precies zo bij als een jaar geleden. Er isalleen een betere wasgelegenheid, en er zijn echte toiletten. Naast deingang is bovendien een groot overdekt podium gebouwd door een Franseorganisatie, l'Arche de Zoé. 'Children's playground' staat erboven, maarop de kale houten planken speelt geen kind. CARE brengt elke maand trouwrijst, olie en ingeblikte vis.

Alles lijkt hetzelfde, maar iets is er wezenlijk veranderd: de houdingvan de bewoners van het kamp. Zij verwelkomen bezoekers niet meer zovriendelijk als vroeger. Zulfajri (40) bekijkt de bezoeker zelfs metopenlijke argwaan. 'Van welke organisatie ben jij? Kom je geld brengen?'Even later verontschuldigt hij zich. 'Ik dacht dat je van eenhulporganisatie was. Die komen hier met hun grote auto's, zij maken lijstenmet namen, zij laten ons poseren voor foto's, zij geven wat poppen enspeelgoed aan de kinderen en vertrekken weer.'

Zulfajri: 'Ik denk dat er de afgelopen maanden zeker vijftien zijngeweest, telkens met nieuwe beloftes en nieuwe programma's. En wij hopen,hopen, hopen, en elke keer weer is het een teleurstelling. Die Fransen(l'Arche de Zoé) beloofden ons honderd huizen. Zij hebben er tien gebouwden zijn toen verdwenen.'

'De Fransen' zelf kunnen daar niet meer op worden aangesproken. Alleende website van l'Arche de Zoé lijkt nog te bestaan. De laatste vermeldingin de rubriek 'News' dateert van 5 mei. Telefoonnummers werken niet meer.De Ark van Zoé is spoorloos.

In het tentenkampje hebben zij 136 gezinnen, zo'n zevenhonderd mensen,aan hun lot overgelaten. De mensen leven nog steeds in tenten die warenberekend op een verblijf van vijf maanden. Daarna zou, beloofden de VN injanuari, iedereen in Atjeh een semi-permanent onderkomen moeten hebben. Natwaalf maanden dichten de mensen van Mon Ikeun nu hun lekkende tenten metplastic.

Op de plek waar hun dorp stond, zijn inmiddels toch de eerste nieuwehuizen verrezen. Van een afstandje geven die Mon Ikeun het aanzien van eendorp dat in opbouw is. Van dichtbij valt dat tegen. De helft van de huisjes is niet meer dan een karkas van ruw hout en triplex. De huisjes waren eenschenking van een Indonesische zakenman. Dan zijn er enkele tientallenkleine, fris geverfde optrekjes, gebouwd door Mercycorps Malaysia. Die ziener goed uit, maar ook die zijn het niet, zeggen de dorpelingen. Zij hebbengeen water en geen toilet. In totaal staan er in Mon Ikeun nu zeventigtijdelijke huisjes. Er zijn er driehonderd nodig om alle vluchtelingen tekunnen huisvesten, maar wie die resterende huizen zal bouwen isonduidelijk, laat staan wanneer dat zal gebeuren.

Lamjabat is beter af. Dit dorp ligt hemelsbreed niet zo ver van MonIkeun. Ook hier hebben de bewoners bijna een jaar in tenten geleefd. Paseind september zijn twee barakken in gebruik genomen, waar een deel van deoverlevenden zijn intrek heeft genomen. Zulpikar (45) woont nog in zijntent, op de fundamenten van zijn oude huis. Naast de tent zijn defunderingen gelegd voor zijn nieuwe huis: een door touwtjes afgeperktstukje beton van 36 vierkante meter. Uit de hoeken steekt betonijzer delucht in. Waar je ook kijkt in Lamjabat, steken zulke ijzeren skeletten vanhuizen tevoorschijn. Hier en daar verrijzen langzaam de contouren van eenhuis. In Lamjabat wordt echt gebouwd.

In september streken hier de gouverneur van Atjeh, Azwar Abubakar, hethoofd van de reconstructiedienst BRR, Kuntoro Mangkusubroto, en tal vannotabelen neer. Zij deelden kruiwagens uit, legden 'eerste stenen' enplantten 'eerste boompjes'.

Lamjabat zou het eerste 'geïntegreerde' project worden: een projectwaarin niet alleen huisjes, maar een passend geheel van wegen, scholen, eengezondheidscentrum en een moskee zou worden gebouwd. Lamjabat zou 'dekampioen van de wederopbouw' worden. 139 Huisjes zijn in aanbouw, en hetis de bedoeling dat het allereerste huisje op 26 december klaar is.

Dat van Zulpikar is nog lang niet zo ver. De 45-jarige grossier inschoenen lijkt er ook niet eens naar uit te kijken. Het huisje zal hem zijnleven niet teruggeven, zegt hij. Om te beginnen is 36 vierkante meter nietveel voor vijf mensen. Dat is wat er over is van zijn familie: Zulpikar,zijn vrouw Nurjana, twee van hun vier kinderen en een kind van Zulpikarszus. Zijn ouders, zijn broers en zussen en hun gezinnen zijn allemaal dood.

Zulpikar had een goed lopende schoenengroothandel: 'Ik had een grotewinkel achter de markt in Banda Atjeh. Die winkel is ook verwoest', zuchthij. Hij gelooft niet dat hij zijn zaak weer zal kunnen opbouwen. 'Daarvoorheb ik dertig miljoen rupiah (drieduizend euro) nodig. Waar moet ik ooitzoveel geld vandaan halen?'

Van de trotse zakenman is weinig over. Een jaar in een tent heeft hemgesloopt. De Zulpikar op het bankje is een anonieme ontheemde, die al zijnhoop is kwijtgeraakt: ''s Ochtends wacht ik op de middag. 's Middags wachtik op de avond. 's Avonds wacht ik op de nacht... Ik tel mijn dagen enwacht. Soms vang ik een paar vissen, en verkoop die voor geld voor watsigaretten...'

'Heeft u een beetje geld, missschien?', zegt hij dan plotseling, heeldirect. 'Altijd maar rijst met sardines eten is niet gezond. En Nurjana iszwanger.'

Nurjana lacht beschaamd om de bedelarij van haar man: 'Ach joh, kijknaar Yamal', zegt zij, en wijst naar een oude man die naast Zulpikar op hetbankje is komen zitten. 'Die is veel meer kwijt dan wij. Hoeveel mensen,Yamal?' De 68-jarige Yamal kijkt op. '34 Mensen', zegt hij. 'Mijn helefamilie. Dat waren 34 mensen. Kinderen, kleinkinderen... Ik woon nu alleen,in dat tentje daar.' Ook naast Yamals tent ligt een vers gestort betonnenvloertje. Yamal: 'Voor mij is dat wel genoeg.'

Meer over