Balnea, Vina, Venus

Thuiskomen in je moederland. Terugkeren naar het land waar je ouders je groot hebben gebracht. Vader Pallaghy, de 'wijnendokter' van Dévaványa....

Je gelooft het of niet, maar in het Hongaarse paardendorp Dévaványa, waar Piró Pallaghy is geboren, weet iedereen het. Met behulp van warme baden, getrokken uit paardenstaart, verzacht je pijn. Scheurbuik verdwijnt uit het vee, niet dank zij 'godsvruchtige belezingen', waarin pastoors of dominees nog geloven, maar door het vangen van een levende mol. Je klemt je duim stevig op het hart van het dier en je loopt vervolgens, biddend en prevelend, over het erf. De mol gaat dood en de scheurbuik verdwijnt uit het vee.

Iedere zomer gaat de familie Degryse-Pallaghy op bezoek bij 'de wijnendokter van Dévaványa', vader Pallaghy, gepensioneerd veearts en paardenkeurder.

Hij maakt, zoals alle Hongaren op het platteland, zelf zijn palinka en zijn tokaj. Piró's vader is een soort 'wijnenapotheker', een nuchter en ook belezen man die weinig of geen geloof hecht aan zulke wondermiddelen als dode mollen en paardenstaarten. Natuurlijk is bieslook het probaatste middel tegen krampen aan de galblaas, 'dat zou kunnen', knoflook in brandewijn tegen aderverkalking en een afkooksel van klitwortel tegen dysenterie. Dat weet iedereen, in Hongarije. Maar vader Pallaghy, 'de wijnapotheker', schrijft je liever een goed glas tokajwijn voor en een zelfgestookte noten- of perenpalinka.

Wie zich in regenwater wast, zegt de Hongaarse volksmond, dat op Drievuldigheidszondag in flessen is opgevangen, wordt knap - 'vooral als men daarna rode wijn drinkt'. Balnea, vina, Venus, luidt het Latijnse spreekwoord, servant corpora nostra. Baden, wijn en de liefde zijn voor alles goed.

Vroeger had je overal op het platteland 'een wijnendokter', die bij consultatie of huisbezoek graag zijn wijntje dronk en in de geneeskracht van de wingerd geloofde. Want 'de druif geneest', zegt vader Pallaghy. Wijn doet wonderen.

Voor ongeveer alle kwalen schreef zo'n arts een goede wijn voor. Want wijn is medicijn: voor alle maagkwalen witte wijn uit de zandstreek, lichte rosé voor hart- en vaatziekten en emmers wijn met spuitwater voor alle puberteitsstoornissen. Voor bronchitis of tyfus veel stevige rode uit Szekszárd, om bloedarmoede te voorkomen liters 'stierenbloed' uit Eger en een krachtige tokaj - geloofde de 'wijnendokter' - was voor alles goed.

De Pruisische arts Simon Schulz wist het al, toen hij meer dan tweehonderd jaar geleden in Eger was: Erlauer Stierblut hilft mehr als jede Arznei. Het zou de wapenspreuk van Eger kunnen zijn, de stad van 'baden en wijnen'. Wijn is goed voor het bloed. Egerwijn bevordert de spijsvertering en zuivert de darmen. Iedereen in Eger - maar ook in zo'n dorp als Mónosbél - heeft wijn in huis. Een wijnkelder is een medicijnenkast. En daarom cultiveert vader Pallaghy zijn wijnen. Al zijn kinderen 'hebben recht op hun dosissen', dat wordt door vader Pallaghy streng verordonneerd en voorgeschreven.

Hij bewaart zijn tokaj in een bovengrondse koele bergruimte, een bunker met dikke muren. Boven de fusten hangt een familieportret, vader en moeder Pallaghy met de kinderen. Wanneer ze op bezoek zijn, wordt er altijd wijn geproefd. Dan neemt hij het instrumentarium van de wijnsteker, glazen pipetten en kolven, en keurt de inhoud van de tonnen. Vader Pallaghy houdt ook alles keurig bij. Hij noteert iedere keer in een beduimeld schriftje het jaartal en het aantal liters dat hij aan dochters en zonen heeft meegegeven. Zijn tokaj is een medicinale wijn. Vader Pallaghy is niet alleen de veekeurder van Dévaványa, de paardendokter, maar ook nog 'apotheker' en 'wijnendokter'. Hij heeft een remedie tegen elke kwaal: wijntjes.

Piró en Luc hebben in Mónosbél, in hun eigen kleine wijnbunker, van die geneeskrachtige tokaj. Ook zijn vader en moeder hebben intussen de wijnen van vader Pallaghy ontdekt. Elke vakantie verhuist 'de doos', het kistje waarin geschenken of souvenirs worden ingepakt, van de Noordzee naar Hongarije. En ze keert ook terug. Onze vaders en onze moeders, vertelt Piró, 'houden op die manier contact'. Die doos - met een paar flessen wijn of likeur, parfum, chocolade of bonbons - is al jaren de go-between tussen de Pallaghy's en de familie Degryse.

Ze is een keer gestolen, of liever, 'onze auto was gestolen', in Eger, na een avondje stappen. De geblutste auto is weliswaar teruggevonden, èn ook 'de doos', maar de flessen - de medicijnen uit Dévaványa - 'waren uiteraard verdwenen'. Zelfs dieven houden van Pallaghy's medicinale wijnen. Zijn tokaj is 'een paardenmiddel' en geneest - je gelooft het of niet - zelfs de meest duivelse ongemakken en vreselijkste kwalen.

Paul Depondt

Donderdag in deel 6 (slot): Griezelen in Mónosbél.

Meer over