Ballen, geen afwaskwast

Als een moslimman al een keer de was ophangt dan is het binnenshuis, uit het zicht. Maar bij voorkeur laat hij dat over aan zijn vrouw; hij is immers geen watje....

Poptempel Paradiso in Amsterdam is half februari tot de nok gevuld met allochtone jongeren tussen pakweg 15 en 20 jaar. Rapper Ali B. zet de toon. Je hoeft me niet meer te bellen schat/ik ben je helemaal zat/ik heb het echt me je gehad, rapt hij. Dan volgt een verhaal over zijn 'vrouwtje' dat zo nodig 'moet chillen in de kroeg'. Ali B: Als je allebei gaat werken, wie de fuck gaat dan koken, dat moet toch ook gebeuren/of moeten we de kinderen op straat pleuren?

Na de performance van Ali B. barst de debattle over de rolverdeling tussen man en vrouw los. De jongeren zijn voor de landelijke campagne 'Mannen in de hoofdrol' geselecteerd door het urban radiostation FunX, hstation voor de allochtone jeugd in de vier grote steden. Al snel openbaart zich een gigantische kloof tussen de dromen van de meiden (alles samen delen, inclusief de huishoudtaken) en de denkbeelden van de jongens.

Een jonge Marokkaan roept dat vrouwen moeten kiezen: of carri maken, of kinderen nemen. 'Ik zal mijn kinderen nooit naar een cre doen, daar worden ze niet opgevoed.' En: 'Nederlandse mannen en vrouwen denken alleen aan hun carri, ze hebben nooit tijd voor hun kinderen. Dat is bij ons gelukkig anders.' Een Turkse jongen meldt dat vrouwen heus wel rechten hebben: 'Het aanrecht, zwijgrecht en baarrecht.'

En zo gaat het maar door. 'Als hij helpt in het huishouden is hij bang voor zijn vrouw, dan is hij een mietje.' Over de onvoorstelbare situatie dat zij meer verdient dan hij: 'Dan wil zij de baas gaan spelen, maar dat is ze niet. Want de baas zit in zijn ballen.'

De meeste meiden bijten fel van zich af. Ook veel gehoofddoekte moslima's: 'Hallo, we leven in 2004. Beiden brengen het geld binnen, beiden nemen verantwoordelijkheid. Wij vrouwen komen op voor onze rechten. Daarvoor studeren we, werken we', fulmineert een jonge Marokkaanse.

De debattle in Paradiso maakt duidelijk waarom driekwart van de moslimjeugd zijn of haar partner uit de thuislanden haalt. De dromen van die jongens en meisjes botsen heftig. Dat gebeurde veertig jaar geleden in autochtone gezinnen ook. Maar anders dan de autochtone jongeren in de jaren zestig en zeventig, die gedwongenwaren met elkaar te onderhandelen, heeft allochtone jeugd een uitweg.

De traditionele jongeman omzeilt het lastige gevecht en haalt zijn slaafse bruid van het Marokkaanse of Turkse platteland. Gencipeerde moslima's, die hun partner zoeken in islamitische kring, zoeken eveneens hun heil in de thuislanden. 'Ik heb mijn echtgenoot uit Turkije gehaald, een gestudeerde, verlichte man. Met de traditionele moslims hier kon ik niet uit de voeten', zegt Hatice Engin-Can, directeur van het Inspraak Orgaan Turken (IOT). De Nederlands regering wil huwelijksmigratie afremmen door inkomns-, inburgerings-en leeftijdeisen te stellen aan importpartners. Urgenter is te werken aan de emancipatie van de moslimman, meent Engin-Can. Een visie die wordt gedeeld door voorzitter SaBenayad (32) van de ISBO, de koepel van islamitische scholen in Nederland. Maar hoe doe je dat, moslimmannen emanciperen?

Door te communiceren, zegt Benayad. 'We gaan nu pas met dat vraagstuk aan de slag. Bij de eerste generatie immigranten speelde vooral de problematiek van gezinshereniging. De jeugd van nu is de eerste generatie die gezinnen gaat stichten. Deugen de islamitische jongeren in Nederland niet? Waarom niet? Met dergelijke vragen moeten we ze confronteren. Het is toch te gek voor woorden dat ze hier geen geschikte partner vinden.'

Een komedie als Shouf Shouf Habibi, waarin de Paradiso-kloof wordt uitgebeeld, is een uitstekend hulpmiddel om het debat op gang te brengen, meent Benayad. 'Daar gaan veel Marokkaanse jongeren naar toe. Ze liggen te rollebollen over de vloer van het lachen. Voor velen is shouf shouf een eye-opener. Het kan een luchtig handvat zijn om het debat over de rolverdeling aan te zwengelen.'

Ook Mohamed Khalil, ingenieur bij Philips en voormalig bestuurslid van de conservatieve Arrahman-moskee in Eindhoven, wil beter gaan communiceren. 'Mannen en vrouwen hebben helemaal niet geleerd met elkaar te praten', zegt Khalil. 'Ze leven in gescheiden werelden.' Zelf noemt hij zich gencipeerd. Hij kan schoonmaken, strijken, schoenen poetsen, bedden opmaken. Dat heeft hij geleerd op het internaat, waar hij woonde als student. 'Op het internaat heeft iedereen korvee. Maar zodra ik thuis kwam, mocht ik niets meer doen. Had ik dorst, dan liep mijn zus al naar de keuken om wat voor me te halen. Kletsen met mijn zussen en hun vriendinnen was uitgesloten.'

Khalil, belijdend moslim, stapte vorige zomer uit het bestuur van de moskee. Dat werd gevormd door 'de oude garde' en stond volgens hem integratie in de weg. Khalil richtte de stichting Amel op. Die werkt met jonge gezinnen en, benadrukt hij, stuurt bewust aan op emancipatie. 'Nee, vrouwen zitten niet in het bestuur, maar ze denken wel mee.' Hoe werkt Amel aan de emancipatie? 'Vergaderen onze vrouwen, dan passen de mannen op de kinderen. Willen ze zwemmen, dan zijn wij er ook voor de kinderen. Of we ze toestaan gemengd te zwemmen?Waarom zouden we? Gemengd zwemmen heeft geen toegevoegde waarde.'

In het Amel-model leren vrouwen en mannen voorzichtig met elkaar te communiceren, zegt Khalil. Dat moet je zo zien. De opvoeding van de kinderen en de keuken zijn het domein van de vrouw. 'Daar heeft zij de macht en daar laat zij ook niet zo snel een man toe.' Op momenten dat de mannen de zorg voor de kinderen overnemen, moeten de vrouwen allerlei praktische zaken (eetgewoonten, verschonen van de baby, vindplaats van kinderkleding) overdragen. Dat is het begin van onderlinge communicatie over opvoeding en huishouden.

In gesprekken met moslimmannenen moslima's duikt het gebrek aan communicatie steeds weer op. Fadma Bouchataoui (38), moeder van twee zonen (20 en 17) en een dochter (9): 'Jongens en meisjes leren niet met elkaar te praten. Ik ben opgevoed met angst voor de andere sekse. Altijd was er de angst dat je wat zou overkomen. Want de eer van de familie, zit tussen de benen van het meisje.' Het treurige is, zegt Bouchataoui, dat vrouwen van haar generatie hun dochters nog steeds anders opvoeden dan hun zonen.

Zelf doet ze dat niet. Ze is gescheiden, omdat communiceren met haar man onmogelijk bleek. 'Dan stond de tv aan en was er iets over homoseksualiteit. Wilde ik daarover praten met mijn zonen. Maar dan moest de tv onmiddellijk uit. Verboden beelden, vies, zei hij dan.' Haar oudste zoon van 20 heeft een Nederlandse vriendin, die bij haar thuis komt. Haar jongste zoon, die religieus is en veel in de moskee komt, heeft daar problemen mee. 'Want hoe reageren we als zijn zusje met een Hollander aan komt zetten. Dat kan echt niet, vindt hij.'

Dat haar jongste zoon de moskee frequenteert is prima, zegt Bouchataoui, want met de islam is niks mis. De profeet gaf zijn vrouwen veel ruimte. Bouchataoui is gelovig, draagt een hoofddoek en is feministe. Het probleem is dat haar zoon in de moskee met traditionele mannen praat, die zich verschuilen achter de islam. 'De meeste imams communiceren niet met de jeugd. Ze praten slechts over geboden en verboden en plaatsen de koranteksten niet in een moderne context. Ik wil dat mijn zonen zelf nadenken en niet klakkeloos overnemen wat de imams zeggen.'

Emanciperen in Nederland is heel moeilijk voor moslimmannen, weet Bouchataoui. 'Veel moslims leven nog met de normen van toen ze hun vaderland verlieten. Mijn voorbeelden waren gencipeerdevrouwen uit islamitische landen, feministische schrijfsters als Fatima Mernissi en Nawal El Saadawi. Voor meisjes zijn er nu ook in Nederland sterke rolmodellen, Kamerleden Khadija Arib en Naima Azough bijvoorbeeld. Maar de jongens hebben die voorbeelden niet. Over mannen die hun vrouw helpen, wordt alom gezegd: zij heeft hem onder de schoen.'

Dat watjesgevoel kwam ook tot uiting in de discussie die de Turkse organisatie Milli G afgelopen vrijdag organiseerde in een Amersfoortse moskee. Mufti Mehmet legde uit dat de vraag 'was de profeet een huisman?', volmondig met 'ja' moet worden beantwoord. De profeet 'stond zelf op voor een glas water, repareerde zijn kleding, zorgde voor de boodschappen', aldus de mufti. Hoe komt het dan dat moslimmannen na veertien eeuwen islam meestal geen hand uitsteken in het huishouden?

Volgens de mufti omdat het model in zwang is geraakt van het gezin als mini-staat met een ministerie van buitenlandse en binnenlandse zaken. De mannen zorgen voor het geld, zijn buitenshuis werkzaam. De vrouwen werken binnen. Dat model komt voort uit de cultuur, niet uit de religie. De mufti zelf doet thuis ook helemaal niks, zegt zijn dochter. 'Hij spant zich in voor de Turkse gemeenschap in Nederland en heeft geen energie meer voor het huishouden.' Dat geldt ook voor Milli G-directeur Haci Karacaer. Die is ook te druk met 'buitenlandse zaken'. Al probeert hij de weekeinden vrij te houden, zodat zijn vrouw kan gaan zwemmen.

Op het debat in Amersfoort zijn vooral mondige moslima's af gekomen, die zich heftig roeren.

Het handjevol mannen houdt zich koest. 'Het is niet stoer te vertellen dat hij thuis afwast', zegt een Turkse vrouw. Haar vriendin meldt dat haar man soms de was ophangt, maar nooit buiten. 'Dat durft hij niet.' Samen, wanhopig: 'Hoe krijgen we ooit de macho uit de man?'

Door solidair te zijn met andere vrouwen, roept een Turks meisje. Haar oom is ondernemer. Hij heeft een dag in de week vrij genomen, omdat hij tijd in zijn kinderen wil steken. Het zijn niet alleen de mannen die hem een mietje vinden. 'De vrouwen in mijn familie roddelen over mijn tante. Ze zeggen dat het een slechte vrouw is, een kenau, die haar taken verwaarloost en haar man kleineert.'

Gencipeerde moslimmannen staan in Nederland onder zware druk van hun omgeving, zegt Karacaer. Hij denkt dat de moslims in Nederland nog een lange weg hebben te gaan. 'Mannen geven hun verworvenheden niet zomaar op. De opstand moet van vrouwen komen.' In de moslimgemeenschap is het debat nog maar net op gang gekomen. Hoop is er wel, denkt hij. Nederland kent veel geloofsgemeenschappen die zo'n proces ook met succes hebben doorgemaakt.

Meer over