BAGAGE

Nederland mag zich de laatste tijd verheugen in de warme belangstelling van reisgiden-uitgevers. Gottmer kwam met een Dominicusgids over het eigen land, de ANWB werkt aan een twintigdelige serie waarin Nederland centraal staat....

ROLF BOS; CEES GLOUDEMANS; GIJS ZANDBERGEN; FRANS VAN SCHOONDERWALT

REISGIDSEN

Reisgids voor

Groningen

De gids is niet zomaar een reisgids, hij gaat aardig in de richting van een geografische topogids, waarin geen enkel dorp of gehucht onvermeld blijft. De hele provincie werd nauwgezet in kaart gebracht, van Garmerwolde tot Garrelsweer. De samenstellers hebben zelfs het exacte aantal inwoners per dorp vermeld, zonder af te ronden. Woltersum heeft 376 inwoners, Wittewierum 148.

Het eerste deel van de gids geeft een beschrijving van de geschiedenis en de ontwikkeling van Groningen, van stad tot cultuurlandschap. De karakteristieke Old

ambter boerderijen worden beschreven en de synagoge in Nieuweschans.

In Finsterwolde wordt de wandelaar langs het graf van Eltjo Siemens gevoerd, die tijdens de landarbeidersstaking in 1929 door de marechaussee werd doodgeschoten. Ook de meer toeristische informatie over campings, hotels, recreatieplassen en musea ontbreekt niet in deze prima gids.

Het eigen land vanuit buitenlands perspectief, dat is meestal wel aardig. Hoe bekijken buitenlandse gidsenmakers Nederland? Wat vinden ze bijvoorbeeld van Eindhoven? De stad krijgt slechts één pagina in de nieuwe editie Holland, Belgium & Luxembourg in de serie Rough Guide (Penguin, Fl. 35,85). De samensteller van de gids legt uit: 'Als je er een halfuur bent geweest, dan weet je waarom'. Geen malse kritiek in deze gids, waarin ook Tilburg het moet ontgelden. De Brabantse stad is 'faceless and unwelcoming'. Nee, dan Den Bosch, Amsterdam en Utrecht - daar zal de toerist veel van zijn gading vinden. Nooit geweten overigens dat 'Veluwe' letterlijk (in het Engels dan) 'bad land' betekent. Floris V wordt door de auteurs van de gids 'een aristocratische Robin Hood' genoemd. Niet elke historicus zal het hiermee eens zijn.

De Benelux-gids verdient niets dan lof, niet alleen buitenlandse toeristen zullen er veel van hun gading in vinden. Van de 550 pagina's in de gids gaat meer dan de helft over Nederland.

Over Corsica (Penguin, Fl. 33,55) verscheen bij Rough Guide een nieuwe gids. Het is een nononsense gids die ook de Nederlandse reiziger zal aanspreken, aangezien er recentelijk weinig goede Nederlandstalige Corsicagidsen zijn verschenen. Het eiland wordt in Nederlandse gidsen bovendien meestal samengevoegd met het zuiden van Frankrijk. Van Ierland (Ireland, Fl. 35,85) en Californië (California, Fl. 35,85) verschenen herziene herdrukken. Opmerkelijk is dat de vorige Californië-gids van Rough Guide ruim honderd pagina's meer bevatte. Het aanbod attracties in het westen van de Verenigde Staten is echter niet afgenomen: in de vorige gids werden ook de staten Washington en Oregon nog beschreven, de nieuwe editie beperkt zich alleen tot de golden state.

De Groene Michelingids Bretagne (Michelin, Fl. 25,90), die net als alle andere groene gidsen tot dusver niet in het Nederlands verkrijgbaar was, ligt sinds 1 juli in een Nederlandse vertaling in de boekwinkel. De bandenfabrikant heeft tegelijkertijd aangekondigd in de loop van 1995 ook de delen over Italië, Parijs en de Provence in het Nederlands op de markt te brengen.

In de, in 1926 begonnen, reeks toeristische gidsen wordt steeds in het eerste gedeelte van de boeken informatie gegeven over de geschiedenis en de cultuur van een streek. Het tweede, verreweg het grootste gedeelte van de boeken is gewijd aan praktische informatie over steden, dorpen en bezienswaardigheden.

Nu met name Java en Bali gemeengoed zijn geworden, verplaatst de aandacht van Indonesië-reizigers zich steeds vaker naar de kleinere eilanden. In de Dominicus-reeks is om die reden OostIndonesië (Gottmer, Fl. 32,90) verschenen. Het omvat de Kleine Sunda-eilanden, Sulawesi, de Molukken en Irian Jaya, beschreven door Leon Peterse en Joke Petri. Tamelijk avontuurlijke gebieden - zolang het duurt - waarin Jo Dominicus zonder twijfel nooit toeristische attracties heeft vermoed.

Dit gaat wellicht ook op voor Brazilië, waarover eveneens een Dominicus-gids verscheen (Fl. 34,90). Ook de sloppenwijken en milieuproblemen krijgen aandacht. Een waarschuwing dat een eco-bezoek in het Amazonegebied kan tegenvallen, is terecht, maar iets gedetailleerdere informatie over gevaarlijke plekken in enkele grote steden was niet overbodig geweest. De gids volstaat met een algemene waarschuwing. Verder is Marcel Bayer er goed in geslaagd het immense land met al zijn prachtige facetten in 332 pagina's samen te vatten.

In de fraai vormgegeven nieuwe serie reisgidsen van Standaard verscheen Thailand (Fl. 59,50). Een gids met vele honderden illustraties, maar met ook veel geschreven informatie. Door de overdaad aan plaatjes, kaarten en tekeningen zou de lezer het spoor wel eens bijster kunnen raken.

Schaadt overdaad? Je moet even aan de indeling wennen. We missen overigens in deze gids duidelijke 'gewone' stadsplattegronden, zoals die bijvoorbeeld wel in de met deze Standaardreeks vergelijkbare serie van Capitool te vinden zijn. Verder niks dan lof. Hetzelfde kan gezegd worden over de delen Florence, Marokko en Wenen (per stuk Fl. 59,50), ook al uitbundig geïllustreerd. Alleen als de reiziger er heel voorzichtig mee is, mogen deze gidsen in de koffer.

Het lijkt of er steeds meer tuffertjes door de Amsterdamse grachten varen. Het zijn meestal kleine motorbootjes, met enkele opvarenden, radio en het onmisbare kratje bier. Speciaal voor deze bootbezitters schreef Jojanneke Claassen Amsterdam aan boord (Fl. 22,90). Het is 'de eerste Mokumse horecagids voor de scheepvaart'. Alle eïablissementen zijn op alfabet, op lokatie en op keuken (Frans, Koreaans enz.) geordend. Achterin de gids handige kaarten van vaarroutes, met, heel handig, de nummers van de bruggen.

De informatieve serie Te gast in werd uitgebreid met de delen Vietnam, Sri Lanka en Jordanië/Syrië. Tot voor kort bestond er nauwelijks belangstelling voor deze drie landen, maar anno 1994 'stijgen ze met stip op de toeristische hitparade', aldus de samenstellers. De uitgaven geven een indringend beeld van de levenswijze van de lokale bevolking, hun omgangsvormen en de alledaagse cultuur. Naast reisverhalen en achtergrondartikelen van kenners bevatten de gidsen ook praktische informatie. Per stuk Fl. 11,25 (uitgave Stichting Toerisme & Derde Wereld).

Onmisbaar bij een gedegen voorbereiding voor een cultureel bezoek aan een bestemming: de Artemis-reisgidsen. In deze boeken geen informatie over stranden, maar uitgebreid aandacht voor geschiedenis, godsdienst, architectuur, literatuur en gebruiken van een land/streek. Onlangs verschenen de delen Toscane (55 gulden) en Normandië Fl. 44,90). De liefhebber vindt uitputtende beschrijvingen van kerken en kastelen. Bij wijze van spreken blijft geen steen onbesproken. Vakwerk. De serie is van oorsprong Duits, maar de gids over Normandië heeft ook aandacht voor de landingskusten van 1944.

De serie Nelles Guides is van oorsprong ook Duits, maar meer gericht op een breder publiek. Er is al een groot aantal in het Nederlands vertaald. Opvallend is dat ze allemaal hetzelfde aantal pagina's bevatten: 256. Knap cijferwerk van de uitgever. De nieuwe delen Cyprus, Rome, Moskou/St Petersburg en Cambodja/Laos. (Spectrum, Fl. 32,50) zijn degelijke gidsen, met veel kleurenfoto's en goede, duidelijke kaarten.

Bij Lonely Planet verschenen nieuwe herdrukken van de gidsen New Caledonia (import Nilsson & Lamm, Fl. 33,30) en Malaysia, Singapore & Brunei (Fl. 38,55). Survival kits volgens het inmiddels beproefde recept.

REISBOEKEN

Een uitgever, die zichzelf aanprijst als een vernieuwend specialist op het gebied van computerboeken, duikt in de overvolle reisboekenmarkt en komt bovendrijven met een innovatief produkt dat het wezen blootlegt van zo'n moeilijk te definiëren land als Thailand. Je moet van goeden huize komen om zo'n bewering waar te maken. Travellers' Tales Thailand (O'Reilly, Ó11.95) is de eerste van een nieuwe serie Amerikaanse reisboeken die een bloemlezing uit (het beste van) reisgidsen en reislitteratuur bevatten.

De meeste reisgidsen fungeren als richtingwijzer en tipgever. De betere geven in ruime mate achtergrondinformatie en gaan een cultuurschets niet uit de weg. Maar als de toerist zijn reisdoel heeft bereikt, dan merkt hij dat zijn reisgids op de een of andere manier tekort schiet; het karakteristieke van een land blijft verborgen. Tot zover de wervende tekst, die overigens op een heel luchtige toon de soms pijnlijke tekortkomingen van reisgidsen openbaart.

O'Reilly meent de oplossing gevonden te hebben voor reizigers die zich al op voorhand willen inleven in het land dat ze willen bezoeken. Geef hen de kans verhalen te lezen van mensen die er geweest zijn en lardeer het boek met wetenswaardigheden uit de betere reisgidsen. Travellers' Tales bevat tientallen verhalen over talrijke facetten van Thailand, van wie de meeste al eerder zijn verschenen. Bekende schrijvers als Charles Nicholl, Norman Lewis en Ian Buruma staan garant voor een aangenaam niveau. Maar helemaal nieuw is de benadering van O'Reilly niet. Er zijn over Thailand meer prettig leesbare en informatieve verhalenbundels verschenen.

Van jongs af aan zouden wij op zoek zijn naar het ideale eiland. 'Het eiland van Robinson Crusoe, het geleerden-eiland Laputa uit Gulliver's Travels, Robert Louis Stevensons Treasure Island, het eiland Ogygia waar Odysseus van zijn belevenissen verhaalt, de literatuur is vol van eilanden. Nee, de literatuur is zelf één grote archipel', schrijft Maarten Asscher in Land in zicht, de mooiste eilandverhalen uit de wereldliteratuur (Prometheus, Fl. 24,90).

In deze bundel staan onder meer verhalen van Couperus, Poe, Mulisch, Somerset Maugham, Waasdorp en Conan Doyle. Boudewijn Büch, islomaan bij uitstek, ontbreek helaas in deze bundel. Hij trok, volgens samensteller Asscher, op het laatste moment zijn bijdrage over het piepkleine Maltese eiland Filfla in. Het ideale eiland, als men er niet geboren is, kan men zich het altijd later nog eigen maken, schrijft de samensteller. Zoals de Britse dichter John Ellingham Brooks over Capri zei: 'I came for lunch and stayed for life.'

EVENEMENTEN

ROTTERDAM: Wat de Rotterdamse bioloog en walviskenner A.B. van Deinse in vijftig jaar bijeenbracht aan schedels, skeletfragmenten en op sterk water geconserveerde delen van walvisachtigen en dolfijnen is tot en met 11 september te zien in het Rotterdams Natuurmuseum. Open divrij 10-17 uur, zon 11-17 uur.

GRONINGEN: 'Bolwerk van het noorden' heet de tentoonstelling die van 10 juli tot en met 30 september in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen is. Het is de geschiedenis van de vesting Groningen vanaf de middeleeuwen tot 1874. Open di-zat 1017 uur, zon 13-17 uur.

ORVEL

De Drentse vereniging 't Aol voert op 10 juli in het Monumentendorp Orvelte een ouderwetse boerenbruiloft op, met ongeveer zestig leden in originele kostuums. Vanaf 13.30 uur.

EDAM: Tot en met 30 september is in de Grote Kerk van Edam een expositie over de strijd tegen het water. Het is een reis in de tijd, beginnend bij de terpen via de eerste primitieve dijken tot de droogleggingen. Dagelijks open 13.3016.30 uur.

DEVENTER: De Deventer Koggedagen vinden in de maanden juli en augustus plaats op vijf zaterdagen, op 9, 16, 23 en 30 juli en op 13 augustus. Iedere Koggedag heeft een ander thema. Op 9 juli is er een uitgebreid straattheaterprogramma te aanschouwen, waarbij binnen- en buitenlandse gezelschappen optredens zullen verzorgen. De middeleeuwse straten en pleinen vormen het decor.

DEN HAAG: Op zaterdag 9 en zondag 10 juli wordt Kijkduin bevolkt door allerlei stripfiguren: de Ninja Turtles, Ollie B. Bommel, Tom Poes, Sjors en Sjimmie, de Smurfen, Henk de Mol en de Troetelberen. De poppen lopen rond het Deltaplein, bij de muziektent wordt een kleine markt gehouden, waar stripboeken verkocht worden. Striptekenaars signeren er hun werk. Beide dagen van 13 tot 17 uur, toegang gratis.

DEN HELDER: Met ingang van deze maand is in het Marinemuseum de onderzeeboot Tonijn voor het publiek toegankelijk. De Tonijn, een drie-cilinder van de Dolfijn-klasse, deed dienst tussen 1966 en 1991. Het schip was de laatste drie-cylinder onderzeeboot van de Koninklijke Marine. Het marinemuseum in Den Helder is dinsdag tot en met vrijdag van 1016.45 uur, zaterdag, zon- en feestdagen van 13-16.30 uur geopend. In juli en augustus is het museum ook op de maandagen geopend, van 13-16.45 uur.

Meer over