Baas is boos

Op zijn nieuwste album horen we Bruce Springsteen zoals we hem niet vaak horen: boos, woedend zelfs. De bankiers zijn verantwoordelijk voor de ellende die zijn land teistert. Wrecking Ball is Springsteens meest geëngageerde plaat sinds de jaren tachtig.

Het is donker in het theater, pikdonker. Uit de speakers knallen de drums uit het intro van We Take Care Of Our Own, de nieuwe single van Bruce Springsteen. Die kennen wij, een kleine tweehonderd popjournalisten, al. Op een beeldscherm op het podium komt de tekst regel voor regel voorbij: 'I Been knocking on the door that holds the throne.' Het heeft bijna iets intimiderends, zo hard als de muziek staat. In de tien liedjes die volgen wordt de balans iets beter, maar de tekstregels komen zo groot geprojecteerd vaak hard binnen.

'The banker man grows fat/The working man grows thin', stelt de protagonist in Jack Of All Trades vast, een mooie, slepende wals. 'If I had me a gun I'd find the bastards and shoot them on sight.'

Dit is Bruce Springsteen zoals we hem niet vaak horen: boos, woedend zelfs. De bankiers, de robber barons, zijn verantwoordelijk voor de ellende, zingt hij in het volgende nummer: Death To My Hometown: 'They destroyed our families, factories/And they took our homes/They left our bones on the plains/The vultures picked our bones.'

Bij het beluisteren van de plaat wordt gaandeweg duidelijk dat het hem menens is. Wrecking Ball, zijn zeventiende studio-album, is er een waarop Springsteen zijn woede de vrije loop laat over wat er zich de laatste jaren heeft afgespeeld in zijn land. Het is zijn meest geëngageerde plaat sinds Nebraska uit 1982. Op Wrecking Ball is Springsteen nog explicieter en wijst hij in diverse liedjes naar de wortel van al het kwaad dat zijn Amerika is overkomen: de financiële wereld.

De uitwassen van de graaicultuur, de bonussen en vooral het gegeven dat geen van de schuldigen achter de huidige crisis ooit verantwoording heeft hoeven afleggen, is niet alleen een belangrijke drijfveer achter het album, maar lijkt ook een belangrijke reden voor deze ontmoeting met de pers.

Want nadat de laatste tonen van het elfde liedje We Are Alive zijn weggestorven en de lichten aanfloepen, is het The Boss zelf die in het zwart gekleed plaatsneemt op een barkruk. Hij heeft nauwelijks een vraag nodig om zijn verhaal te doen.

Daar zitten we dan, toch een beetje met stomheid geslagen. Wat hebben we ons eerder die dag vrolijk gemaakt over het nogal geheimzinnige gedoe rond deze presentatie. Uit Europa, Azië en Australië zijn we naar Parijs gekomen om ons te melden in het hoofdkantoor van Sony Music Frankrijk. Er zou een persconferentie zijn met Bruce Springsteen, tevens konden we voor het eerst naar zijn nieuwe plaat luisteren.

Waar dit alles ging plaatsvinden bleef geheim. Gedwee lieten we ons in een bus afvoeren voor een klein tochtje door de Franse hoofdstad, dat ons uiteindelijk zou brengen in het Théâtre Marigny, vlak bij de Champs Elysées.

Alsof het om een kwestie van staatsbelang gaat: alle informatie wordt het gezelschap onthouden. Potsierlijk, vinden de journalisten. Maar elke wrevel lijkt verdwenen wanneer we met z'n allen het complete album hebben gehoord en de teksten aan ons voorbij hebben zien trekken. Wrecking Ball gaat beslist ergens over. Niet alleen zijn de teksten scherp, ook muzikaal blijkt het album een genot.

De Franse moderator heeft geen enkele moeite het aanvankelijk wat cynische journaille in toom te houden. Iedereen hangt aan de lippen van Bruce Springsteen, die ondanks zijn 62 jaar nog even kwiek en jongensachtig oogt als dertig jaar geleden.

De ontstaansgeschiedenis van Wrecking Ball, vertelt Springsteen, begon eind 2008, toen de Verenigde Staten werden geteisterd door een van de grootste financiële crises ooit. 'Dit raakte iedereen. Ook vrienden van mij verloren hun huizen en raakten hun banen kwijt.' Niet alles had voorkomen kunnen worden, maar er lag wel degelijk een grote mate van hebzucht bij de bankiers aan ten grondslag, aldus Springsteen. 'Maar niemand werd erop aangesproken, niemand ging naar de gevangenis. Terwijl er toch in grote mate sprake was van georganiseerde diefstal, wat mij betreft.'

Het hele proces raakte voor Springsteen aan wat voor hem de kern van de Amerikaanse beschaving diende te zijn. Hij noemt het straffeloos toelaten van de hebzucht ten koste van de zwakkeren een 'aanslag op datgene waarvoor Amerika dient te staan'.

Het eerste liedje dat hij vervolgens schreef was We Take Care of Our Own. 'Ik had dat nummer ergens in 2009 af en stopte het weg in mijn boek. Ik ging er ook een beetje vanuit dat er iets zou gebeuren.' De titel zegt het immers al, beaamt hij. Ze lossen dit zelf wel op. 'Maar dat gebeurde niet. De situatie werd alleen maar erger.'

En de Boss werd alleen maar bozer. Hij nam We Take Care of Our Own vervolgens als uitgangspunt voor een aantal nieuwe liedjes. De vragen die hij in het liedje stelt, komen in de daaropvolgende nummers steeds aan de orde. Elk liedje heeft een eigen protagonist die op zijn manier omgaat met ellende. Zo laat de man in Easy Money zich door de bankiers in Wall Street inspireren om zelf maar op rooftocht te gaan.

De figuren die Springsteen in zijn liedjes neerzet, zijn meestal goedbedoelende types, die buiten hun schuld aan de zelfkant raken en dan tot wanhoopsdaden komen. Maar hoe zwart hun toekomst ook is, in een Springsteenliedje gloort altijd hoop, al is het maar dankzij de opbeurende melodie of troostrijke arrangementen.

Eigenlijk is er niet eens zo veel veranderd, vertelt hij. 'Mijn werk heeft altijd de afstand tussen de Amerikaanse droom en de werkelijkheid als uitgangspunt gehad. Ook in de jaren zeventig probeerde ik die afstand in mijn liedjes te meten. Hoever zijn we van ons ideaal verwijderd, dat is bij elke plaat de vraag die ik stel, en daar ga ik vervolgens mee aan de slag.'

Dat het antwoord nu 'ver' is, lijdt geen twijfel. Maar gaandeweg zijn verhaal dat hij zonder veel interrupties kan houden, wordt duidelijk dat er sinds de crisis nog iets bij hem speelt, iets persoonlijkers.

We leven, stelt hij, in een maatschappij waarin het verlenen van diensten belangrijker is geworden dan het produceren. 'De service-economie neemt de productie-economie over.' Wat volgens Springsteen betekent dat er steeds minder werk is voor geschoolde arbeiders.

Een situatie die hij van thuis kent. 'Ik groeide op bij een vader die moeite had werk te vinden, zodat mijn moeder met allerlei bijbaantjes de kostwinner werd. Dat is dodelijk voor het gezinsleven. En je ziet het nu weer gebeuren. Gezinnen waarin de mannen noodgedwongen thuis zitten omdat ze een te specifiek beroep hebben, waar geen vraag meer naar is. Dat voelde bij mijn vader en ook bij hen als een soort castratie. Gebrek aan werk haalt je gevoel voor eigenwaarde en trots onderuit. Ik heb dat thuis zien gebeuren. Mijn moeder was voor mij het rolmodel. Hoe zij alles aanpakte, inspireerde me mateloos, zij was voor mij het lichtend voorbeeld. Maar dat mijn vader daar niet aan kon tippen was natuurlijk zeer pijnlijk.'

Veel woede in mijn teksten komt voort uit die emotioneel soms zeer gespannen huiselijke situatie, zegt Springsteen. 'En dat was al zo vanaf de dag dat ik begon met muziek maken.'

Niet dat hij alleen maar slechte herinneringen heeft, trouwens. Hij grapt nog even over zijn katholieke opvoeding: 'Ik voelde ma als Al Pacino in The Godfather: je wilt er graag van loskomen, maar elke keer word je er weer in gesleurd.'

Hij bekent ook mooie herinneringen te hebben aan de tijd dat hij vlak naast een kerk woonde waar het aanschouwen van huwelijksvoltrekkingen en begrafenissen een favoriete bezigheid was.

Bovendien maakte hij al vroeg kennis met iemand die hij nog altijd als een van zijn beste vrienden beschouwt: Steve Van Zandt, gitarist in zijn E-Street Band. 'Steve en ik waren allebei al vroeg enorme muziekfans. Sinds onze tienertijd zijn we door rock 'n roll geobsedeerd. Een passie die echt fijn was om te delen. Het is leuk om ruzie te maken over platen. Ik herinner me dat Steve en ik soms uren konden debatteren over kwesties als: is Led Zeppelin beter dan Jeff Beck, en was de jonge Elvis echt beter dan de oude? Dat soort gesprekken zijn inspirerend.'

Over een andere vriend, de onlangs overleden Clarence Clemons, spreekt hij even liefdevol: 'Ik was 22 toen ik hem leerde kennen, een jongen nog, net zo oud als mijn zoon nu. Clarence was geloof ik al 30, hij stond me bij in het volwassen worden. Ik ging ook liedjes schrijven waarin ik ruimte liet voor zijn monumentale saxofoongeluid. Dat kwijtraken, is vergelijkbaar met een gebrek aan iets elementairs als regen of lucht.' Maar, voegt hij eraan toe nadat hij ook nog even stilstond bij de dood van een ander E-Street Band lid in 2009, organst Danny Frederici: 'Het leven wacht niet.'

Bruce Springsteen gaat met zijn E-Street Band, zonder Frederici en Clemons door met het maken van platen. Vanaf dit voorjaar geeft hij weer zijn geroemde marathonconcerten. 'Muziekmaken is het enige dat ik kan. Ik heb me in het verleden weleens met de presidentscampagnes van John Kerry en Obama beziggehouden. Dat kwam ook door de Bush-jaren, die echt een gruwel waren. Maar, ik vind eigenlijk dat je als artiest niet te dicht bij de zetel van de macht moet komen. Die afstand houdt het zuiver.'

Heeft hij er enig vertrouwen in dat het goed komt? Dat zijn hoop die in veel nummers van Wrecking Ball doorklinkt niet ijdel blijkt? 'Nog niet. Maar ik bespeur enige verbetering. De Occupy Wall Street-beweging heeft de toon van het politieke debat veranderd. Dat een Newt Gingrich Mitt Romney kan uitmaken voor een kapitalistische graaier, dat was twintig jaar geleden nog onmogelijk geweest.' Maar er is nog veel werk te doen. 'De belofte van de grote Amerikaanse droom lijkt gebroken.'

De toenemende ongelijkheid in zijn land heeft Springsteen tot zijn nieuwe, sterke, album gedreven. 'Ik interesseer me nu eenmaal voor wat er gaande is. Dat is mijn drijfveer, niet geld of zo. Ik herinner me theatermaker Tom Stoppard die zei jaloers te zijn op Vaclav Havel voor wie de ellende om hem heen juist een bron van inspiratie bleek. Welnu, ik kan zonder Havels gevangenschap, maar ik begrijp wel wat hij bedoelt.'

Bruce Springsteen: Wrecking Ball. Sony Music (verschijnt vrijdag).

My City of Ruins, van het album The Rising (2002)

Now the sweet veils of mercy / drift through the evening trees

Young men on the corner / like scattered leaves

The boarded up windows / The hustlers and thieves

While my brother's down on his knees /My city of ruins

Come on rise up!

Springsteen steunde bij de vorige verkiezingen in de Verenigde Staten de campagne van Barack Obama. 'Dat kwam ook door de Bush-jaren, die echt een gruwel waren. Maar, ik vind eigenlijk dat je als artiest niet te dicht bij de zetel van de macht moet komen. Die afstand houdt het zuiver.'

Uit het hele oeuvre van Bruce Springsteen spreekt een grote betrokkenheid bij de sociaal-politieke omstandigheden in vooral zijn eigen land, de Verenigde Staten en de gevolgen daarvan voor vooral de gewone arbeiders. Een paar albums, waaronder zijn nieuwe plaat Wrecking Ball lijken iets meer sociaal bewogen dan anderen.

Zo bevat het sobere, desolaat klinkende Nebraska uit 1982 misschien wel zijn meest geëngageerde liedjes. De plaat maakte Springsteen alleen, na een jaar lang met zijn band op tournee te zijn geweest met zijn succes-album The River. 'Als er een thema is dat door de plaat loopt', schreef hij in zijn boek Songs (1998) 'dan is dat de dunne lijn tussen stabiliteit en het moment waarop de tijd even stilstaat en alles zwart wordt, als wat je verbindt met de wereld - je baan, familie, vrienden, geloof, liefde - niet meer werkt.'

Bijna net zo sober getoonzet was in 1995 The Ghost of Tom Joad. Genoemd naar de held uit de roman The Grapes Of Wrath van John Steinbeck verhaalt de plaat net als het boek over de trek naar het westen van berooide boeren en immigranten tijdens de depressie van de jaren dertig. Springsteen zingt in veel songs uit de jaren tachtig en negentig over de groeiende kloof tussen arm en rijk in de Verenigde Staten. In 2005 maakt hij hierop met Devils & Dust een thematisch vervolg, waar in de titelsong de oorlog in Irak wordt bezongen. De plaat klinkt net zo kaal als The Ghost of Tom Joad.

Het album The Rising was in 2002 een van de eerste belangrijke kunstwerken die de aanslag van 9/11 tot onderwerp had. Hij personifieert zich met slachtoffers en hun nabestaanden, terwijl het titelnummer getuigenis doet van de wonderbaarlijke veerkracht van de Amerikaanse samenleving.

Het vrolijkst en uitbundigst van al zijn sociaal-politiek bewogen platen klinkt We Shall Overcome - The Seeger Sessions. Hierop doet Springsteen met een dozijn muzikanten het oude protestrepertoire van folkzanger Pete Seeger herleven. Het feestelijke geluid maskeert de harde maatschappijkritische teksten van weleer enigszins. Iets wat bij hem gebruikelijk is. Zwaarmoedige, bittere en boze teksten worden vaak juist vergezeld door opbeurende, uitbundig klinkende muziek. Ook op zijn nieuwe plaat Wrecking Ball waar samples van religieuze koren, en protestzangers van weleer samen met gospel-getinte gastvocalen van Michelle Moore voor een heel nieuwe dimensie in de muziek van Springsteen zorgen. Hoe ellendig het land er ook voor staat, er is hoop. We Are Alive, zo besluit hij de plaat met een positieve noot.

Altijd een link met de harde actualiteit

Bevlogen Bruce door de jaren heen

Johnny 99, van het album Nebraska (1982)

Well they closed down the auto plant in Mahwah late that month

Ralph went out lookin' for a job but he couldn't find none

He came home too drunk from mixin' Tanqueray and wine

He got a gun shot a night clerk now they call him Johnny 99

Galveston Bay, over vreemdelingenhaat, van The Ghost of Tom Joad (1995)

Billy sat in front of his TV as the South fell / And the communists rolled into Saigon

He and his friends watched as the refugees came

Settled on the same streets and worked the coast they'd grew up on

Soon in the bars around the harbor was talk

Of America for Americans / Someone said 'You want 'em out, you got to burn 'em out.'

And brought in the Texas Klan

undefined

Meer over