B-MERK

Een NIPO-onderzoek naar de status van de Nederlandse film toont aan dat het imago is verbeterd. Probleem: 92 procent van de volwassenen ziet geen enkele Nederlandse film in de bioscoop....

Jongeren van 16 tot 29 jaar zien niets in Nederlandse films. Zij willen spektakel en special effects, en daarvoor zijn de Nederlandse budgetten te laag. De jongeren die wel eens een Nederlandse films zien, vinden Costa! de beste Nederlandse film aller tijden.

Het zijn slechts twee conclusies uit een onderzoek dat het NIPO op verzoek van het Nederlandse Film Fonds uitvoerde. Het NIPO ondervroeg het publiek over de vaderlandse film, over het imago ervan, de 'bezoekmotieven', de wenselijkheid van subsidie en over genres, acteurs en mankementen. De belangrijkste conclusie: het imago van de Nederlandse film is aan het verbeteren. 'De barre jaren negentig, waarin de Nederlander zich definitief leek af te keren van zijn cinema, liggen achter ons', meldt het Filmfonds in zijn meest recente Nieuwsbrief. 'Het dieptepunt van 1994', toen het aandeel van de Nederlandse film in bezoekscijfers met moeite de 0,8 procent haalde, 'maken we hopelijk nooit meer mee.'

De positieve conclusie kan niet verhullen dat de positie van Nederlandse films zwak is. 'Nederlandse film is een B-merk, een Lada, en die koop je niet zo snel', zegt een van de deelnemers aan het onderzoek. Vooral jongeren weten het zeker: Nederlandse films kunnen in de meeste opzichten niet tippen aan Amerikaanse, die wél over de kwaliteiten beschikken die de prijs van een bioscoopkaartje rechtvaardigen.

Het publiek en de Nederlandse speelfilm - Onderzoek naar het bioscoopbezoek, de perceptie en waardering van de Nederlandse speelfilms door het Nederlandse publiek luidt de volledige naam van het rapport dat - met nog een ander onderzoek van marketing-expert John Durie - als basis dient voor de binnenkort te verschijnen strategienota van het fonds.

Het rapport levert een soort blauwdruk voor een commercieel succes. Dat is een romantische komedie, met een 'eigentijds en realistisch' verhaal en hoofdrollen voor Georgina Verbaan en Daan Schuurmans, die ervoor moeten waken dat hun acteerstijl niet 'te theatraal en onnatuurlijk' is. Ook heeft de ideale Nederlandse film een herkenbaar Nederlands karakter, is hij Nederlands gesproken, en zonder veel actie, want 'het heeft weinig zin films te maken die bij voorbaat niet kunnen concurreren met de kwaliteit van hun Amerikaanse voorbeelden'.

Volgens onderzoeker Paul Verstraeten komt uit het onderzoek 'een Oranjegevoel' naar boven over de nationale cinema. In de woorden van 'een twintiger': 'Als ze een film maken van een crimineel in de Moskouse grachten dan ga je niet, je gaat erheen omdat het in Amsterdam speelt.'

Wat het fonds met de uitkomsten gaat doen, is nog de vraag, maar er worden in Het publiek en de Nederlandse speelfilms wel heldere aanbevelingen gedaan: de Nederlandse filmproductie moet meer worden gestuurd door de vraag en minder door het aanbod. Dat geldt niet alleen voor films 'die worden gemaakt voor het bioscooppubliek, maar ten dele ook voor de artistieke films die het publiekssegment van de filmhuizen en arthouses bedienen'.

Volgens fondsdirecteur Toine Berbers moet dat advies niet te strikt worden uitgelegd. 'Nederlandse regisseur en scenarioschrijvers moeten alleen beter gaan nadenken over de positionering van hun films. Het is nu te vaak een beetje thriller en een beetje komedie.' De kerntaak van het fonds is het bevorderen van een op kwaliteit gerichte nationale cinema door middel van sturing, selectie en het stimuleren van talent. Het streeft daarbij, en dat is nieuw, 'naar een zo groot mogelijke marktgerichtheid'.

In Het publiek en de Nederlandse speelfilms is die markt onderverdeeld in vier categorieën: van 16 tot 19 jaar, van 20 tot 29 jaar, van 30 tot 39 jaar en veertig plus. De eerste twee groepen bevatten de meeste bioscoopbezoekers, respectievelijk 81 en 78 procent. Opvallend: nog altijd gaat de overgrote meerderheid van alle respondenten (92 procent) voor een Nederlandse film de deur niet uit. Als ze er al een zien, dan op video of dvd.

In de bioscoop zijn komedies en thrillers de favoriete genres, voor Nederlandse films zijn dat de romantische komedie en familiefilms. Amerikaanse films worden vooral getypeerd met spektakel en spanning, ze zijn volgens de Nederlanders goed gemaakt en er wordt goed in geacteerd. Bij Nederlandse films worden deze kwaliteiten minder genoemd. Die films gelden vooral als voorspelbaar, oppervlakkig en saai, en worden vaak in verband gebracht met seks.

Maar het imago is volgens de respondenten wel aan het verbeteren. 43 Procent vindt Nederlandse films tegenwoordig beter, 7 procent vindt ze slechter. Toch vinden veruit de meeste Nederlanders de Paul Verhoeven-films Turks fruit (1973)en Soldaat van Oranje (1977) de beste Nederlandse speelfilms aller tijden.

Volgens het NIPO kan met een betere marketing en een betere distributie het bezoekersaantal van de Nederlandse film oplopen tot 14 procent. 'De bezoekintentie is het sterkst aanwezig, na uiteraard de huidige bezoekers van de Nederlandse films, bij mensen die zelden of nooit naar de bioscoop gaan. Er is echter veel voor nodig om deze groep ook werkelijk zover te krijgen.'

Het NIPO adviseert het fonds het aanbod van Nederlandse films de komende tijd beter te laten aansluiten 'bij de uiteenlopende wensen en voorkeuren van de verschillende publiekssegmenten'.

'Als uit de resultaten blijkt dat het aantal bezoekers met meer bioscoophits sterk oploopt, wil dat niet zeggen dat het Filmfonds alleen maar hits wil', stelt het fonds in zijn Nieuwsbrief de filmwereld gerust. Berbers: 'Uit het onderzoek blijkt dat juist de artistieke Nederlandse film in de lift zit. En daarmee bedoel ik de echt artistieke film, en niet de half gelukte publieksfilms die in de arthouses terechtkomen omdat de distributeur niet weet wat hij ermee moet.'

De boodschap is duidelijk: ook de kunstzinnige film blijft van de subsidiegever zijn kansen krijgen. In de Nieuwsbrief: 'Alleen het budget is beperkt en het Fonds moet het geld zo goed mogelijk besteden. Iedere maker heeft recht op een flop, maar het Fonds kan zich niet vele flops veroorloven, omdat dan het draagvlak voor subsidiëring in gevaar komt.'

De onderzoeken naar de Nederlandse film en filmwereld bevinden zich in een afsluitende fase. Na de zomer verschijnt de strategienota van het fonds, met daarin de beleidskoers voor de komende jaren.

Meer over