B. HAL

Techniekvrees in de populaire cultuur

ERIK VAN DEN BERG

De denkende machine die de mens te slim af is. Die angst is zelden fraaier verbeeld dan in Stanley Kubricks film 2001 - A Space Odyssey uit 1968. De astronauten Dave en Frank zijn afhankelijk van hun boordcomputer HAL, een door een rood cameraoog verbeeld superbrein dat niet alleen het ruimteschip bestuurt, maar met zijn artificiële bariton ook hun begripvolle, alwetende gesprekspartner is. Tot HAL kuren begint te vertonen, de arme Frank bij diens ruimtewandeling om zeep helpt en alras de onvervalste bad guy van de film blijkt. Het wordt een strijd op leven en dood, waarbij de astronaut de computer maar net weet te overtroeven. Terwijl Dave, zwoegend ademhalend in zijn ruimtepak, één voor één de denkende modules in het computercentrum demonteert, begint HAL steeds kinderlijker te brabbelen. En met zijn laatste krachten, vóór hij definitief uitdooft, reciteert hij het liedje ('Daisy, Daisy') dat hij in zijn babyfase in het laboratorium leerde. Historisch detail: scenarioschrijver Arthur C. Clarke was er in 1961 getuige van hoe in het IBM-lab de eerste sprekende computer hetzelfde liedje ten gehore bracht. De vervreemdende suggestie zeven jaar nadien: hier wordt geen stekker uit een apparaat getrokken, hier wordt een intelligent wezen omgebracht.

undefined

Meer over