Aziatische tijgers slaan begerig hun klauwen uit

ONDER een verhoogde snelweg in het centrum van Taipei woedt een hevige oorlog tussen Taiwan en China. Het is een titanengevecht, waarvan het resultaat niet alleen bepalend is voor de toekomst van Azië, maar ook voor de krachtsverhoudingen tussen de wereldmachten in de komende eeuw....

ANDREW HIGGINS

Het aantal doden en gewonden is groot wanneer het high-tech leger van Taiwan de mokerslagen van het drie miljoen man sterke Volksbevrijdingsleger afslaat. Op computerschermen flitsen de beelden van katastrofale vernietiging - neergeschoten vliegtuigen, tot zinken gebrachte oorlogsschepen, steden die van de aardbodem zijn gevaagd.

En zo ontspint zich elke dag in de twee verdiepingen tellende Guanghwa Computermarkt een virtuele oorlog. Er zijn echter tekenen die erop wijzen dat de virtuele oorlog wel eens werkelijkheid zou kunnen worden.

Toen programmeurs Slag in de Straat van Taiwan ontwierpen, een computerspel waarin een Chinese invasie vanuit zee wordt gesimuleerd, leek een aanval van het Volksbevrijdingsleger even irreëel als Dungeons and Dragons. De aantrekkingskracht van het spel - voor een paar tientjes verkrijbaar op floppy disk - was gelegen in de opwinding van het ondenkbare.

Als we de leiders in Taipei mogen geloven, bestaat er nog steeds geen gevaar dat de sluimerende Chinese burgeroorlog in een echt conflict ontaardt. Ook president Clinton uit zich in geruststellende bewoordingen en zei onlangs zich niet te kunnen voorstellen dat de Aziatische landen hun pas verworven welvaart op het spel zouden willen zetten.

In plaats van te leiden naar een gouden eeuw van handel en harmonie heeft de buitengewone economische groei van Azië in het gunstigste geval oude territoriale en etnische conflicten gemaskeerd in plaats van uitgewist. En in het geval van China, van oudsher en vrijwel zeker ook in de toekomst de Colossus van het gebied, biedt de groeiende welvaart de middelen voor het verwerven en inzetten van militaire macht op een manier die niet meer is vertoond sinds het land anderhalve eeuw geleden werd vernederd door Britse oorlogsbodems.

Confucius wordt overal in het gebied overvleugeld door Von Clausewitz. Consensus, geprezen als de spil van de Aziatische waarden, maakt plaats voor confrontatie, nu het vertrouwen - produkt van het economische succes - voeding geeft aan een pas verworven gevoel van nationale trots.

Geen land in de regio heeft méér rekeningen te vereffenen dan China, het land waar ideologie is vervangen door oorlogszuchtig nationalisme. China denkt aanspraak te kunnen maken - al is die aanspraak voornamelijk latent of al eerder formeel afgezworen - op delen van tien landen in het gebied, variërend van de Spratly eilanden in de Zuidchinese Zee tot stukken van het Russische Verre Oosten, met Taiwan als het meest 'wilde' plan.

Een aanval mag dan niet op handen zijn, toch is de sfeer zodanig verhard dat volgens sommige deskundigen militaire actie niet alleen mogelijk, maar zelfs waarschijnljk is, wanneer Groot-Brittannië zich volgend jaar uit Hongkong terugtrekt en Portugal in 1999 uit Macao vertrekt.

Het Volksbevrijdingsleger is in het gebied langs de kust tegenover Taiwan begonnen met de grootste militaire manoeuvres tot nu toe. Een manoeuvre waaraan waarschijnlijk tegen de 300 duizend manschappen zullen deelnemen.

Toen Jiang Zemin, de Chinese president, onlangs een ontmoeting had met het leger, verruilde hij zijn westerse pak voor een uniformjasje in Mao-stijl. Een paar dagen later trok hij zijn westerse kledij weer aan. Het gevaar is niet dat Jiang het maoïsme nieuw leven in wil blazen; het gevaar is dat hij geen idee heeft wat hij wil, nu China in afwachting is van de dood van Deng Xiaoping. In een dergelijke onzekerheid is patriottisme het enige in de Chinese politiek dat nog zekerheid biedt.

In sommige opzichten hebben China en een groot deel van de rest van Azië te maken met het probleem dat ook bijdroeg aan de onttakeling van Joegoslavië en de Sovjet-Unie: ruzies die tijdens de Koude Oorlog tientallen jaren lang waren bevroren, laaien weer op nu de strijd tussen de supermachten om de hegemonie voorbij is.

Een duidelijk teken waaruit blijkt hoe 'vers' oude ruzies blijven, is het conflict tussen Zuid-Korea en Japan over een hoopje kale rotsen in de Japanse Zee. Ter onderstreping van de rechten op de betwiste Tokdo eilanden, waarop Korea al sinds de zesde eeuw aanspraak maakt, stuurde Seoul oorlogschepen en vliegtuigen naar het gebied.

De Verenigde Staten met 45 duizend man in Japan en nog eens 37 duizend in Zuid-Korea kijken toe hoe hun twee meest onverschrokken Aziatische bondgenoten op zee de gevechtshouding aannemen. De Amerikaanse positie van toeschouwer aan de zijlijn laat een fundamentele verschuiving zien: Washington heeft nog altijd een geweldige militaire macht, maar steeds minder invloed.

De VS laten nu nog de USS Nimitz, een vliegdekschip met kernaandrijving, door de Straat van Taiwan varen. Maar niemand, met name in Washington niet, weet hoe Amerika zou reageren op een echte in plaats van een virtuele oorlog.

TOEN men Qian Qichen, de minister van Buitenlandse Zaken, vorig jaar vroeg naar de ambities van Peking, probeerde deze de buren van China gerust te stellen met een citaat van Mao Zedong: 'Zo vele daden smeken erom gedaan te worden en altijd snel; de wereld gaat verder, de tijd dringt. Tienduizend jaar is te lang; pluk de dag, pluk het uur.' De vrees wordt echter steeds groter dat het volgende pluk-object land is.

Andrew Higgins

De auteur is redacteur van The Guardian.

Vertaling: José van Zuijlen

Meer over