Aziatische dienstmeisjes lopen gevaar in Arabische Golfstaten

AMSTERDAM In Koeweit is voor de derde maal binnen een maand een Aziatische dienstbode gedood. Haar werkgeefster is gearresteerd. Zij wordt ervan verdacht de bode te hebben doodgeslagen, zo maakte het Koeweitse ministerie van Binnenlandse Zaken deze week bekend....

Van onze redactie buitenland

Het was niet voor het eerst dat vanuit de Golfstaten drama's met dienstmeisjes uit de Filipijnen of Sri Lanka werden gemeld. Een aantal van hen werd vermoord door hun werkgever. Anderen stonden terecht voor het doden van een lid van het gezin waar zij werkten.

Zo werd vorige week de zestienjarige Filipijnse Sarah Balabagan in de Verenigde Arabische Emiraten (VAR) veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en een boete van 40 duizend dollar. Zij had haar 85-jarige baas doodgestoken, nadat hij haar had verkracht. De rechter achtte dat laatste bewezen en legde de familie van de man een forse schadevergoeding op.

Sirri Faruq, een negentienjarige Srilankaanse, werd in april in de VAR geëxecuteerd. Toen haar werkgevers eens niet thuis waren, werd hun dochtertje lastig. Faruq, aan het eind van haar krachten, bracht het meisje om.

In het Midden-Oosten werken ongeveer 1,2 miljoen dienstbodes die voornamelijk uit Aziatische landen komen. Door het werk in de oliestaten ontsnappen zij aan de armoede in eigen land. De meisjes verhogen bovendien de levensstandaard van hun achtergebleven familie door geld naar huis te sturen. Naar Arabische verhoudingen zijn hun salarissen laag, maar nog altijd vier tot vijf maal hoger dan wat zij thuis zouden verdienen.

Het werk dat zij verrichten is zwaar. Volgens de Anti-Slavery Society in Londen draaien de dienstbodes achttien uur per dag mee in - vaak grote - huishoudens.

Alarmerender is het aantal vrouwen dat te maken krijgt met lichamelijk geweld en seksueel misbruik. De cijfers die de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft verzameld, zijn waarschijnlijk te laag.

In Koeweit zijn bijvoorbeeld 69 gevallen van lichamelijk geweld gemeld, en twaalf in de Verenigde Arabische Emiraten. Veel meisjes zijn bang aangifte te doen. Werkgevers houden hun paspoort in en hebben de macht hen gevangen te laten zetten of hen terug te sturen naar hun vaderland.

De Arabische daders gaan meestal vrijuit. De meeste Golfstaten doen de verhalen over misbruik af als anti-Arabische propaganda. Koeweit was het eerste land dat een inwoonster gevangen zette voor geweld jegens haar dienstbode. Een andere familie, wier Srilankaanse dienstmeisje meer dan 72 wonden over haar hele lichaam bleek te hebben, wordt vervolgd.

De laatste jaren worden pogingen gedaan het niveau van het personeel voor de Golfstaten te verbeteren. In de Filipijnen worden meisjes eerst getest of zij het werk daar wel aankunnen, tot groot ongenoegen van de vele illegale bureaus die hen recruteren.

Een Filipijnse onderzoekscommissie, die in juni een rondreis maakte door de Golfstaten, is tot de conclusie gekomen dat Filipijnse vrouwen worden lastiggevallen, misbruikt en verkracht. De commissie zal de regering adviseren geen vrouwen meer naar het Midden-Oosten te laten gaan.

VN-functionarissen vinden dat de ILO te weinig doet om de situatie te verbeteren. Volgens de VN is het zonder initiatief van de Aziatische regeringen moeilijk tot werkgeversvoorschriften te komen en de omstandigheden voor hun landgenoten te verbeteren.

Langzaam maar zeker wordt het de regeerders in het Verre Oosten duidelijk dat de moordzaken in de Golfstaten hen stemmen kunnen gaan kosten. In maart werd de Filipijnse Flor Contemplacion in Singapore opgehangen voor de moord op een ander Filipijns kindermeisje en het Singaporaanse jongetje waar zij op moest passen. De Filipijnse minister van Buitenlandse Zaken werd naar aanleiding van deze zaak ontslagen. Veel Filipijnen geloven dat Contemplacions executie voorkomen had kunnen worden als haar advocaten beter waren geholpen.

In het geval van Sarah Balabagan hebben de Filipijnse autoriteiten het zekere voor het onzekere genomen. Vóór zij vorige week in de Emiraten werd veroordeeld, is zij nog bezocht door vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie en door de Filipijnse Vereniging van Advocaten. Niet voor niets, gezien de betrekkelijk milde straf die het meisje is opgelegd.

Meer over