Aziatische cultuur is een soort spekkoek

De afdeling Zuidoost-Azië van het Tropenmuseum in Amsterdam is vernieuwd. Niet alleen het dagelijks leven wordt belicht, maar ook de cultuurhistorische geschiedenis....

DE RIJSTPLANT is als een vrouw. De rijst is zwanger. In de oude culturen van Indonesië is de ani-ani, het rijstmesje, een heel bijzonder voorwerp. Volgens de traditie moet iedere rijsthalm afzonderlijk afgesneden worden om de ziel van de rijst niet te verdrijven. Zonder ziel bezit rijst immers kiemkracht noch voedingswaarde. De vorm van het mesje is daarom heel bijzonder; met zo'n mesje kan geoogst worden zonder gevaar dat de ziel wordt verdreven.

De nieuwe expositie van de afdeling Zuidoost-Azië van het Amsterdamse Tropenmuseum toont zulke door zowel animistische als magische elementen 'vormgegeven' voorwerpen. Een museum bedient zich van 'de taal der dingen', voorwerpen waarmee de mens zich omringt. Soms zijn potscherven of mesjes onze enige bron van kennis. Elk voorwerp 'vertelt' als het ware een verhaal. In het Tropenmuseum komen die verhalen tot leven, niet zozeer door zo'n uitgestalde eenvoudige boerenwoning uit West-Java, maar door goed kijken naar de manier waarop de tentoongestelde voorwerpen door hun makers zijn vormgegeven.

De tentoonstelling belicht niet alleen het dagelijkse leven van mensen die er nu wonen en werken, maar ook de cultuurhistorische geschiedenis. Het Tropenmuseum heeft het peillood veel dieper in de geschiedenis laten zakken dan vroeger. De 'oude' expositie toonde haast uitsluitend sociaal-economische aspecten van die vele samenlevingen. In de nieuwe afdeling gaat het museum, tot ver in de 'mysterieuze' antieke tijden, op zoek naar wie es eigentlich gewesen ist.

Het is een groot gebied, een landoppervlak van ruim honderd keer Nederland: Birma, Laos, Cambodja, Vietnam, Maleisië, Singapore, Brunei, Indonesië en de Filippijnen. Hoe toon je zoveel in een museum? Ter voorbereiding van de nieuwe opstelling organiseerde het Tropenmuseum in april vorig jaar in Jakarta het seminar An update on South-East Asia in the Netherlands. Het museum hanteert nieuwe opvattingen 'over tentoonstellingen van niet-westerse culturen in westerse musea' en wil in de nabije toekomst ook de andere vaste collecties herinrichten.

De renovatie van de afdeling Zuidoost-Azië duurde bijna een jaar. Het is een veel 'kunstzinniger' overzicht, met grote nadruk op het ambacht. De presentatie vormt de eerste van een reeks vernieuwingen. In de komende vijf jaar zullen ook Latijns Amerika, Oceanië en Afrika worden vernieuwd. Volgens Wilhelmina Kal, conservator van de afdeling Zuidoost-Azië, toonde het museum vroeger geen gouden voorwerpen 'omdat zoiets niet strookte met het sociaal-economische verhaal over armoede'.

Vele voorwerpen, altaren of godenbeelden tonen bijna uitdrukkelijk de wereldbeschouwing van die oude culturen. Tussen de 'bovenwereld' en de 'benedenwereld', hemel en aarde, zit de wereld van de mensen. Vogels zijn vaak het symbool van die bovenwereld, maar ook de afbeelding van een waterbuffel met zijn lange hoorns verwijst meestal naar het zielenrijk. Waterdieren als schildpadden, slangen, salamanders en vissen worden daarentegen met de benedenwereld geassocieerd.

Die levensbeschouwing geeft vorm aan het uiterlijk van een samenleving. Een traditioneel huis van de Batak in Noord-Sumatra weerspiegelt die driedeling van boven-, midden- en benedenwereld. Het naar de hemel gerichte dak is het symbool van de bovenwereld; het is het vaartuig waarmee de doden naar het zielenrijk reizen. De stal is de benedenwereld, die door twee gestrekte draagbalken - een slang - waar het eigenlijke woonhuis op staat, van de middenwereld is gescheiden.

Je krijgt bij de ingang van de semi-permanente expositie geluiden uit Borneo te horen, het 'land van wouden waar het altijd blijkt te regenen' - zegt de commentaarstem. Vele maskers en beelden hebben tot doel de boze geesten af te schrikken, maar niet de regen. Op de bovenkant van trommen zijn vaak kikkers afgebeeld. Ze komen bij regen te voorschijn. Waarschijnlijk dienden de geëxposeerde trommen uit Vietnam - voorwerpen van vele eeuwen oud uit de Dong Son-cultuur - om regengoden aan te roepen.

Het museum wijdt veel aandacht aan doodsrituelen. In een nagemaakte steile rotswand staan tau-tau, dodenpoppen, uit hout gesneden afbeeldingen van overleden personen. Op een videoscherm is een kleine documentaire van een begrafenis te zien bij de Indonesische Toraja, die geloven dat met het plaatsen van zo'n tau-tau in de rotsen nu de ziel van de overledene rust heeft en naar de hemel is opgestegen. Offerdieren begeleiden de ziel op zijn reis naar het zielenland. Tijdens het dodenfeest worden honderden buffels geslacht; gasten krijgen ieder een deel van het vlees.

Vele van de culturen in Zuidoost-Azië kennen een traditionele voorouderverering. Voorouders staan in direct contact met goden en natuurgeesten. Een van de topstukken van het Tropenmuseum is de tavu, een huisaltaar uit de zuidoostelijke Molukken. Het werd door de familie gebruikt om de eigen voorouders te eren. De bewoners legden offergaven naast de schedels van de voorouders; ze geloofden dat de geest van hun voorouders in deze schedels verbleven. Voorouders konden de goden gunstig stemmen.

De voortdurende verandering die de culturen van Zuidoost-Azië in de loop der eeuwen hebben doorgemaakt, is de rode draad van de nieuwe opstelling. 'De culturen in Zuidoost-Azië kenmerken zich door een culturele gelaagdheid', meent de conservator, 'een opeenstapeling van nieuwe op oude culturen'. Het Tropenmuseum vergelijkt het met een spekkoek: zoals de geurige Indonesische spekkoek laagje voor laagje wordt gebakken, zo krijgen nieuwe culturen - of elementen daaruit - hun plaats boven op een al bestaande cultuur. 'Zo ontstaat een culturele gelaagdheid die verschillende smaken, stijlen en gewoonten in zich verenigt.' De expositie toont de invloeden van hindoeïsme, islam, boeddhisme en christendom; maar het karakter van bijvoorbeeld de islam in Indonesië is anders dan in de Arabische wereld 'omdat in de onderlagen de oude Indo-Javaanse cultuur merkbaar aanwezig is' in de spekkoek.

Het laatste deel van de vernieuwde afdeling, na een korte schets van het belang van de VOC en van de onafhankelijkheidsoorlog, is een soort going native in het Amsterdamse Tropenmuseum. Het is het typische Tropenmuseum, met een nagebouwd huis en impressies van het leven van alledag. Je kuiert er een ogenblik in Jakarta, in een straat met een Indonesische kiosk en een karretje van een straatverkoper van bamisoep. Maar die straatscène is slechts een deel van het geheel, van een aanlokkelijke presentatie van boze geesten, slangen, dodenpoppen en buffels.

Het Tropenmuseum organiseert regelmatig informatiedagen voor reizigers naar Zuidoost-Azië. Informatie bij de afdeling Communicatie: 020-5688277

Meer over