Autonomie

TERWIJL minister Hermans het basis- en voortgezet onderwijs meer autonomie wil geven, maant de onderwijsinspectie de minister juist de autonomie van het middelbaar beroepsonderwijs in te perken....

Wat moet autonomie in het onderwijs inhouden? Tot voor kort bemoeide Zoetermeer zich met alles - van de hoeveelheid schoonmaakbeurten van de wc's tot en met het anti-pestbeleid. Hermans wil daar een einde aan maken. Hij wil centraal vastleggen wat een leerling aan het slot van zijn schooltijd aan kennis en vaardigheden (minimaal) moet beheersen, hoeveel geld daarvoor beschikbaar is en hoe wordt gemeten of leerlingen inderdaad voldoende weten. Verder mogen de scholen zelf bepalen hoe ze hun pupillen opleiden.

De Beroeps- en Volwassenen Educatie (BVE), waar het middelbaar beroepsonderwijs onder valt, opereert zeer autonoom. De overheid heeft slechts in eindtermen vastgelegd wat een leerling aan het slot van de opleiding moet weten - hóe dat wordt getoetst, mag de instelling zelf bepalen. Bovendien is de school geheel verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking: de instelling houdt zelf bij of leerlingen alle lessen krijgen, of de examens correct worden afgenomen en of voldoende jongeren de eindstreep halen. Sommige opleidingen hebben die belangrijke gegevens paraat, maar meer dan de helft van hen heeft geen idee hoe het met hun kwaliteit staat. Ze weten bijvoorbeeld niet of leerlingen ook werkelijk het aantal uren les krijgen dat officieel is voorgeschreven.

Bovendien maakt en beoordeelt de school het examen zelf. Het komt voor dat een school een bepaald onderdeel van de stof niet examineert, simpelweg omdat het niet is onderwezen (bijvoorbeeld door ziekte van de leerkracht) en er anders te veel leerlingen zouden zakken. In het voortgezet onderwijs is dat uitgesloten dankzij het centrale examen. Zo hoort het ook in het beroepsonderwijs - werkgevers moeten er zeker van zijn dat elke bakker en kleermaker hetzelfde heeft geleerd.

Het onderwijs heeft baat bij meer autonomie, maar nog belangrijker is dat elke leerling recht heeft op goed onderwijs. Een onafhankelijke instelling moet de kwaliteit van de opleidingen en de examens vaststellen en die kwaliteitsoordelen moeten voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn.

Het mbo is jarenlang verwaarloosd. Dat het oordeel nu zo hard uitvalt, is wrang. Maar het is duidelijk dat instellingen niet in staat zijn de kwaliteit van de opleidingen en de controle daarop in eigen hand te houden. De overheid moet het beroepsonderwijs helpen door landelijke kwaliteitsnormen vast te stellen.

Meer over