Authenticiteit herhalen

Steeds intensiever wordt de samenwerking tussen professionals en amateurs in dans en theater. Amateurs kunnen een professionele voorstelling een documentaire waarde verschaffen.Door Annette Embrechts..

Annette Embrechts

Eerlijk is eerlijk: het verschil is goed te zien. Zelfs het aangeborentalent van de beste amateurspeler haalt het meestal niet bij hetacteervermogen van een jarenlang professioneel geschoolde acteur. Dictie,verstaanbaarheid, inleving, motoriek, tekstbehandeling, samenspel, uit ditalles valt af te leiden of een toneelspeler beroepsmatig getraind is in detheatrale podiumkunst of dat hij zijn talent om voor een publiek op tetreden slechts reserveert voor hobby en vrije tijd. Juist als ze naastelkaar op het podium staan, de professional en de amateur, is het verschil in ambachtelijk vakmanschap voel- en zichtbaar.

Hetzelfde, en misschien nog wel extremer, geldt voor de danskunst. Detechnieken in moderne dans en klassiek ballet vereisen jarenlange trainingen discipline, een 24-uurs toewijding aan het vak en een optimalebeheersing van spieren en ledematen. Dat doet een hobbyist eenprofessionele danser niet zo snel na. Zelfs niet als iemand vier avondenper week tangodanst, aan jazzballet, dansexpressie of improvisatiedansdoet. De liefhebber strekt zijn been toch altijd minder hoog dan deberoeps.

Wanneer professionals en amateurs dus samen het podium op gaan, moetendaar diepgaande redenen voor zijn. Een amateur laat zijn - door familie envrienden geroemde - talent niet zo snel overschaduwen door een beroeps. En een professioneel acteur krijgt liever tegenspel van een minstens zoambachtelijk speler dan van een onvoorspelbare enthousiasteling.

Toch ontstaan de laatste tijd steeds meer initiatieven waarin amateursen professionals samenwerken. Zeker in het zomercircuit treffen deze makerselkaar steeds vaker op een podium, vaak een buitenlocatie. Niet in delaatste plaats omdat het werken met amateurs goedkoper is: hen hoef je nietof nauwelijks te betalen. En als je een veld, bos, strand ofopenluchttheater wilt bespelen, kan het handig zijn om véél spelers tehebben. Mooie, filmische plaatjes creëer je onder meer met prachtigetableaux de la troupe, waarin bijvoorbeeld complete vissersscharen uit zeeopdoemen, een grote boerenfamilie zich aftekent tegen de wapperende was,een fanfare rond marcheert of een groep vuilnismannen ritmisch en dansantde tegels schoonveegt. Waren dat allemaal beroepsspelers, dan werd zo'nproductie onbetaalbaar. Bovendien ben je als theatermaker zeker van debetrokkenheid van de mensen in de omgeving: er is altijd wel een kennis ofeen buurman die meedoet en daarmee een reden verschaft om te gaan kijken.

Het financiële aspect is echter maar één van de redenen desamenwerking tussen professionals en amateurs te intensiveren en teontwikkelen. De uitdaging ligt veel meer op het artistieke enmaatschappelijke vlak, bleek ook deze zomer tijdens twee symposia over ditonderwerp. Zowel het Landelijk Centrum voor Amateurdans als Theaterwerk.NL- beide overkoepelende organisaties voor amateurkunst - zetten het themaop de agenda, gesteund door het Fonds voor de Amateurkunst enPodiumkunsten.

Een van de sprekers was choreografe Krisztina de Châtel, die haardansers al eerder confronteerde met skaters, American footballplayers encomputernerds en hen deze zomer samenbracht met vuilnisophalers. Zelf zouze er nooit op zijn gekomen een choreografie te maken voor mensen met eenpsychiatrische achtergrond, maar toen de Haarlemse reïntegratie-instellingRoads haar vroeg voor een project met de leden van Dansgroep Vanuit Marlieswist ze wat ze met hen wilde doen. Schoonheid en structuur zou ze de(oud-)psychiatrische patiënten aanreiken. Het werd een enerverende,esthetische en zwierige derwisjendans onder de machtige bogen van de Groteof Sint Bavo Kerk in Haarlem, getiteld Onderstebavo. Videomaker Michel vanOverbeeke zette het stuk op dvd. Volgens De Châtel kan het juistdepressieve mensen goed doen mee te werken. Ze koos bewust geenpiep-knor-muziek maar de melodische klanken van de Brandenburg Concertenvan Bach, een deel van de King Arthur Opera van Purcell en SatiesGymnopédies: muziek die energie geeft, niet opslurpt. Een van haar eigendansers, Swantje Schäuble, opgeleid aan de Rotterdamse Dansacademie,vergezelde het twaalftal van Vanuit Marlies en nam het voortouw.

Een enkele toeschouwer vond dat storend. Het contrast tussen haarsoepele, ranke bewegingen met de gemankeerde en zeker niet professionelemotoriek van de aan depressies lijdende amateurdansers was inderdaadmarkant. Maar na vijf minuten verdween dat verschil naar de achtergrond omplaats te maken voor de ontroering en indringende aanwezigheid van dansendeindividuen, velen getekend door hun ziekte maar allemaal opgenomen in eenmagistraal geheel.

Collega-choreografe Andrea Leine (van Dansgroep Leine & Roebana)oordeelde ook dat de ongeschoolde amateurdansers, in leeftijd en uiterlijkopvallend verschillend, voor de ontroering zorgden. Zij zorgden voor eensoort venster op de wereld. De Châtel had tijdens een veeleisendrepetitieproces de eigenheid van ieders lijf motorisch scherp aangezet.Meer dan de optimale techniek van Schaüble vertelden de lichamen van deamateurdansers een verhaal over uitsluiting en acceptatie. Maar deprofessionele Schäuble was wel nodig om hen in het ritme en het gareel tehouden en de spanningsboog van de voorstelling te dragen. Zoals ook decoren kostuums (AZIZ) door professionals waren ontworpen.

Amateurs kunnen een professionele voorstelling dus een documentairewaarde verschaffen. Zoals ook dit voorjaar het geval was bij de opvallendeJoke-trilogie van regisseuse Saskia Huybrechtse. Het waargebeurde verhaalvan haar incestverleden - dochter, moeder en oma krijgen kind van dezelfdeopa - werd, gevat in een muzikaal en theatraal scenario, gespeeld door Jokeen haar moeder zelf, gesecondeerd door twee professionele acteurs dietiming, ritme en spanning op peil hielden.

Niet dat het nieuw is om voorstellingen te maken op basis vanlevensgeschiedenissen uit een bepaalde streek of buurt. Johan Simons heeftHollandia er groot mee gemaakt. Veel Hollandia-voorstellingen ontstondenop basis van interviews met varkensboeren, metaalarbeiders of geestelijkenuit de regio. Professionele acteurs speelden de teksten vaak letterlijk na,zodat het materiaal authentiek bleef en getrainde stemmen de toeschouwergetuige lieten zijn van het veelzeggende proces van het zoeken naarwoorden.

Daarin ligt een grote kracht van voorstellingen gemaakt doorprofessionals en amateurs. Een professionele acteur kan in zijn eentje eenleeg toneel bespelen met enkel het houvast van een tekst, is zich bewustvan zijn lichaam in relatie tot de ruimte, weet zijn stem te gebruiken enin te zetten, kan een tekst analyseren, begrijpen en zich eigen maken, weetwat samenspel inhoudt en is in staat ideeën van de regisseur te vertalennaar eigen expressiemogelijkheden. En hij kan spontaniteit herhalen. Maareen professioneel acteur speelt soms ook op techniek in plaats van oppassie, ontroert met trucjes in plaats van met de ziel.

Amateurs staan vaak onbevangener, ongerepter en directer op het toneel.Dan moeten ze wel een regisseur getroffen hebben die tijdens een - vaaklang - repetitieproces het eigene uit hen heeft los gebikt. Als toeschouwerword je verrast: ik kijk nu naar iemand die morgen weer gewoon slager is.En geroerd: dit commentaar in de vorm van een voorstelling gaat over hen,over ons. Zo ontstaat een directe dialoog met de samenleving.

Profs kunnen de valkuilen van amateurs weer opvangen. Die willen maaral te vaak bewijzen dat ze óók acteertechnieken onder de knie hebben; demeest ambitieuze onder hen willen soms zelfs zo snel mogelijk amateur-afzijn. Maar in actueel theater gaat het niet om het tonen van de techniekmaar om het losspelen van de techniek, niet om het neerzetten van lekkererollen maar om het raad weten met fragmentarische teksten waar geenspanningsopbouw in lijkt te zitten, om op het toneel te durven staan zonderiets te doen. Spelers moeten samen rust kunnen vinden in ensemblespel enauthenticiteit kunnen herhalen.

Een prachtig voorbeeld daarvan is de deze zomer nog gespeeldetheatertrilogie Warg, een driedelig ontwikkelingsdrama over de boerenzoonWarg, gemaakt door een theaterwerkplaats in het Limburgse Noorbeek: Warg - Een boeren tragedie, Warg - Veere en Warg - Het bleekveld. ShakespearesHamlet werd daarin vertaald naar een boerderij. Een professionele acteur,Joost Horward, opgeleid aan de Toneelacademie Maastricht, speelt dehoofdrol, amateurs uit de regio spelen boze zussen, joviale vrienden, killemoeders, dode vaders en gestorven geliefden. Het repetitieproces onderleiding van theaterdocent Peter Stam bestond, meer dan uit acteren, uitdiscussiëren over familiewaarden en boerennormen, over wat belangrijk isin het doorgeven van leven en tradities.

Zoals het tableau de la troupe telkens de boerenschuur in Noorbeekopengooide voor weer een imponerend doorkijkje, zo hield Howard devoorstelling op stoom. Samen zorgden ze voor een prop in de keel van detoeschouwer.

In de samenwerking tussen amateurs en professionals levert hetensemblespel van samen een liedje zingen, samen dansen, ontboezemingen doenen georganiseerd door elkaar lopen, vaak een verrassender voorstelling opdan een scala van individuele rollen waarin iemand kan schitteren. Hoe meerconcrete handelingen - was ophangen, liggen, lopen, zingen en dansen -, hoebeter het vaak werkt. Omdat amateurs dan niet de bedoeling van een scènegaan spelen maar durven te bestaan in hun authentieke handelen. Bewees ookde Vlaamse regisseur Alain Platel die beroemd werd met het op toneelexploreren van de eigenheid en originaliteit van niet professioneelgeschoolde dansers en spelers. In zijn voorstellingen permitteren amateurszich op het podium van alles wat je van een professionele speler niet zoupikken: schmieren, onverstaanbaar schreeuwen, lummelen enzovoort.

Een goede samenwerking tussen professionals en amateurs combineert hetbeste van twee werelden. En dat is heel wat anders dan hetgeen CDA-politicaVan Vroonhoove vorig jaar voorstelde in de Tweede Kamer: professioneleacteurs zouden in ruil voor subsidie verplicht moeten worden in hun vrijetijd amateurs te scholen, een soort sociale dienstplicht te vervullen omde amateurkunst op een hoger niveau te brengen. Alsof beroeps alleen maarwillen geven en amateurs alleen maar willen ontvangen.

Meer over